Dag 86: maandag 21 mei 2012: Klein geluk

De eclips die om half 8 volledig zou zijn, gaat de mist in. Er is teveel bewolking. Af en toe valt er lichte regen. Omdat er in het hotel vanwege vakantie geen ontbijt is te krijgen, zoeken we (Ken, Mels en ik) rond het station naar iets eetbaars, maar tot onze verbazing is alles gesloten tot 9 of 10 uur. Bij een eveneens gesloten wafeltentje krijgen we toch koffie. We eten er wat kaakjes bij. En later op het station vinden we nog wat brood. In de trein die ons naar het oosten brengt, trekken eindeloze beboste berghellingen voorbij. Af en toe zijn er bijzonder mooie watervallen. In een uur zijn we in Yufuin, bekend vanwege zijn onsens (openbare baden) die elk jaar in de top 10 van Japan eindigen, vaak zelfs op de allerhoogste plaatsen. Het is een toeristisch plaatsje vol bijbehorende winkeltjes en riksha’s met magere jongemannen, bovenop het hoofd een klein staartje, waardoor ze allemaal wat op elkaar lijken. Hier en daar lopen we even naar binnen en ik koop wat cadeautjes. In bijna elk pandje is ook ijs te koop – zelfs Italiaans! – maar we weten allebei de verleiding te weerstaan. Door de ramen zien we hier en daar mensen aan een lange goot zitten, de onderbenen in het water, waar ze worden omringd door kleine visjes die aan huidschilfers en ander ongerief knabbelen. ‘Het kriebelt enorm!’, laat een van de bezoekers weten, terwijl ik wat foto’s neem door het open schuifraam. Rond het middaguur zoeken we een restaurant op dat Ken al eerder heeft bezocht, maar het voltallige personeel staat netjes op een rij net de laatste klant uit te zwaaien. Het beekje vlakbij zit vol visjes die regelmatig boven het water uitspringen. Dichtbij is een ander, ook uitstekend restaurant, waar we de streekspecialiteit nemen: kip.

Tussen alle winkeltjes zit ook een aantrekkelijke galerie. Om 1 uur ontmoeten we er Arai Masayuki, een 32-jarige, dus relatief jonge keramist die hier een tentoonstelling heeft en erg mooi werk maakt: wit-, beige- en zwartgeglazuurd gebruiksgoed van steengoed, met een bruinig randje waardoor het een patina van ouderdom krijgt. Na onze vragen, nemen we ook vele foto’s. Daarna pikken Kure en Minna ons weer op met de auto en bezoeken we Ana Koreya, 39 jaar oud en met vergelijkbaar gebruiksgoed, maar dan van porselein en zonder bruin randje. Hij is druk bezig voor een tentoonstelling in Tokyo, al in juni, maar maakt toch tijd vrij voor ons. We drinken er thee en praten over zijn werk.

Dan gaan we met de auto verder naar het oosten, naar Beppu dat aan de noordelijke oostkust van Kyushu ligt. Een autosnelweg voert vlak langs de kust, waar talloze lange palmbomen staan; dan rijden we opnieuw het binnenland in naar enkele van de heetwaterbronnen waar Beppu bekend om staat. Het gloeiend hete water stroomt door 3750 bronnen en 168 onsens, en verwarmt ook huizen en ovens. We zien overal stoom uit de poreuze grond komen, tussen huizen, in de bossen, overal. Als een overjarige wasserij met talloze lekkende heetwaterleidingen. Hier en daar staat een betonnen ‘boiler’ om het water in op te slaan. In lage rietgedekte schuren wordt het water door kleimassa’s gevoerd om het klaar te maken voor de modderbaden (‘badkristallen’). Er hangt een sterke zwavellucht en de leidingen en basins waar het water doorheen wordt gevoerd, zijn behoorlijk aangekoekt. In een restaurantje in de bergen rondom Beppu eten we eieren die in een heetwaterbron zijn gekookt en kleine puddinkjes (een soort crème brulée). Dan scheuren we naar het huis van Kure Matsumoto en haar man Kohaku, waar we een nacht zullen logeren. Kure rijdt breedgrijnzend 80 waar het 40 km/u zou moeten zijn en 140 op 120 km trajecten.

Eens woonden ze in Tokyo, maar op een landelijke plek op Kyushu vonden ze hun thuis: een groot, traditioneel huis op een stuk land van 9000 m2, met een stukje bos, een grote sier- en moestuin, een kakiboomgaard, groene theestruiken en enkele rijstvelden. Kohaku is zowel musicus en instrumentmaker (snaarinstrumenten en blokfluiten) als boer (voor eigen gebruik). Catherina hebben ze hun thuis genoemd, naar hun hond, en als Mels vertelt dat dat ‘puur’ betekent, zijn ze daar erg blij mee, want alles wordt hier organic gekweekt. Kure musiceert niet alleen, ook ontwerpt en naait ze kleding. Het mooie en gezellig ingerichte huis is bezaaid met paspoppen en instrumenten.

Kure dringt aan op een gezamenlijk bezoek aan de onsen, maar Mels is niet te vermurwen en ook Ken laat het afweten, en we nestelen ons al gauw met zijn allen in de schilderachtige keuken. Kohaku haalt de groente uit de tuin, en terwijl Minna kookt, helpen Kure, Mels en ik de groente schoon te maken, gezellig aan de oude houten tafel. Tot ’s avonds laat eten en kletsen we. Onder meer over geluk. Ken heeft gelezen dat Nederlanders de gelukkigste mensen ter wereld zijn. Maar ja, wat is geluk? En hoe meet je dat? ‘Je kunt niet altijd gelukkig zijn’, zegt Mels. ‘Het gaat vooral om accepteren wat er is.’ Ik denk dat er naast het grote geluk van een huwelijk of een geboorte vooral heel veel klein geluk is, het ‘dagelijkse geluk’ en dat is misschien nog wel veel belangrijker. ‘Misschien schuilt daar het geluksgevoel in: de kunst dat kleine geluk te zien’, suggereer ik. Kure denkt dat veel Japanners zo verlangen naar het grote geluk, dat ze het kleine geluk niet zien.

In het donker kijk ik door het badkamerraam naar de velden. Rondom het huis zitten ontelbare aantallen kikkers te kwaken. Dit is een plaats van geluk.

Overnachting: huis Kure en Kohaku Matsumoto (met wifi, meer dan uitstekend avondeten, meer dan uitstekend ontbijt).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *