Dag 78: zondag 13 mei 2012: Het staartje

Veel henro’s gaan na het afsluiten van hun pelgrimstocht nog naar Kōya-san, de heilige berg ten zuidoosten van Osaka, centrum van de Shingon-sekte en laatste rustplaats van Kukai: ‘Om Kukai te vertellen dat de tocht is afgerond.’ (Kukai is niet echt dood, hij ‘mediteert’.) Voorafgaand aan onze 1e pelgrimstocht zijn we er ook geweest; nu willen we Kōya-san bezoeken ná onze voettocht. Morgen zullen we samen met Hide-san en Asaka de berg beklimmen en Hide-san heeft voor ons allemaal al de overnachtingen geregeld.

Om 10 uur nemen we de bus naar Osaka, een rit van zo’n 3 uur. Het is licht bewolkt. Opnieuw passeren we de Yoshinogawa en rijden we langs grote plantages met lotusplanten. Na de grote bruggen die Shikoku met Honshu verbinden, zijn er eindeloze beboste bergen met sugi, bamboe en loofhout. Af en toe zijn er huizen. Een tijdlang rijden we langs de Japanse Binnenzee; schimmige eilanden drijven in een gladde, zilvergrijze zee. In de laagvlaktes tussen de uitlopers van de bergen zijn wat grotere dorpen. Buizerds scheren over; boven zee zijn enkele aalscholvers. Op de velden wordt gemaaid; hier en daar liggen hoopjes afval te smeulen. Langzamerhand rijden we de metropool Kobe binnen en niet lang daarna zijn we al in Osaka.

Als we eenmaal compleet zijn, gaan we eerst op zoek naar een lunch. Asaka heeft gewoond in Osaka en ze heeft de zoektocht goed voorbereid. We doorkruisen verschillende drukke winkelstraten en er zijn enkele telefoontjes nodig voor we het restaurant weten te vinden. We doen okonomi: op een bakplaat worden mengsels van ei, groenten, vis en vlees gebakken, een van de specialiteiten waar Osaka om bekend staat. Later die middag nemen we de trein naar Gokurakubashi; vanuit een plaatsje er vlakbij zullen we morgen Kōya-san beklimmen. Het is zo gezellig kletsen, dat we vergeten over te stappen. Pas op het laatste moment springen we eruit. Ook in Gokurakubashi vergeten we uit te stappen. Gelukkig is het een eindpunt; hoewel de trein uiteindelijk wel weer terug gaat naar Osaka. Als de eerste schoonmakers arriveren in de inmiddels verder lege coupé, krijgen we het eindelijk door. De ryokan-eigenaar staat al klaar met zijn auto. Wat een luxe! We krijgen met zijn 4-en een hele bovenverdieping in de ryokan: 3 kamers om te slapen, 1 kamer als ‘lounge’. Hij brengt ons ook nog eens naar de onsen. Voor de deur van de onsen wijst hij met een wijds gebaar – dat de halve wereld zou kunnen omvatten – de route die we morgen zullen gaan lopen: van rechts in het gezichtsveld, waar de bergrug begint in de vlakte, via allerlei berghellingen en -ruggen naar een punt dat uitsteekt boven de bergrug links in ons gezichtsveld: de top van Kōya-san. We hebben nog niet eerder ons hele dagprogramma zo voor ons uitgespreid gezien. Indrukwekkend.

De onsen haalt zijn water uit heetwaterbronnen en er zijn vele baden – ook buiten – om van te genieten. We blijven er ook eten, omdat dat niet in de ryokan kan. We zitten net als er een Amerikaan even komt buurten, langneuzen wekken nu eenmaal de nieuwsgierigheid op van andere langneuzen. Patrick heet hij en hij is al 5 jaar op Kōya-san om zich verder te verdiepen in het boeddhisme. Noemt zichzelf – met een brede lach – een langzame student. Hij lijkt er niet onder te lijden. Er blijken een stuk of 5 buitenlanders op die basis te wonen op Kōya-san, naast de vele kortverblijvers. Na het eten worden we op de afgesproken tijd weer netjes opgehaald door onze gastheer.

Hide-san heeft een verrassing voor ons: hij heeft de tv-uitzending over de pelgrimstocht op Shikoku, waarin wij voorkomen, opgenomen voor ons. We bekijken de dvd gezamenlijk in de gemeenschappelijke zitkamer. En we praten, onder meer over mijn ziekte en de invloed die de pelgrimstocht erop heeft. Asaka vertelt over haar val enkele jaren geleden, van de 1e verdieping van een golfoefengebouw. Ze hield er alleen een gebroken elleboog en een scheurtje in haar bekken aan over en is ervan overtuigd dat ze dat te danken heeft aan Kukai. Daarom heeft ze daarna uit dankbaarheid Kōya-san beklommen en is daarna begonnen het pelgrimspad op Shikoku in delen te lopen, elk jaar een week lang. En daarom wilde ze ook zo graag nóg eens Kōya-san beklimmen, samen met ons. Hide-san vertelt over de pelgrimstocht die hij vorig jaar tegen de klok in aflegde op Shikoku. Hij was veelvuldig de weg kwijt, want het normale pelgrimspad loopt met de klok mee rond het eiland en de merktekens onderweg zijn alleen daarvoor bedoeld. En hij merkte dat hij ook heel veel tijd kwijt was aan de grote aantallen henro’s die hij onderweg tegenkwam, omdat hij tegen de stroom in liep: ‘Misschien kostte elke henro maar 5 minuten, maar zoveel henro’s maal 5 minuten… Soms moest ik aan het eind van een middag me enorm haasten om nog op tijd bij een tempel aan te komen…’ Hij vindt zichzelf niet een ‘ernstige’ loophenro, omdat hij steeds de bus of de trein heeft genomen op die trajecten die hij saai vond. ‘Als jullie de tocht nog een keer afleggen, dan mag je je daarna aanmelden voor de korte gidsencursus. Dan krijg je zo’n mooie oranje pelgrimsstaf met rinkelende ringen bovenaan.’ Dát lijkt me wel wat…

Overnachting: ryokan Nakagawa, Kudoyama (1 kamer 8 tatami’s groot met tokonoma, 1 tafeltje; 1 gemeenschappelijke zitkamer 8 tatami’s groot met tokonoma, 1 tafeltje met 4 grondstoeltjes, tv met dvd-speler, binnenveranda met 2 stoeltjes en tafeltje, geen avondeten, geen ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *