Dag 77: zaterdag 12 mei 2012: Verse henro’s

De laatste loopdag…

Bij ons vertrek kunnen we voor de laatste maal ons ‘grapje’ maken: als we onze rugzakken omgespen, passen onze heupbanden niet meer over onze dikke buiken; zó goed hebben we gegeten, beduiden we de gastvrouw. In werkelijkheid vertrekken we ’s ochtends meestal met fleece- en/of windjack aan en arriveren we aan het eind van de dag in een hemdje. Maar het grapje werkt altijd.

We hebben – voor ons gevoel – een dagje freewheelen voor de boeg: slechts 23–24 kilometer af te leggen over min of meer vlak land, verder naar het oosten door de brede vallei van de Yoshinogawa, naar onze eindbestemming, tempel 1. We volgen eerst korte tijd de drukke 2-baans weg waar de ryokan aan ligt, maar we slaan zo snel mogelijk ervan af, om via wat kleine weggetjes in de buurt van tempel 9 weer terug te komen op de oorspronkelijke henroroute die wat dichter langs de noordelijke bergrug loopt. Mels zet er goed de sokken in; zijn voetenpijn is een stuk verbeterd. Door de zware bewolking is het aanvankelijk behoorlijk koud, maar al gauw komt de zon weer tevoorschijn. Het blijft echter lekker fris, heerlijk om te lopen. We lopen tegen de normale pelgrimsrichting in en daarom zijn er onderweg weinig merktekens waar we iets mee kunnen; we moeten regelmatig het routeboekje raadplegen om zo gericht mogelijk naar het oosten te komen via de wirwar aan weggetjes. En wat ons ook opvalt: als je tegen de stroom inloopt, kom je heel veel loophenro’s tegen! Zoveel loophenro’s die zo laat in het seizoen beginnen met lopen: zouden ze soms maar een deel van de route doen, bijvoorbeeld maar 1 prefectuur? Want anders komen ze middenin  de subtropische zomerhitte terecht én in het regenseizoen dat in juni begint.

Als we voorbij het poortgebouw van tempel 9 lopen, spreekt een autohenro-echtpaar uit Osaka ons aan. Ze doen de tocht nu met de auto, maar willen na zijn pensionering ook samen gaan lopen. Zij is benieuwd of de tocht goed te doen is. We blijven een tijdje staan praten en vervolgen dan onze tocht, steeds zoveel mogelijk over kleinere wegen. Het landschap is een mix van agrarisch en halfstedelijk. De meeste rijstvelden zijn inmiddels ingeplant. De kleine veldjes met aardappelplanten raken in bloei; een veldje met tabaksplanten is nog geen meter hoog. Een paar keer zijn er ook lotusveldjes. En langs de kant van de weg zijn er stalletjes met verse aardbeien.

Bij een supermarktje kopen we ijs en cake en vragen meteen naar een koffiehuis. We moeten er extra voor omlopen, maar dat hebben we er wel voor over. Het is een typisch ‘huiskamer’-koffiehuis zoals we wel vaker hebben bezocht: overal makkelijke stoelen, hoge planten, schilderijen aan de muur; mensen zitten te roken, spelletjes te spelen, de krant te lezen of tv te kijken. Een man komt bij ons zitten: hij is krantenbezorger en volgt Engelse les op donderdag. Ook de gastvrouw spreekt Engels en komt een praatje maken: de schilderijen zijn van haar hand. Wij geven onze kaartjes: collega-kunstenaars! Als we weggaan, mogen we niet afrekenen. Osettai! Wij geven klompjes. Zij geeft enkele foto’s van haar schilderijen. Ze zwaait ons na. Ik heb tranen in mijn ogen. Zoveel hartelijkheid!

Als we voorbij tempel 7 komen, zijn een man en vrouw druk bezig podia op te stellen voor het maken van een groepsfoto. Een busgroep komt net aan. Er wordt druk gearrangeerd, net zolang totdat iedereen erop past. De reisleider sjouwt ondertussen met zware weekendtassen richting stempelkantoor. De foto wordt eindelijk gemaakt; wij fotograferen mee… Bij tempel 6 zit weer een bedelhenro. Kwart over 12 keren we even terug naar de grote weg om bij een udonrestaurantje aan te leggen. Er zitten al 6 loophenro’s, smetteloos wit, net begonnen aan hun tocht zo te zien: ze zijn druk in de weer met kaarten en mobieltjes. We raken aan de praat met de man die aan de tafel achter ons zit: hij heeft al een eerste blaar en is evenmin tevreden over zijn kleine rugzakje, zonder frame en zonder heupband. We wensen ze ganbatte als we om 1 uur weer vertrekken.

Via wat kleinere wegen keren we vanaf de grote weg weer terug op de pelgrimsroute. Regelmatig is er een harde en behoorlijk frisse tegenwind. In een gehucht lopen we een jonge Belgische loophenro tegen het lijf en raken aan de praat. Hij vertelt dat hij een jaar economie heeft gestudeerd en daarna een jaar psychologie. Zijn moeder vond dat hij maar eens de Rue naar Santiago moest gaan lopen, maar hij houdt niet zo van Spanjaarden en koos daarom Japan. Hij heeft 2 dagen zitten wachten op een simkaart in een goedkope herberg in Bando (waar tempel 1 zich bevindt) en nu is hij ook alweer 2 dagen aan het lopen vanaf tempel 1. Zijn verhaal klinkt erg verward. Hij loopt de hele tijd verloren, zoals hij het zelf uitdrukt, weet vaak ook niet waar hij is. Hij spreekt ook geen woord Japans. De 1e dag is hij een monnik achterna gelopen naar een shintotempel, de berg op achter tempel 1, ‘wel een kilometer hoog!’ (In werkelijkheid ligt deze tempel vlakbij in een zijdal…) Op de berg was hij de weg ook al kwijtgeraakt en uiteindelijk bij een boer terechtgekomen waar hij kon kamperen. De boer had hem eten en een pint gegeven en ook een matje voor hem gesneden, want dat had hij ook niet bij zich. Hij kon echter niet slapen en was toen maar in het donker verder gaan lopen. Geschrokken van een wegschietend dier was hij weer helemaal teruggerend. Hij houdt niet van lopen, vertelt hij, en hij heeft ook niet getraind van tevoren. Hij heeft erg veel last van voeten, rug en bekken. Geldgebrek heeft hij ook. We geven hem de tip om gratis overnachtingsplaatsen te vragen bij de tempels en ook om ‘service’ (=gratis maaltijd) in restaurants. We vertellen hem over de hartelijkheid en de behulpzaamheid van de mensen van Shikoku.

Terwijl we staan te praten, gaat achter ons een deur open. Of we zin hebben in koffie? We blijken voor een beauty- en kapsalon te staan. Met zijn 3-en vleien we ons op de makkelijke stoeltjes en genieten uitgebreid van koffie met koekjes en later nog groene thee met cake. Een klant die net aankomt, moet maar even wachten en krijgt ook thee. De gastvrouw biedt aan om ons met de auto naar tempel 1 te brengen, maar dat slaan we vriendelijk af. We eindigen met foto’s. Pas om kwart over 2 gaan we verder, nadat we de Belg veel sterkte hebben gewenst en langdurig naar de gastvrouw en haar klant hebben gezwaaid. We moeten nog gaan opschieten… Nog 8 kilometer te doen en het is wel de bedoeling dat we tempel 1 nog voor 5 uur gaan halen… ‘Als je zo blijft doorlopen, zijn we er over een uur’, hijgt Mels achter mij, met de gps in de hand. ‘Je loopt weer eens 6 kilometer per uur!’

Om kwart over 4 komen we aan bij tempel 1. De aardige stempelmonnik, een bejaarde vrouw, kaalgeschoren, maakt een mooie bladzijde in ons stempelboek, compleet met einddatum. ‘Osettai!’, zegt ze. We krijgen hem gratis. En ze geeft er ook een massagestokje bij, gemaakt van rolletjes papier, en wat folders over Kōya-san. In het zithoekje tekenen we het Boek der Voltooiing; ik schiet vol. In het boek zijn sinds ons vertrek op 28 februari 577 namen bijgekomen, waarvan 29 buitenlanders, onder andere uit Argentinië, Korea, Kroatië, Italië, Duitsland, Frankrijk, Thailand, Tjechië, Nederland en vooral uit Australië en de USA. Daarna drinken we groene thee samen met enkele geïnteresseerde autohenro’s.

Vanaf Bando Eki nemen we de boemeltrein voor een ritje van 22 minuten naar Tokushima. We kijken stil naar buiten, vol tegenstrijdige emoties nu de tocht is afgelopen. Grote oppervlakken met lotuskwekerijen trekken voorbij; de planten vaak omgeven door tunnels doorzichtig plastic. Soms zijn er wijngaarden; de druiven een millimeter groot. Maar vooral zijn er weer sawa’s, eindeloze hoeveelheden sawa’s. Langzamerhand neemt het stedelijk gebied de overhand. We passeren de brede Yoshinogawa en lopen dan Tokushima binnen. Tegelijkertijd met David Moreton komen we bij het hotel tegenover het station aan. We hebben afgesproken samen uit eten te gaan. David (de auteur van het Engelstalige routeboekje) vertelt over zijn drukke werkzaamheden rond de henro michi, naast zijn ‘echte’ baan als leraar Engels aan de universiteit van Tokushima. En ook over zijn persoonlijke leven, hoe hij in Japan is terechtgekomen, en waarom hij zich er zo thuisvoelt. De zachte Japanse aard.

Pas tegen 10 uur nemen we afscheid. Op de hotelkamer kunnen we de temperatuur niet omlaag krijgen. De hotelairco staat vandaag afgesteld op verwarmen, legt de vriendelijke receptioniste uit. Uiteindelijk verkassen we om half 12 naar een andere, veel grotere kamer met 2 ramen die open kunnen. Dat geeft tenminste lucht! We zijn tot na 1 uur aan het werk, toch nog even van de wifi profiteren, want de komende dagen gaan we wéér lopen…

Geplande afstand: 23,4 km, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 25,0 km (incl. 1 km extra naar koffiehuis, excl. 1 km van tempel 1 naar station), totale stijging 457 m, totale daling 458 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1521,5 (plus 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.20–18.10 uur (in Sun Route Hotel, Tokushima)
Looptijd: 4,57 uur
Gemiddelde snelheid: 5,2 km/u
Bezochte tempels: tempel 1
Blaren: 2 restantjes en 1 kleine
Overnachting: Sun Route Hotel, Tokushima (westerse kamer, 2p-bed, bureau met stoel, tv, badkamer met bad/douche/wc, wifi op de kamer; om half 12 verhuist naar westerse kamer, 1x1p- en 2x 1½-bed, bureau met 2 stoelen, flatscreen tv, computer, koelkast, hal met kast, badkamer met bad/douche/wc, wifi op de kamer, goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *