Dag 74: woensdag 9 mei 2012: Het broeikaseffect

‘s Nachts zijn enkele uilen tegen elkaar aan het opbieden. Het is benauwend warm en we slapen slecht. Om 10 voor 6 kijk ik uit het raam naar de grote kamferboom bij het poortgebouw van de tempel. Op het stille tempelterrein loopt een zwaarbepakte loophenro. Even later komt er een kleine pickup aanrijden met een man in mintgroene werkmanskleren; ’s ochtends voor het werk nog even bidden in de tempel. Al sinds 5 uur, half 6 is er in de verte onweer te horen. Net na het ontbijt barst het boven ons los. De regen komt met bakken naar beneden. De hartelijke gastvrouw biedt koffie aan. We blijven plakken tot tegen 10 uur; we hebben toch een ‘makkelijk’ dagprogramma: 1 tempel te bezoeken en daarna 21–22 kilometer lopen naar onze overnachtingsplaats.

Het regent nog steeds als we het tempelterrein naast de minshuku oplopen om de rituelen uit te voeren, maar bij ons vertrek is het al droog. Bij een supermarkt slaan we wat eten in. Daarna keren we terug naar de route. Aanvankelijk volgen we dezelfde route als voorgaande jaren, naar het zuiden, richting tempel 88. Het is broeierig warm; ik voel het zweet in stromen van mijn rug lopen en ook over mijn wangen en polsen. Onze ogen prikken van het zweet dat er telkens in loopt. Het voelt alsof je voortdurend een broeikas in loopt, bij elke stap opnieuw. Slopend.
Op een parallelweggetje komen we langs een mooi heiligdommetje: een schaduwrijk plekje omringd door rotsen waarop overhangende bomen zich vasthouden met hun lange wortels. In de rotsen zijn vaag een man en een vrouw uitgehouwen. Op een hoge sokkel zit een beeld met een grote hoed. Talloze andere beelden staan her en der verspreid. Een bijzondere plek.

Langzaam stijgt de weg tot we al na anderhalf uur – we hebben dan inmiddels 7 kilometer afgelegd – bij het stuwmeer aankomen waar de Salon zich bevindt, het ontmoetingscentrum voor pelgrims. We worden er hartelijk ontvangen door een groep vrijwilligers. Er zijn zoals altijd groente thee en koekjes. We krijgen ook weer elk een certificaat dat we de tocht hebben afgelegd (nou ja, bijna…) Voorgaande jaren werden deze door een bejaarde man uitgeschreven, maar vandaag is hij naar het ziekenhuis voor zijn wekelijkse afspraak, zo wordt ons verteld. Een vrouw neemt nu de honneurs waar. Ze laat ook het gastenboek zien, waar we onze naam ook elk jaar opnieuw aan toevoegen. Ze vertelt dat ze bang waren dat de buitenlanders weg zouden blijven na de grote aardbeving, maar er komen er daarentegen steeds meer. Er komt een man bij ons zitten die goed Engels spreekt. ‘I am no. 1 walker in Japan’, zegt hij. Hij heeft (in delen) langs de kustlijn van Japan gelopen. En hij doet nu hetzelfde in Europa: vanuit Griekenland, via Macedonië, Kroatië en Italië is hij in Frankrijk aanbeland. Hij woont 7 kilometer van de Salon verwijderd. Elke dag loopt hij ernaartoe en weer terug om te trainen. Een van de vrijwilligers komt ook praten: hij is leraar Engels geweest en heeft dat ingeruild voor het boerenleven. Hij heeft veel gelezen over het christendom en vraagt of wij speciale gebeden (speciale zinnetjes) hebben, bijvoorbeeld voor de zieken. Ik vertel hem over het gedenken van zieken in onze gebeden, over de Dankdag voor het Gewas, over Allerzielen. En over het Onze Vader. Hij vertelt over de osettai (de cadeautjes voor pelgrims) in vroeger tijden. Vaak waren dat rieten sandalen (die gingen maar 1 dag mee) of een kommetje rijst. We blijven er een uur plakken, laten nog onze osame fuda’s achter bij de wand met kaarten van de herkomstgebieden van de loophenro’s (1 kaart van elke Japanse prefectuur en 1 van de rest van de wereld), ik dool nog even door het sfeerrijke museum terwijl Mels op de laptop onze blog laat zien, en dan gaan we naar het wegstation ertegenover voor een lunchset met hamburger.

Om 1 uur vertrekken we voor het 2e deel van ons dagprogramma. We volgen eerst dezelfde stille weg als 2 jaar geleden, de bergen in, tot zo’n 350–400 meter hoogte. Hier en daar zitten groepjes bergkikkers te brullen in hun holletjes. Grote libelles zijn er ook volop, vooral felgele en ook mooie honingkleurige. Rupsen zijn er daarentegen veel minder dan gisteren. Van het uitzicht is niet veel te zien. De zon is er weliswaar steeds meer bij gekomen, maar het blijft heel erg nevelig. We rusten regelmatig even in de spaarzame schaduw van een boom, pas later is de weg meer beschaduwd. Enkele keren moeten we aardverschuivingen passeren. De 1e keer is de helling onder de weg verschoven; in de weg zitten grote barsten. Niet zoveel verder is de helling boven de weg verschoven. Een smalle strook asfalt is al weer vrijgemaakt. Nog weer wat verder is een groot stuk van de smalle weg zelfs afgebroken. Als wij voorzichtig passeren, komen er net 4 auto’s aangereden met werkmannen en toezichthouders die de situatie komen bekijken en opmeten. Even verderop is er weer een stuk van de weg af. Het moet allemaal nog niet zolang geleden gebeurd zijn; we herinneren ons dat er in ieder geval 2 jaar geleden nog niets aan de hand was.

Na het pasje – waar we even na 2 uur zijn – daalt de weg weer heel langzaam. We komen langs een meertje met scholen vissen en schildpadden, en – tot onze grote verbazing – ook met enorme kikkers die met een blafje en met een sierlijke boog het water inschieten als we blijven staan om te kijken. Als we wat verder zijn afgedaald, nemen we een grotere weg naar het zuiden en later naar het westen. Daarmee wijken we van de route af die we 2 jaar geleden namen naar tempel 88, want deze keer willen we eerst bangai 20 nog bezoeken. De laatste tempels zitten eraan te komen… Bij een piepklein supermarktje hopen we ijs te vinden, maar dat is er niet. Wel krijgen we 2 pakjes fris toegestopt, die we meteen opdrinken, zittend op enkele kratjes voor de winkel. (Mels denkt dat het appelsap is, ik denk dat het smaakt naar Fristie.)

Naar het westen toe is het een vervelend traject: langs de vrij drukke 2-baans weg is geen plaats voor voetgangers en er is veel vrachtverkeer, vooral betonwagens en zandauto’s die op en neer rijden naar de verschillende betonfabrieken die we onderweg tegenkomen. Af en toe drukken we ons tegen de vangrail – als die er is tenminste, want anders is er de metersdiepe afgrond naast de kademuur waarop de weg rust. Een paar keer gaat het bijna fout. We houden ons hart vast. Maar we redden het, telkens weer. Even na 5 uur komen we op de splitsing waar onze overnachtingsplaats moet zijn. We hebben er dan 4 uur over gedaan vanaf de Salon, terwijl daar 3 uur werd voorspeld. Mels kijkt verbijsterd rond. In plaats van de verwachte minshuku staat er een groot flatgebouw van 11 verdiepingen hoog. Totaal out of context in de landelijke omgeving met hier en daar wat alleenstaande huizen. Maar als hij de artistieke impressie van de kanji heeft ontcijferd, komt hij tot de conclusie dat dit toch de gereserveerde overnachtingsplaats moet zijn. Het is – zoals we wel vaker in Japan zien – een soort Oostblokhotel met heel veel vergane glorie. Het eten is prima, hoogstens het plastic tafelkleedje wat schimmelig. We gaan vroeg op bed, want vandaag was de opmaat voor het programma van morgen: de allerzwaarste dag van onze hele pelgrimstocht, een klim van 230 naar bijna 1000 meter hoogte waar bangai 20 zich bevindt, de hoogst gelegen tempel op Shikoku. Maar vooral… in totaal 33 kilometer te lopen…

Geplande afstand: 20,0 km, 350 m stijging
Werkelijke afstand: 23,6 km (incl. 1 km extra i.v.m. supermarkt/postkantoor), hoogste punt 418 m (pasje), totale stijging 762 m, totale daling 574 m, eindpunt 231 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1435,9 (plus 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.42– ca. 17.05 uur
Looptijd: 4,40 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: tempel 87
Blaren: 1 restant en 1 hele (nog groter gegroeid)
Overnachting: Kabagawa Sō (1 kamer 8 tatami’s groot met 1 tafeltje, tv, kluis, kastenwand, 1 halletje met kast én met een brievenbus in de deur (‘Ik heb nog nooit een hotelkamer gehad met een brievenbus’, zegt Mels), 1 hal met 2 fauteuils, 2 tafeltjes, kluis en kastenwand, 1 hal met wasmeubel, 1 wc, 1 badkamer met bad (geen douche) goed avondeten, goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *