Dag 84: zaterdag 19 mei 2012: Geheime ovens

De Nabeshima Clan maakte tot aan de Meji-periode porselein voor zowel de keizer als voor de shogun. De clan verhuisde in 1675 van Arita naar het in de bergen gelegen Okawachiyama om hun speciale technieken geheim te houden. Nog steeds is het plaatsje het belangrijkste centrum voor de productie van Imari porselein. Okawachiyama ligt 6 kilometer buiten Imari en met de bus zijn we er in zo’n 20 minuten. Met de op het station in Imari verkregen Engelstalige plattegrond kunnen we goed uit de voeten. Okawachiyama blijkt een klein, pittoresk pottenbakkersplaatsje, omarmd door lage, donkerbeboste bergruggen waarbovenuit kale, grillig gevormde rotsen steken. De toegangsbrug is weer met porselein gedecoreerd: mozaïek en tegels langs de balustraden; erbovenop grote vazen. We bezoeken eerst het Imari Arita Ware Traditional Craft Center dat een zaal herbergt met oud porselein uit de streek en een zaal met werk van hedendaagse keramisten, evenals enkele cursusruimten. Engelstalige teksten zijn er helaas niet. Daarna slenteren we door de straatjes, vol winkels gevuld met porseleingoed. De meeste waren lijken nogal op elkaar, en helaas ook nogal op hetgeen bij elke toko in Nederland te koop is: commercieel massagoed. Maar er zijn enkele (positieve) uitzonderingen. Het dorp ziet er goed onderhouden uit, misschien iets te goed… Hoewel we in de afgeschermde schuren achter en naast de winkels werkplaatsen vermoeden, lijken de grote bakstenen schoorstenen overal in het dorp vooral ter decoratie aanwezig te zijn. Ook de enige noborigama die we zien op een berghelling, lijkt al lange tijd niet gebruikt. Is er massaal overgegaan op gasstook? Of wordt hier soms Made in China verkocht?

Via wat paadjes lopen we een van de omringende bergjes op, met mooi uitzicht over het dorp en de kale, vreemdgevormde rotsen. We komen langs mooie, stille hoekjes – een schrijntje waarboven een grote boom zich vastklemt aan de zijkant van een kale rots, een noborigama, de plaats waar de ruïne van een noborigama is aangetroffen (de basisstructuur aangegeven door een rijtje grote natuurstenen) – en af en toe zijn er weer ovenstenen verwerkt: grove in muurtjes, smalle in het plaveisel. We komen ook langs typisch toeristische plekjes die zwaar vervallen zijn: een viezige vitrine met potscherven middenin het bos, de Pottery Plaza en het Hanyo Kiln Park beide met kapotte mozaïeken. Blijkbaar gaat alle aandacht in dit dorp alleen maar uit naar het commerciële gedeelte. Al om 12.22 uur nemen we de bus terug naar Imari en lunchen er bij het matige Gusto, een restaurantketen waarvan de naam meer suggereert dan ze bieden. Daarna rusten we een uurtje in het hotel en maken ons dan op voor de 2e helft van ons dagprogramma: Imari.

Imari staat bekend om zijn porselein, zijn enorme biefstukken en om de degenkrabben, de levende fossielen die in de zomer in de baai aan de kust komen om te paren en eieren te leggen. In de Engelstalige folder/stadsplattegrond die we over Imari hebben gevonden, staat onder meer het treinstation als bezienswaardigheid vermeld. Dat doet het ergste vermoeden – Tilburg promoot zich ook op die manier… – zeker als we het bouwwerk bij onze aankomst al niet de moeite waard vonden… Over Imari kunnen we inderdaad melden dat er niets te zien valt… We lopen vanaf het station eerst naar het noorden. Af en toe staat er in de straat een keramisch beeld op een sokkel. Vlak voor de brug over een brede rivier is er aan een gevel een langwerpige, keramische klok, onder meer met een VOC schip erop. In het straatje erachter bezoeken we het Ceramic Merchant’s Home, een gerestaureerde opslagplaats uit 1820. Beneden is er een kleine winkel en een ruimte om zelf de draaischijf te proberen; op de 1e verdieping is er een klein museum met Ko-Imari, antiek Imari porselein. We gaan al gauw weer verder. Na de lange brug, waarop eveneens enkele keramische sculpturen staan, besluiten we al snel dat het niet zinvol is door te lopen. Imari heeft ons niets te bieden, geen interessante keramiek, maar ook niet een leuk stadscentrum met pittoreske huizen of interessante winkels.

Via een omweg door wat kleine straatjes keren we terug naar de rivier en volgen die enige tijd naar het westen, de richting van de riviermonding op. De brede betonnen rivierbedding bestaat voor een groot deel uit slik. Ik schud mijn hoofd als ik telkens in mijn ooghoek een snelle beweging zie. Als ik wat beter kijk, schieten – zich zijwaarts voortbewegend – 100-en kleine krabbetjes in hun holletjes in de modder. Kleine, witte monddelen steken er voorzichtig uit. Via wat grotere wegen lopen we weer de richting van ons hotel uit. Eindelijk zien we ergens een winkelcentrum: een super, een 100 ¥ shop, Mister Donut en… – tot onze blijdschap – een kaiten sushi. We eten héél vroeg en al voor 7 uur zijn we weer terug bij het hotel, nadat ik onderweg nog even mijn goedkope supermarktzonnebrilletje heb laten repareren dat al na 2x dragen uit elkaar viel.

Overnachting: Sentararu Hotel (Central Hotel), Imari (westerse kamer, 2×1½p-bed, bureau met krukje, tv, koelkast (werkt niet), fauteuil en bank met tafeltje, kast, piepkleine badkamer met wc/bad/douche, uitzicht op stad/omringende bergen, internet via kabeltje op kamer, redelijk ontbijt)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *