Dag 80: dinsdag 15 mei 2012: Met dank aan de zwaartekracht

Na de tempeldienst is er een vuurceremonie in een ander tempelgebouwtje en met een grote groep mensen – waaronder nog 4 à 5 andere buitenlanders – zitten we opgepropt rond de priesters die het vuur stoken en de soetra’s reciteren. Na het ontbijt lopen we opnieuw over de begraafplaats naar het mausoleum toe, deze keer in de – nog niet al te ernstige – regen. Het natte weer voegt een extra dimensie toe aan deze bijzondere omgeving. Ik maak talloze foto’s. Bij het mausoleum steken we wierook en kaarsjes aan – Mels voor zijn jongste dochter, ik voor mezelf – en reciteren we de hartsoetra. Om half 11 maken we een ceremonie mee die 2x per dag plaatsvindt: vanuit een van de tempelgebouwen wordt door 2 priesters een draagkist met voedsel naar Okuno In gebracht, de tempel bij het mausoleum. In de tempel wordt het voedsel op het altaar gezet voor het raam dat uitkijkt op de laatste rustplaats van Kobo Daisi. Mels schrijft een gomagi (bidlatje) voor mij en geeft het aan de monnik in de tempel om later ceremonieel te laten verbranden. Daarna dalen we af in de kelder onder de tempel, vol beeldjes (25.000 volgens Mels). We lopen er de Parijzenaar tegen het lijf die we 6 mei op Shikoku tegenkwamen. Hij blijkt Gwen (en nog heel veel meer) te heten (een Keltische naam), is 30 jaar en werkt als computerdeskundige bij Parisbas. Gwen voegt zich ongevraagd bij ons groepje. Met zijn allen gaan we nog eens uitgebreid op de foto. Mels en ik laten onze stempelboeken afstempelen en krijgen van Hide-san nog een extra stempelkaart bestemd voor tempels langs het voetpad dat we hebben afgelegd. Daarna zoekt Mels een plaatsje voor een reepje stof dat hij heeft meegekregen van een Nederlandse keramiste. Hij bindt het rond een van de fraaie grafstenen en neemt er foto’s van, zodat ze zal weten waar haar reepjes stof naartoe gevlogen zijn.

Op weg naar de andere tempels op Kōya-san, komen we langs de tempel waar we 2 jaar geleden verbleven – de Shojoshin tempel – de fraaie bergtuin nu getooid met zachtbruinrode tinten van diverse struiken. Asaka geeft bij de Ekō In tempel enkele gomagi af om morgenvroeg tijdens de vuurceremonie te laten verbranden, om te bidden voor haar familie. Na een lunch bij een van de restaurantjes op Kōya-san, bezoeken we nog enkele tempels. Bij de Kongobuji tempel laten we voor de (voorlopig) laatste maal ons boek afstempelen. Het hart van Kōya-san wordt gevormd door de bijna 50 meter hoge, feloranjegekleurde Konpon Daito pagode. We overwegen een bezoek, maar Mels en ik vragen ons langzamerhand wel af of de tijd niet teveel gaat dringen om de hele voettocht naar beneden nog te kunnen maken, tenslotte hebben we over de klim zo’n 9 uur gedaan. Hide-san verzekert ons echter dat we in een uur beneden kunnen zijn: ‘Met dank aan de zwaartekracht.’ We kunnen het bijna niet geloven.

Het is al 3 uur als we ons op maken om de berg weer af te dalen; bij de pagode nemen we afscheid van Gwen, die nog wat tempels gaat bezoeken. We nemen een weg die naar het noorden leidt en – tot onze verrassing – nog iets verder omhoog ook. Dan begint het echt serieus te regenen. Bij een tempel aan de rand van Kōya houdt Hide-san stil voor overleg. We kunnen nog kiezen op dit punt: het bergtreintje (de cable car) naar beneden óf te voet de berg afdalen. We kiezen er zonder enig voorbehoud voor te lopen en trekken allemaal onze regenjassen aan. Het blijkt gelukkig een zeer goed geplaveid pad te zijn, hoogstens af en toe wat glad door afgevallen sugiloof. We schieten snel op, maar Hide-san valt bijna als een van de dekplaten over een goot omkantelt. Ook bij een volgende goot ligt een dekplaat los. Hide-san verzekert alle platen netjes, zodat een volgende wandelaar er niet over zal vallen. Daarna haasten we ons weer verder naar beneden. Na een klein uur zien we achter een lange, feloranje brug het Gokurakubashi (=Brug naar de hemel) treinstation waar al een trein staat te wachten. We hebben zo snel gelopen – 1 uur, zoals gepland! – dat Hide-san denkt een eerdere trein te kunnen nemen terug naar Osaka. Maar we moeten eerst nog de brug over en via een omweggetje naar het station en dat doen we al hollend. Net op tijd schieten we de trein van 16.25 in. Gwen blijkt er ook te zijn en voegt zich opnieuw bij ons gezelschap. Buiten trekt een dampig berglandschap voorbij vol sugi en andere bomen. We zien weer de bloeiende bomen die we al op Shikoku zagen: chinkapin of Castanopsis sieboldii blijken ze te heten, familie van de beuk, wintergroen, volgens Hide-san.

In anderhalf uur zijn we in Osaka. We nemen opnieuw afscheid van Gwen. Asaka kent een goed restaurant waar – naast de internationale keuken – ook specialiteiten van Osaka worden geserveerd zoals doteyaki (gestoofde runderpezen, simmered beef sinew). Hide-san heeft opnieuw een verrassing: hij geeft Asaka en mij elk een boekje getiteld Valentines, met Japans- en Engelstalige poëzie. Vertaald door Hide-san! Hij vertelt dat hij bepaalde Japanse gewoonten rond Valentijn erg vervelend vindt: vrouwen geven chocolade aan een man die ze leuk vinden en de man is dan verplicht haar uit te nodigen voor bijvoorbeeld een lunch. Daar heeft hij helemaal geen zin in. Toen hij dit boekje in een Engelse boekhandel zag, stelde hij de uitgever voor een vertaling ervan te maken, want deze Valentijntjes spraken hem wel aan.

Het is een heel gezellig samenzijn. Warme momenten die ik zal blijven koesteren. Mensen die me zo dierbaar zijn geworden, zoveel warmte geven. Hadden we voorgaande jaren erg veel moeite met de overgang van pelgrimstocht naar de ‘normale’ maatschappij, deze keer sluit alles naadloos op elkaar aan. De 2 dagen op Kōya-san zijn weldadig geweest. Nadat Asaka en Hide-san met de trein vertrokken zijn, mijmeren we nog wat na bij een cappuccino. Vanuit Starbucks hebben we een goed uitzicht op de drukke winkelstraat waar 10 uur ’s avonds nog druk geflaneerd wordt. Het leven is goed.

Geplande afstand: onbekend, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 5,0 km, hoogste punt 868 m (noordrand Kōya-san), totale stijging 106 m, laagste punt 461 m (eindpunt: Gokurakubashi treinstation), totale daling 407 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1551,0 (plus 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 15.04– 16.25 uur
Looptijd: ca. 1 uur
Gemiddelde snelheid: ca. 5 km/u
Bezochte tempels: Ekō In (geslapen in gastenverblijf), Okuno In (bij mausoleum Kobo Daishi; met bezoek stempelkantoor), Kongobuji (met bezoek stempelkantoor) op Kōya-san
Blaren: restantjes
Overnachting: Cross Hotel, Osaka (westerse kamer, 2×1½p-bed, bureau met krukje, tv, 2 kluizen, koelkast, kast, fauteuil met tafeltje, badkamer met wc/wastafel en ofurokamer, wifi op de kamer, goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *