Dag 82: donderdag 17 mei 2012: Smeltkroes

Nagasaki is een cosmopolitische stad. Eens was het de enige toegangspoort naar het Westen, toen het alleen aan de Nederlanders was toegestaan handel te drijven met Japan, via het eilandje Deshima voor de kust van Nagasaki. Toen de handel met het Westen na meer dan 200 jaar opnieuw werd toegestaan, kreeg de stad daar opnieuw een belangrijke rol in. Hoewel de stad 3 dagen na Hiroshima eenzelfde tragisch lot onderging, waarbij circa 75.000 mensen omkwamen, willen wij de stad vooral bezoeken vanwege zijn reputatie als smeltkroes van culturen. Hiroshima betekent stilstaan bij het verleden, Nagasaki vertegenwoordigt de hoop voor de toekomst.

Na een zeer matig ontbijtje bij Tully’s, een Japanse keten van wat mindere kwaliteit, brengen we een bezoek aan Deshima (tegenwoordig geschreven als Dejima). Tot onze verrassing blijkt het eiland al in 1904 te zijn opgeslokt door Nagasaki. En het is klein! Het kunstmatige eiland is maximaal 70 meter breed en 233 meter lang geweest. En van de Nederlandse handelspost (1641–1859) is ook niets overgebleven dan wat fundamenten in de bodem. Pas in de 2e helft van de 90-er jaren van de vorige eeuw is een begin gemaakt met de wederopbouw ervan, uitgaande van de situatie zoals die begin 19e eeuw was, want het eiland heeft vele veranderingen doorgemaakt in de loop van de tijd. Het straatje met fraai herbouwde huizen en opslagplaatsen is een klein anachronisme in het moderne, na 1945 herbouwde Nagasaki, een kleine oase omringd door kantoren en parkeersgarages. Hordes schoolkinderen in matrozenpakjes bezoeken de nederzetting, als we aan onze rondtocht beginnen. In het straatje staan enkele mannen in traditionele (Japanse) kleding, compleet met rieten punthoed en sabel, waarmee de kinderen graag op de foto gaan. Bijna elk gebouw bevat een tentoonstelling die meer vertelt over de geschiedenis van het voormalige eiland. En vooral over de enorme impact die het contact met de Nederlanders had op de modernisering van Japan, de talrijke technische verworvenheden die vanuit het Westen hier werden geïntroduceerd. En uiteraard over de export vanuit Japan naar het Westen: onder meer zilver, koper en… keramiek. We blijven er uren en uren, want er is veel te zien en te lezen, dat laatste dankzij de Engelse samenvattingen die er overal zijn. Af en toe stroomt het zweet ons weer overvloedig over de rug – ondanks de bewolking is het erg warm zodra de zon even tevoorschijn komt – en op andere momenten hebben we kippenvel.

Na een wat matige ‘internationale’ lunch in het museumrestaurant, bezoeken we het Nagasaki Museum of History and Culture, dat als centraal thema heeft: ‘Overseas Exchange’. De permanente collectie is gegroepeerd rond de overzeese contacten die er zijn geweest en bevat vele kunst- en gebruiksvoorwerpen, maar ook vele documenten die met de handel te maken hadden. Keramiek is er weinig te zien, maar zeer fraai zijn de verschillende kamerschermen. Jammer genoeg zijn er nauwelijks Engelstalige teksten, dus het blijft voornamelijk bij kijken. Een wisseltentoonstelling heeft de olifant als thema, zoals het dier werd afgebeeld in het verleden, in boeken, op kamerschermen, op porselein, enzovoorts. Tot slot is er ook een reconstructie van een vroeger gerechtsgebouw in Nagasaki. We komen er verschillende houten bulletin boards tegen waarop de proclamatie staat van het verbod op het christendom, in 1587 uitgeroepen uit angst voor indoctrinatie en onderwerping door het Westen. De christenen werden eeuwenlang zwaar vervolgd in Japan. Een gravure toont de kruisiging van 26 christenen op de Nishizakaheuvel bij Nagasaki. Elders werden christenen in kokende zwavelbronnen geworpen. Toen in 1864 voor het eerst weer een kerk mocht worden opgericht voor de buitenlandse gemeenschap in Nagasaki, meldde zich een groep christenen die hun geloof meer dan 200 jaar in het geheim hadden gepraktiseerd. Het is een geschiedenis die ik helemaal niet kende. En dat plaatst ook de ontmoeting die we op 17 april hadden met iemand die trots vertelde dat hij christen was, in een ander daglicht. Ik had zijn mededeling for granted aangenomen, in het Westen is zoiets immers niets bijzonders. Voor hem lag dat duidelijk anders. En dat begrijp ik nu beter.

Na het museumbezoek lopen we door Chinatown, een oude Chinese ‘enclave’ in Japan, vol met toeristische winkeltjes en relatief dure restaurants. Via wat winkelstraten lopen we terug in de richting van het hotel en vinden tot ons geluk een kaiten suhsi. Na een ritje met de tram halen we (ik) nog een cappuccino en dan keren we – behoorlijk moe – terug naar het hotel. De zon is net verdwenen achter de bergen, de nevelige, lichtblauwe avondhemel achterlatend met een vaag rose gloed.

Overnachting: JR Hotel, Nagasaki (westerse kamer, 2×1½p-bed, bureau met stoel, tv, koelkast (werkt niet), fauteuil met tafeltje, badkamer met wc/bad/douche, uitzicht op treinstation/stad/omringende bergen, internet via kabeltje op de kamer, geen ontbijt besteld)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *