Dag 89: donderdag 24 mei 2012: Voor het allerlaatst…

Terug naar Nederland. In de zeer vroege ochtend lopen we door de straten van Osaka, op weg naar de trein die ons naar het vliegveld zal brengen. Op een brede richel liggen enkele zwervers te slapen; het is dit jaar voor het eerst dat we zwervers zien in Japan. Net als we ook veel en veel meer zwerfhonden hebben gezien dan voorheen; alleen 2 jaar geleden zijn we een groepje zwerfhonden tegengekomen die net op dat moment liefdevol werden opgepikt door een man en vrouw met een busje. Is het een teken dat het slecht gaat met Japan? Of dat de normen veranderen? Op het platteland van Shikoku zagen we veel hoogbejaarde mannen en vrouwen die kromgebogen aan het werk waren op het land, de rollator langs de weg geparkeerd. Is dat armoede of juist rijkdom? Zoveel hoogbejaarde mensen die nog zo actief kunnen zijn! In de steden regeert daarentegen de jeugd (al dan niet goed ‘geconserveerde’ jeugd) en er heerst een koortsachtige feestvreugde. Er wordt druk geflaneerd, de eeuwig 16-jaar oude meisjes in hotpants of minirok, met heel veel kantjes en roesjes en meestal op torenhoge naaldhakken, de eeuwig 16-jaar oude jongens met Bogart hoedjes en nonchalent ver afzakkende lange broeken. De winkels puilen uit met torenhoog geprijsde artikelen; de vele gokhallen braken een kakofonie aan geluid uit als er een deur opengaat. Een gouden zeepbel? Hoe zal het verder gaan met Japan? Enkele weken geleden lazen we in het nieuws dat de laatste kerncentrale in Japan zal worden gesloten. Een moedig besluit.

Op het perron staat achter een catheder een nette juffrouw in grijs mantelpak met rode biezen, een gondeliershoedje in bijpassende kleuren op het hoofd. Ze ontvangt ons met veel egards en controleert nogmaals onze kaartjes (voor de 3e keer…) ‘Degene die Playmobil heeft bedacht, moet zijn inspiratie hebben opgedaan in Japan’, zei Mels eens onderweg. Elke functie heeft zijn eigen werkkleding. Werkmannen die in lichtmasten hangen hebben werkpakken aan – lichtblauwe, mintgroene of beige, afhankelijk van het bedrijf – met witte helmen; hun opzichters middelgrijs, met witte helmen. De bijbehorende vlaggenmansen zijn in het donkerblauw met witte banden rond het bovenlichaam en een witte helm; in de hand een rood vlaggetje aan een stokje; of, in het donker, met roodflikkerende banden rond het bovenlichaam en een roodflikkerende staaf. (‘The force…’, weet Mels.) Meteropnemers zijn in het lichtgroen; vuilnismannen in lavendelblauw; in de grond wordt gegraven met pastelpaarse pakken aan; postbodes op scooters zijn in het donkerblauw met een witte band en een witte helm. Bij benzinestations wordt elke auto omringd door enkele pompbediendes in middelgrijs met rode biezen. Hotels en winkels hebben hun eigen uniformen. Scholen ook: leerlingen dragen veelal marinepakjes, of zijn in het zwart, de jongens met zwarte broek en hooggesloten jasje met witte boord erbovenuit, de meisjes met witte blouse, zwart jasje, zwart plissérokje, zwarte kniekousjes. De kleinere met gele helmpjes. En als het regent gele parapluutjes; heel soms is er een groepje met blauwe pluutjes. Het playmobil-effect wordt versterkt door de vaak compacte, vrij vierkantige autootjes, de felrose of zachtpaarse graafmachines en de lichtgewicht trekkertjes op de sawa’s. Een overzichtelijke maatschappij. Zouden daarom de henropakjes ook zo geliefd zijn om te dragen? Vooral bushenro’s kunnen zich helemaal optuigen: smetteloos witte broek en jasje (wit ondergoed ook uiteraard), witte sokken en gympen, witte slobkousjes en aanzetmouwtjes die de polsen tegen de zon beschermen, witte doek of handdoek rond het hoofd met erop het bekende rieten punthoedje, aangevuld met een witte pelgrimstas, een kleurige sagesa (gebedssjaal) en een pelgrimsstaf met even kleurig hoesje rond de bovenkant. Loophenro’s zien er over het algemeen wat minder ‘compleet’ en smetteloos uit. De Japanse maatschappij blijft ons mateloos intrigeren…

Op het vliegveld geven we onze koffers én onze staffen af. Vorig jaar hadden we grote problemen onze staffen mee te krijgen in het vliegtuig, ook al stond er in de voorwaarden van de KLM dat elke passagier een wandelstok mee mag nemen. Dit jaar bleek de wandelstok geheel verdwenen te zijn uit die voorwaarden en hebben we maar het zekere voor het onzekere genomen en extra betaald voor onze staffen. En nou maar hopen dat ze het overleven… Mijn bamboe pelgrimsstaf heeft helaas na verschillende grote regenbuien en langdurige zweetpartijen langs de bovenste 20–30 centimer het mooie patina van verwering en aangekoekt vuil verloren door mijn regelmatig heen en weer glijdende hand. En aan de onderkant zit een viezig tapeje tegen de splijtzucht waar bamboe staffen nou eenmaal aan lijden. Maar we zijn zeer gehecht geraakt aan onze staffen…

Dan stijgen we op vanaf het kunstmatige eilandje in zee, vlak voor de kust van Osaka. Nog even zien we vaag wat scheepjes in het water, dan zijn er alleen nog maar wolken. Shikoku is niet te zien.

Naar huis… Zoveel herinneringen die ik meeneem…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *