Dag 35: zaterdag 31 maart 2012: Het verlangen dat blijft…

Het hoost, ’s nachts al. De verwachting is dat het tegen 11 uur wat minder wordt en daarom blijven we wat op de kamer hangen; even tijd om wat mailtjes te beantwoorden, ook al is er geen internetverbinding. Maar om half 10 houden we het niet meer uit, trekken de regenpakken aan en nemen afscheid met Delftsblauwe klompjes. Wij krijgen 2 bananen mee. De gastvrouw loopt nog even mee naar de dijk, waar we ons – tot grote hilariteit – invoegen in een lange rij flink tegen de regen ingepakte wandelaars met buiknummers. Blijkbaar is er een zaterdagloop. De regen is inmiddels wat minder, maar er staat een harde, stormachtige wind; in de rug, tot onze – korte – vreugde. Zodra we het kleine paadje halverwege het dijklichaam verlaten en onze neuzen boven de dijk uitsteken, hebben we hem tegen. We verlaten de wandelclub en volgen de 2-baans weg naar de supermarkt, waar we wat lunchspullen kopen. We volgen vandaag dezelfde route als vorig jaar en weten dat we alleen een viezig lunchrestaurantje halverwege de tocht tegen zullen komen. Tot onze verrassing houdt het op met regenen. Als we de lange brug over de brede Shimanto-rivier oplopen, krijgen we plotseling weer enkele wandelaars achter ons aan. En er komen er steeds meer. Ik ben bang dat ze zich vergissen en probeer ze terug te sturen, maar er zijn waarschijnlijk 2 trajecten uitgezet. De hele horde komt achter ons aan. De hele lange brug lang worstelen we ons in tegen de stormwind, maar we weten het tempo aan te houden van de wandelclub. Kort na de brug nemen we toch afscheid; we duiken wat nauwe straatjes in, diep verscholen achter de dijk aan deze zijde van de rivier. Daar is de wind een stuk minder. De zon komt tevoorschijn en de bewolking neemt wat af. Een tijdlang loopt de route weer langs de rivier. In het traagstromende water zijn grote, langgerekte bamboe-eilandjes. Enkele vissers met kleine sloepjes drijven midden op de rivier. Langs de dijk rijgen de natte sawa’s zich aaneen, als een mozaïek van reuzenspiegels. Overal ratelen kikkers. Langs de oever en op de berghellingen is steeds meer ontluikend groen te zien. En overal zijn bloemen: narcissen, viooltjes, koolzaad, judaspenning… Ook de paarse azalea zie ik nu bloeien. Door de harde wind regent het af en toe kersenbloesems.

Kort nadat de weg – route 321 – afbuigt van de rivier, komen we bij een koffiehuis. Vorig jaar was er een aardige, vrolijke gastvrouw, maar ze is er even niet. Haar man heeft voor zichzelf en zijn kornuit pannetjeskoffie gezet en verontschuldigt zich dat hij niet weet hoe hij koffie moet zetten met het apparaat. Maar zijn aarzelende poging blijkt uitstekende koffie op te leveren: een lekker sterk bakkie! We bergen alle regenkleding weer op, hoewel de gastheer herhaalde malen waarschuwt dat er nog meer regen zal komen. Het is ons al te warm met die regenpakken. Binnen is het nóg warmer, naar Japanse gewoonte. Het zweet gutst er weer vanaf. ‘Ik heb mijn eigen thermometer bij me’, grapt Mels. ‘Als jij van blauw naar rood loopt, weet ik dat het warm is…’ Buiten blijkt de stormwind toch wel erg koud, maar we lopen er des te harder door. We passeren met route 321 een 1620 meter lange autotunnel met stoep; gelukkig wat beter verlicht dan vorig jaar, slechts eenmaal stappen we korte tijd in het duister. Bij het wegstation na de tunnel negeren we het viezige udon-restaurantje en lunchen, eerst op een winderig bankje, dan in een zithoekje in het toiletgebouw, met chocoladerol en appelflap (Mels) respectievelijk mini-sandwichjes en chocokoekjes (Yna). En elk een ijsje uit de vending machine. Het is te koud om lang te blijven zitten. We gaan snel door.

Enkele kilometers later verruilen we de autoweg voor wat kleinere weggetjes. Een tijdje gaat het over een heel smal dijkje met links een rivier en rechts sawa’s. We worden door de harde wind alle kanten opgeblazen. Ik ben blij dat ik niet meer zo’n grote henro-hoed meedraag; het zijn behoorlijke windvangers en ik heb vandaag weer andere henro’s ermee zien worstelen. Wij hebben al moeite onze staffen niet weg te laten waaien. Af en toe moeten we op het randje balanceren als er een auto wil passeren. Ik vraag me af hoe diep ik weg zal zakken als ik naar beneden val in zo’n natte sawa…

Langzamerhand begint ons het gebrek aan een lange lunchpauze weer op te breken. We kreunen en steunen allebei regelmatig. Dan zien we een koffiehuis. Mels trekt de deur open, maar stapt meteen weer naar buiten. ‘Ik denk niet dat dit het soort tent is waar we naar binnen willen’, zegt hij. ‘De ramen zijn geblindeerd; er is binnen alleen maar een lange gang met allemaal dichte deuren…’ Maar ik ben moe: ‘Als ik er warm kan zitten en er is koffie, dan maakt het mij niet uit’, zeg ik, trek de deur weer wat verder open en geef Mels een zetje in de goede richting. Nog een deur verder staan we tot onze grote verbazing middenin een karaokezaal. Aan beide zijden van de zaal staan tafeltjes en stoelen opgesteld. Op het podium, naast een groot beeldscherm, is een bejaarde man aan het zingen. Er zitten 4 bejaarde vrouwen en een man te wachten tot zij aan de beurt zijn om te zingen. Glimlachend knikken ze ons uitnodigend toe. Een wat jongere vrouw brengt ons koffie en chocolaatjes en zij is het ook die langs de tafeltjes loopt om de scores op te halen en ze in een apparaatje te verwerken. Blijkbaar zijn er punten te verdienen. Af en toe legt ze ons wat uit. Of we misschien mee willen zingen, vraagt de man tegenover ons. Dat zal niet lukken met die Japanse teksten… Lange tijd blijven we luisteren en applaudiseren driftig mee. Het ene zangtalent is beter dan het andere, maar er wordt door iedereen vol overgave gezongen. Vooraan bij het podium zit een vrouw die binnenkort 90 wordt. Ze zingt alsof ze een jong meisje is. Het ontroert ons. Op het beeldscherm zijn – achter de karaoketeksten – korte bijbehorende filmpjes, over jongemannen en vrouwen die heimelijk verliefd zijn, liefdes die fout dreigen te lopen, en soms komt het toch weer goed… Vaak in traditionele setting, eenmaal in een Japanse ‘western’. Smachtende liedjes, over prille liefdes, gezongen door mensen voor wie dat allemaal lang geleden moet zijn. Voor eeuwig voorbij…

We worden door de hele zaal uitgezwaaid als we eindelijk vertrekken en weer de felle wind instappen. Kort daarna komen we aan bij de zee waar we weer verder lopen langs route 321, hier een drukke kustweg zonder stoep. We schieten er van de ene zijde naar de andere om zoveel mogelijk uit de risicozone te blijven. Tot onze verbazing is de wind hier vaak een stuk rustiger. Enkele kilometers later nemen we een kleinere doorsteek die eindigt vlakbij de ryokan die we hebben geboekt. Het blijkt een kleine en zeer aangename minshuku, zo’n 20 meter boven zeeniveau, aan het begin van een fraaie baai met een zeer langgerekt strand. In zee zijn enkele surfers bezig. In het restaurantje zijn wij de enige gasten en we kletsen gezellig met onze gastheer die Engels spreekt. De meeste minshuku-eigenaren zijn behoorlijk op leeftijd, maar dit stel is relatief jong, met een baby van 5 maanden: Ao (blauw). Hij vertelt dat hij onder meer in Tokyo heeft gestudeerd en in de makelaardij heeft gewerkt, maar hij is geboren aan de Shimanto-rivier en wilde dichter bij de natuur zijn. Sinds 11 jaar drijven ze nu deze minshuku met restaurant en runnen daarnaast een internetwinkel in biologisch voedsel, verbouwd door een vriend van hen. Een andere vriend maakt washi (papier). Ze zijn niet afhankelijk van het korte henroseizoen; dankzij het strand en de zee hebben ze ook zomergasten. Voor vanavond zijn ze volgeboekt, anders was er nóg een Hollandse henro geweest, vertelt onze gastheer. Eenmaal op de kamer is er de drukproef van KLEI, dankzij de wifi. Het wordt een latertje…

Geplande afstand: 22,0 km, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 22,7 km, totale stijging 515 m, totale daling 579 m
Cumulatief afgelegde afstand: 598,3 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.40– ca. 16.40 uur
Looptijd: 5,00 uur
Gemiddelde snelheid: 4,5 km/u (gps is signaal tijdje kwijt geweest, werkelijk waarschijnlijk
rond 5,0 km/u
Bezochte tempels: geen
Blaren: 0!
Overnachting: minshuku Ohki Marin (1 kamer 6 tatami’s groot met kastenwand, tafeltje, tv, wifi op de kamer, zee- en strandzicht, uitstekend (biologisch) avondeten, goed ontbijt: keuze uit brood-setto of Japans)

 


1 reactie op “Dag 35: zaterdag 31 maart 2012: Het verlangen dat blijft…

  1. Dag Yna & Mels,
    Deirdre was weer ‘ns een weekje in Ierland, ik zag foto’s van de de Sakura, dacht aan onze eigen Japan-reis en aan mijn naderend pensioen en bedacht opeens: Yna houdt een blog bij. Ik ben gaan lezen in je 2012 verslag en kon niet meer stoppen. Fascinerend!!
    De dagelijkse beslommeringen en meimeringen, de ijsverslaving, de chocolaatjes, de ontmoetingen, de inzinkingen, het geploeter en de verrukkingen, de droge details waardoor ik bijna naast jullie loop. Het dubbele lopen van wat de kaart aangeeft (ik ken ’n beetje het vertwijfelende gevoel). De ontroeringen die er doorheen sijpelen, Mels die je maar moeilijk kan bijbenen. Ik heb ervan genoten en zie uit naar meer……
    Houdt vol en blijf genieten.
    De hartelijke groeten aan jou en Mels van
    Henk.

Laat een reactie achter bij Henk Brouwer (je weet wel, van Deirdre) Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *