Dag 76: vrijdag 11 mei 2012: Rondje rond

Nog 2 loopdagen…
Na een ondanks de pijn toch redelijk goede nachtrust, is het eerst moed verzamelen om op te staan. Maar de voeten vallen best wel mee. Slechts af en toe is er nog een pijnscheut. Vandaag staan 22–23 kilometer op het programma: via tempel 88 naar onze overnachtingsplaats bij tempel 10. Eigenlijk is ons rondje al rond bij tempel 10, maar dat telt natuurlijk niet; we gaan morgen door naar tempel 1. Het is koud(!) als we om kwart over 9 vertrekken. We volgen de smalle weg waar de ryokan aan ligt, verder naar de 3 kilometer noordoostelijker gelegen tempel 88. Het is (het eind van) dezelfde weg als die we 2 jaar geleden namen naar de tempel. Langzaam stijgt het weggetje een kleine stille vallei in. Enkele keren horen we een fazant schreeuwen. Een paar keer rijdt een betonwagen het weggetje af. Eenmaal gaat het bijna mis: De chauffeur is druk bezig met beide handen zijn muts goed op zijn hoofd te zetten. De auto stuurt zichzelf onze kant op. Pas op het laatste moment geeft hij een ruk aan het stuur…

Al binnen een half uur zijn we bij de tempel. Via de zijpoort komen we bij een van de tempelgebouwen en bij de schrijn waar pelgrimsstaffen in worden bijgezet. De blauwe en witte wisteria ervoor zijn bijna uitgebloeid; de vele pioenrozen al helemaal. Tegen beter weten in zoek ik tussen de 1000-en staffen achter het glas naar degene die ik 2 jaar geleden achterliet bij deze tempel. Pas een jaar later hoorde ik, dat niet alle staffen worden bijgezet; normaal worden ze verbrand… We hebben allebei besloten – net als vorig jaar – onze staffen mee naar Nederland te nemen. We voeren de rituelen uit en ik laat bij het stempelkantoor mijn boekje stempelen; een diploma kopen we deze keer niet, we hebben er al een… Daarna kuieren we langzaam naar de uitgang, langs de trappen waarlangs we de vorige keer na een hachelijke bergtocht naar beneden kwamen. Bij de hoofdpoort (met links en rechts beelden van Kannon) krijgen we meteen een kommetje gemberthee aangeboden door een van de winkeliers die hier hun nering hebben. Hij had ons gisteren al ergens gezien, vertelt hij. Ik neem er ook een ijsje en koop er bovendien 2 kleine kussentjes om een klankschaal op te zetten. We krijgen 2 flesjes water als osettai mee. Nadat we in een andere winkel nog onigiri hebben ingeslagen voor de lunch, zetten we om 10 voor 11 onze tocht voort. We hebben allebei een wat onwezenlijk gevoel, nu we de laatste tempel hebben bezocht, voor we teruggaan naar nummer 1. Ik kijk af en toe nog achterom naar de hoge rotsen boven de tempel, waar we vorig jaar overheen hebben gelopen; in gedachten neem ik afscheid…

We nemen eerst dezelfde weg als voorgaande jaren, die verder naar het oosten voert, af en toe licht stijgend naar een pasje toe, maar merendeels toch gestaag langzaam dalend. Er is slechts weinig autoverkeer. Daarna slaan we af en nemen de zuidelijke route, terug naar tempel 10. De zon weet steeds meer door de bewolking heen te dringen en langzamerhand stijgt de temperatuur. Tegen half 1 vinden we een rest hut waar we onze onigiri opeten. Kort erna zijn er enkele koeienstallen. Koeien zie je weinig op Shikoku – er wordt sowieso weinig vlees gegeten – maar de weinige koeien die er zijn worden nooit op grasland gehouden, maar in lage, donkere, open stallen, die rondom zijn afgezet met hekwerk. Koeienkoppen steken triest naar buiten. Op de dichtbeboste berghellingen is tussen het donkergroen het zachte geelwit van bloeiende bomen. Een grote zand- en grintfabriek stuift torenhoge wolken stof in het rond. We blijven even staan kijken en ik neem foto’s, terwijl we onderwijl wat bestoft raken.

Mels krijgt het steeds moeilijker naarmate de middag vordert; de pijn in zijn voeten vermeerdert. Mels: ‘Kun je je niet wat inhouden?!’ Antwoord: ‘Ik probeer jou bij te houden.’ Mels: ‘Waarom loop je dan telkens zo’n eind voorop?’ En later: ‘Al die stenen op de stoep!’ Antwoord: ‘Wees blij dat er een stoep is…’ Korte tijd later is er geen stoep meer: ‘Weer zo’n klotenweg!’ Langzaam lopen we het brede dal van de Yoshinogawa in, waar we maanden geleden onze voetreis zijn begonnen. Aan de overzijde zijn de donkere, hoge bergen waar tempel 11 en 12 zich bevinden: de 1e pelgrimshel. Wij blijven aan de noordzijde van het dal. Kort maken we een ommetje naar een postkantoor, dan gaat het verder westwaarts. We halen een vrouwelijke loophenro in, gekleed in smetteloos witte kleding met rieten punthoedje. Ze doet alleen de tocht in de 4e prefectuur van het eiland. Morgen zal ze ook haar tocht afronden – via tempel 11 – bij tempel 1.

Kort voor de bergweg naar tempel 10 buigen we af naar het midden van het dal voor onze overnachtingsplaats. We hebben voorgaande jaren al bij ryokan Yawata geslapen, maar beide keren in het begin van de pelgrimstocht, nu doen we dat tegen het einde ervan. Vlak voor de ryokan lopen we toch nog verkeerd; het kost ons een paar 100 meter extra. Maar om 4 uur zijn we er dan toch, allebei met behoorlijk zere voeten. Na het heerlijke avondeten duikt Mels meteen op de futon. Af en toe hoor ik hem jammeren van de pijn. Nog voor de avond valt, verzamelen zich donkere wolken boven beide bergruggen rond de riviervlakte.

Geplande afstand: 22,5 km, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 23,8 km (incl. 0,5 km extra naar postkantoor), hoogste punt 450 m (bij tempel 88), totale stijging 533 m, totale daling 840 m, eindpunt 39 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1496,5 (plus 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.13–16.00 uur
Looptijd: 4,48 uur
Gemiddelde snelheid: 5,0 km/u
Bezochte tempels: tempel 88
Blaren: 2 restantjes en 1 kleine
Overnachting: ryokan Yawata (1 kamer 10 tatami’s groot met 2 kastenwanden, 1 tafeltje, tv, kluis, 1 hal met wastafel, wc, uitzicht op omringende dal met beek en huizen/tegenoverliggende bergen (waar tempel 11 en 12 zich bevinden), uitstekend avondeten, redelijk ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *