Dag 81: woensdag 16 mei 2012: Little Boy

Onze laatste reisweek in Japan staat geheel in het teken van keramiek op Kyushu. We vertrekken laat in de ochtend; nog even uitslapen en ompakken: de koffers blijven achter in het hotel in Osaka. De rugzakken zwaar beladen met boeken en tijdschriften (waaronder eindelijk mijn leesboek weer!) lopen we naar station Namba waar we de metro nemen naar de Shinkansen. We lopen opnieuw Gwen tegen het lijf. Nóg een keer nemen we afscheid.

Onderweg naar Nagasaki doen we Hiroshima aan. Een bezoek dat ons diep raakt. Hiroshima is een beladen naam en je gaat er niet heen voor toeristisch sightseeing, maar om stil te staan bij de apocalyptische verwoesting die er heeft plaatsgevonden. Wij bezoeken het Vredespark, dat baadt in de warme zon én in grote aantallen schoolgroepen. Net buiten het park bevindt zich de A-Bom-koepel, het overblijfsel van het vroegere Centrum voor Industriële Productie dat dicht bij het hypocentrum stond waar op 6 augustus 1945 de eerste atoombom in de geschiedenis van de mensheid explodeerde. Het is het enige restant dat na zoveel jaar nog bewaard is gebleven en het is uitgeroepen tot Werelderfgoed. We staan te kijken bij de puinhopen, de verbogen resten van een draaitrap en het staketsel van de koepel bovenop het gebouw. Ik denk aan de foto’s die ik van de stad heb gezien, genomen kort na de verschrikkelijke verwoesting. Hiroshima was een bloeiende stad met 350.000 inwoners. Hoeveel er zijn omgekomen is onbekend, want ook de volledige administratie was vernietigd. De jaren erna zijn er nog eens 180.000 mensen overleden aan de gevolgen van de bom. We zijn allebei diep geëmotioneerd. Naast ons kakelen een moeder en dochter in het Engels: ‘Dat ze die rotzooi nog niet opgeruimd hebben! Wat moet je ermee.’

In het park luiden we om de beurt de Vredesklok, daarmee een wens tot vrede de wereld inzendend. Verderop in het park is het Kindervredesmonument dat is opgericht om alle kinderen te gedenken die door de bom zijn omgekomen. Het verbeeldt een klein meisje met een kraanvogel en is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal: Sadako Sensaki was 2 jaar oud toen de bom viel; 9 jaar later kreeg ze leukemie. Ze geloofde dat ze beter zou worden als ze 1000 papieren kraanvogels zou vouwen. Ze overleed toch en haar klasgenootjes gingen door met haar werk. Ze zamelden geld in voor een monument. Op de plaquette eronder staat: ‘Dit is onze Schreeuw. Dit is ons Gebed. Vrede op Aarde.’ Nog steeds maken schoolklassen 1000 kraanvogels om bij het monument te hangen. Als we er aankomen, begint er juist een ceremonie: een schoolklas die een grote hoeveelheid kraanvogels komt brengen. Enkele kinderen houden een toespraak. De 2 Engelse vrouwen zijn druk bezig met het nemen van foto’s van de kraanvogels die er al hangen en lachen en gieren ondertussen met zijn 2-en. Ik kijk verbijsterd toe. Zelf kunnen we onze tranen nauwelijks inhouden.

We bezoeken ook de Vredesvlam, ‘die pas zal worden gedoofd als alle nucleaire wapens de wereld uit zullen zijn’ en de Cenotaaf, een ontwerp van Tange Kenzo, ter herdenking van de slachtoffers van de bom. Een inscriptie vermeldt: ‘We zullen deze fout nooit meer maken.’ Een optimistische uitspraak, voortkomend uit een diep verlangen. De Herinneringshal omvat een panorama van 360 graden van na de verwoesting, gezien vanuit het hypocentrum. En er zijn computers met namen en stambomen van de slachtoffers. Bij de receptie liggen kraanvogeltjes, sommige heel klein. Ik sta ze te bewonderen, als de receptioniste met een doos aankomt: ik mag er een klein papieren doosje uitkiezen, met erin piepkleine kraanvogeltjes. Om niet te vergeten.

Op het station kopen we 2 obento’s – doosjes met meeneemmaaltijden – en nemen dan de Shinkansen naar Nagasaki. We zijn er pas om 9 uur, maar ons hotel bevindt zich in het station: de Japan Railways hebben eigen hotels van een uitstekende kwaliteit (en je hoort geen trein!) Vanuit onze kamer op de 10e verdieping hebben we een sensationeel uitzicht over de sporen en de stad eromheen. Een berg vlakbij is bezaaid met lichtjes. Sprookjesachtig. Ik werk nog even door, want er zijn deadlines die al lang zijn overschreden. Gelukkig kan ik het in de trein voorbereide werk het internet op krijgen. Om 10 uur gaan we nog even op zoek  naar een cappuccino, maar er is niets te vinden en inmiddels is het al behoorlijk fris geworden. In een van de vele, vele convenience shops (buurtsupers) kopen we een pak oma’s jus en werken dan maar weer verder op de kamer.

Overnachting: JR Hotel, Nagasaki (westerse kamer, 2×1½p-bed, bureau met stoel, tv, koelkast (werkt niet), fauteuil met tafeltje, badkamer met wc/bad/douche, uitzicht op treinstation/stad/omringende bergen, internet via kabeltje op de kamer, geen ontbijt besteld)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *