Dag 75: donderdag 10 mei 2012: Geen tandvlees over

Er zijn vele manieren om de pelgrimsroute af te sluiten: eerst bangai 20, dan naar tempel 88, of andersom (en daar zijn ook weer variaties op), al dan niet gevolgd door het teruglopen naar tempel 1 om de cirkel weer rond te maken. Wij hebben er deze keer voor gekozen eerst naar bangai 20 te lopen, dan naar tempel 88 en vervolgens via het binnenland, langs tempel 10 – en alle andere tempels tussen 10 en 1 – terug te lopen naar tempel 1. De laatste 3 loopdagen gaan in. Vandaag zullen we eerst naar bangai 20 klimmen en dan via een andere weg weer terugkeren naar de gewone pelgrimsroute tot onze overnachtingsplaats zo’n 3 kilometer voor tempel 88.

Bij gebrek aan douche mandieën we ons ’s ochtends na het bad. Tot onze spijt kunnen we in dit hotel pas om 7 uur ontbijten, maar dan staan we ook startklaar. Toch duurt het al met al – inclusief afrekenen – tot 20 voor 8 voordat we kunnen vertrekken, 2 liter water meezeulend, want we verwachten onderweg niets te eten of te drinken tegen te komen vandaag. De weg voert naar het zuiden, verder het dal in, aanvankelijk lichtjes stijgend. Na anderhalve kilometer komen we langs de onsen – ook al een flatgebouw – waar we eigenlijk hadden willen slapen, omdat dat de dagafstand wat verkleinde, maar ze zijn deze week met vakantie. Er is slechts weinig verkeer en naarmate we stijgen, wordt de weg steeds kronkeliger, smaller en stiller. In de diepte bruist een beekje over een rotsige bedding. Hier en daar zijn wegwerkzaamheden, waar de bergwand onder de weg wordt verstevigd. Ook de wand boven de weg is veelvuldig in een betonnen frame gevat. Het lijkt een overkill voor zo’n klein, stil weggetje… Er staan massa’s koningsvarens, grote planten met grote, cognackleurige sporendragers; wat hoger zijn de varens een stuk kleiner, zonder sporen. Op de weg liggen af en toe rolletjes van bladrollers. Rondom ons zingen nachtegalen en talloze andere vogels. Verder weg is er de schreeuw van een fazant. De weg is al gauw behoorlijk beschaduwd en ook het frisse windje dat om elke bocht waait als we wat hoger zijn gekomen, maakt het lopen een stuk makkelijker en aangenamer dan op voorgaande dagen. Af en toe passeren we een huis, dat er verlaten uitziet. In enkele – met blauw of zwart zeil overspannen – kassen liggen tassen stammetjes geënt met shiitake. Later zijn er alleen nog maar verlaten kassen, overwoekerd door slingerplanten. De omringende, dichtbeboste bergen zijn donkere silhouetten; in de diepte zien we de weg die we eerder hebben afgelegd; de verre vlakte is niet te zien door de nevelige grijsheid. In de berm staat salomonszegel, tussen de Japanse duizendknoop die hier wat kleiner is dan normaal. Een specht roffelt op een verre boom; elders roept een uil. Hommels zoemen over de weg: kleine langwerpige honingkleurige en dikke korte met zwarte strepen. Kort voor we de (eerste) pas naderen, steekt er een behoorlijk koude wind op. Vlak na de pas zien we een zenkonyado (gratis overnachtingsplaats) met een bankje ervoor. We trekken een deur open om even uit de wind te zitten.

Daarna stijgt de weg nog zo’n 100 meter; een tijdlang lopen we over een bergrug met aan beide zijden een diep dal tot we opnieuw bij een pas komen, het hoogste punt van onze dagroute. Er staat een shintotempel en even later – als we iets zijn afgedaald – is er bangai 20, een klein, wat shabby tempelcomplex. De 2 kersenbomen bij de ingang staan volop in bloei, met zoetrose dubbele bloemen, bij het smerige waterbekken is een felpaars bloeiende struik waar talloze hommels rondzoemen, zwarte met honingkleurige kontjes. In perkjes staan tulpen en andere bloemen. Aan de rand van het complex staan vlaggen met enkele wimpeltjes eraan: Tibetaans? Het is pas kwart over 11 als we aankomen; we hebben er 3,5 uur over gedaan, even lang als in het hotel werd voorspeld. De stempeldame roept haar priesterzoon erbij, die wat Engels spreekt, voor het maken van een praatje. De tempelstempel is hier een dubbele: veel henro’s sluiten hier hun pelgrimstocht af en daarom toont het stempel zowel het getal 20 als 88. De zoon geeft ons 2 flesjes groene thee en enkele koeken. Erg welkom, want een vending machine is er niet; en een waterkraan evenmin, vertelt hij. Wij geven onze kaartjes en de vrouw laat het spaarvarken zien dat haar zoon op jonge leeftijd heeft geboetseerd.

We eten op een erg ongemakkelijk bankje bij het stempelkantoor een stukje van onze lunch op. Een paar maal komt de rode, langharige tempelkat even langs om geaaid te worden. Het blijft erg koud, we gaan al snel weer verder. Om kwart over 12 dalen we af aan de oostkant van de berg, ook weer over de weg. Er is hier wel een bergpaadje naar beneden, maar dat is afgesloten, te gevaarlijk geworden. De weg is 4 kilometer langer, maar dat hebben we al ingecalculeerd. Net als gisteren lopen we op een kaart van 1:100.000 en routewijzers zijn er niet of nauwelijks langs deze route; vooral tijdens de afdaling moeten we regelmatig even de kaart op de gps gebruiken, om te controleren of we nog in de goede richting gaan, want er zijn regelmatig splitsingen. Het blijft behoorlijk fris; pas enkele honderden meters lager gaat eindelijk het kippenvel op onze armen wat liggen. Het uitzicht is nog steeds erg beneveld; onze ogen prikken: zit er soms weer zand afkomstig van de Mongoolse vlakte in de lucht, net als vorig jaar? In de berm zie ik een parasitaire plant staan; het bladgroen ontbreekt. Een grijsgevachte aap sluipt stilletjes tegen de helling op. Rond enkele bomen hangen de blauwe bloemen van de wisteria. Soms zijn er grote groepen kleine witgele irissen. Op de weg liggen er af en toe platgereden hagedissen en salamanders; enkele keren een feloranje salamander met zwarte vlekken. De bewolking trekt steeds meer dicht en de zon verdwijnt. De temperatuur blijft een stuk lager dan voorgaande dagen en dat is erg fijn. Toch dreig ik regelmatig in slaap te vallen tijdens het lopen. ‘Ik snap niet hoe een mens in slaap kan vallen tijdens het lopen!’, zegt Mels. Nou ja, ik dreig ook regelmatig tijdens het besturen van een auto in slaap te vallen, waarom dan niet tijdens het lopen?

Langzamerhand komt de vlakte uit de nevels tevoorschijn. Op een betonnen richel bij een fabriekshal eten we het restant van onze lunch op en sukkel ik heel kort in slaap. Daarna krijg ik prompt weer last van buikkrampen. Eenmaal in een volgend dal, volgen we een weg door wat gehuchten, langs een smalle, in het beton gegoten bergwand. Bij een stuwmeer met een grote dam komen we op een grotere weg die ons weer verder naar het noorden zal voeren. Tot onze blijde verrassing zien we er een koffiehuis met flikkerend knipperlicht. We hebben sinds het ontbijt eigenlijk niet goed meer gezeten en onze lunch was wat schraal; we hebben behoorlijk honger en daarom is dit heel welkom. Ik knik vriendelijk naar de vrouwen die bij de ingang op een bankje zitten, maar ze schieten snel naar binnen. Als we naar binnen willen stappen, staan ze met zijn 3-en bij de deur, de armen over elkaar. Wat we willen… Koffie? Nee, dat is er niet. En iets kopen uit de winkel onder het restaurant op de 1e verdieping is er ook niet bij. We worden er op erg onvriendelijke wijze uitgebonjoerd. We begrijpen het niet goed: de parkeerplaats staat vol met auto’s en het knipperlicht geeft aan dat ze open zijn. Angst voor buitenlanders? We druipen af. Vlakbij is een open rest hut met stenen krukjes; iemand heeft er ook een kapotte fauteuil achtergelaten. Maar er staat hier een erg harde, koude wind en we blijven er slechts kort. Het is al 5 over 4 en we hebben nog minstens 8–9 kilometer te gaan.

Vanaf de dam lopen we verder naar het noorden, weer langs een erg drukke 2-baans weg waar geen plaats is voor voetgangers. Opnieuw gaat het soms bijna fout. Een tegemoetkomende zandauto staat bovenop de rem als er tegelijkertijd een vrachtwagen uit de tegenovergestelde richting komt. We drukken ons tegen de vangrail aan, maar hij weet vlak voor ons tot stilstand te komen. De harde wind blijft; we moeten ons er tegenin worstelen. Ook een volgende 2-baans weg, die naar het noordoosten voert, is erg smal. Zo’n 3 kilometer voor onze overnachtingsplaats rinkelt Mels’ i-phone: de ryokan vraagt waar we blijven. Kort daarna nemen we een stil zijweggetje naar het oosten, dat eerst leidt langs uitgestrekte grondwerkzaamheden waar nieuwe sawa’s worden aangelegd, en daarna langzaam stijgend door een kleine, idyllische vallei voert, omzoomd door bossen. Later is er af en toe weer een huis, in het laagste deel enkele sawa’s, langs de weg zijn er soms donkere poeltjes, half verscholen onder het gebladerte. De ryokaneigenaar is de tuin aan het sproeien en zwaait bemoedigend naar ons. Het is een uitgebreid complex waar we overnachten en we moeten eerst nog omlopen naar de ingang. Daar worden we uiterst hartelijk ontvangen door de gastvrouw. We kunnen meteen aanschuiven voor het avondeten. In de eetzaal zijn ook enkele taxihenro’s; ze hebben ons onderweg zien lopen, zeggen ze, en ze applaudiseren voor ons. ‘We hebben het toch gedaan!!!’, zeggen we telkens tegen elkaar. We kunnen het nauwelijks geloven; de laatste kilometers gingen echt op ons tandvlees…

Na het eten duiken we meteen op de futon; te moe om nog te kunnen zitten. Mels gaat er alleen af en toe even uit voor de wasmachine en droger. We wisten niet dat onze voeten zo’n pijn konden doen. Sinds onze 1e pelgrimstocht hebben we niet meer zo’n pijn gehad in heupen, knieën, kuiten, enkels en vooral voeten. Om de beurt jammeren we zachtjes.

Geplande afstand: 32,7 km, 750 m stijging
Werkelijke afstand: 36,8 km, hoogste punt 920 m (vlak voor bangai 20), totale stijging 1206 m, totale daling 1101 m, eindpunt 336 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1472,7 (plus 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.40– ca. 18.30 uur
Looptijd: 7,40 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: bangai 20
Blaren: 2 restantjes en 1 kleine
Overnachting: ryokan Takeyashiki (1 kamer 10 tatami’s groot met tokonoma, kastenwand, 1 tafeltje, tv, kluis, 1 hal, 1 binnenveranda met 2 stoeltjes, 1 tafeltje, wastafel, wc, uitzicht op tuin/beek/omringende heuvels, goed/uitstekend avondeten, goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *