Dag 71: zondag 6 mei 2012: Don’t kill the ladybird

Marugame is naar het oosten toe aaneengegroeid met Sakaide. Al om 8 uur lopen we op de stille zondagochtend door verlaten winkelpassages en langs grotere en kleinere wegen door de lange stadsstrook naar het oosten. Zo vroeg in de ochtend is het al warm, ondanks de dreigende bewolking; zelfs de lichte wind voelt warm aan. Tempel 79 is slechts zo’n 6 kilometer verwijderd van ons vertrekpunt. Onderweg begint het lichtjes te regenen. Vlak voor de tempel worden we ingehaald door een Canadees. Al lopend wisselen we enkele woorden uit. Het is een snelle loper. Als we bij de tempel aankomen – een uitgebreid complex dat zowel een shintotempel als een boeddhistische tempel omvat en ook een enorme kamferboom herbergt – is hij al weer verdwenen.

We rusten even op een bankje bij het stempelkantoor om wat van de koekjes te eten die we gisteren hebben gekregen. Prompt gaat het luikje achter ons open en krijgen we nog wat koekjes van de stempelmonnik. De regen is weer opgehouden en de zon komt tevoorschijn. Het is lekker even te zitten; we hebben allebei last van vermoeide lijven. Het is en blijft toch een lange, erg lange tocht… En dan zien we al weer een langneus: Janice Farley uit New York, 62 jaar, deed op haar 50e al eens de Camino en heeft nu al haar eigendommen verkocht om deze reis te maken. En… ze is keramiste… We blijven lang zitten praten. Vooral over de tocht. Ze vertelt dat sinds in de VS een film uitkwam over de Camino – The Way – veel Amerikanen geïnspireerd zijn geraakt deze tocht te ondernemen. Vooral omdat het zo ‘anders’ is. Zijzelf is vrij onvoorbereid aan de henro michi begonnen: pas tijdens haar reis heeft ze van een vrouwelijke Argentijnse henro geleerd over de typische Japanse gewoonten, Japans spreekt ze niet en het maken van reserveringen – via derden als ryokaneigenaren of medehenro’s – lukt haar vaak niet. Ze heeft daarom eerst wekenlang met de Argentijnse opgetrokken, later met een 88-jarige Japanse henro tot hij ziek werd. Ze huilt veel, vertelt ze. We wisselen gegevens uit: zij heeft – net als wij – het plan na de pelgrimstocht keramiekplaatsen op Kyushu te bezoeken.

Een smal weggetje langs een brede rivier leidt ons verder naar het zuidoosten, langs huizen, met bloemrijke tuintjes en potten, en vooral langs heel veel Love Hotels, de tarieven per uur aangegeven op grote borden. Love Hotels zijn een typisch Japans verschijnsel: paartjes (ook echtparen) gaan er naartoe om wat privacy te hebben die ze in hun eigen huis niet kunnen vinden met die papieren schuifwanden. Langs een grote 4-baans weg moet volgens het routeboekje een supermarkt zijn en we hopen er een goedkope lunch te bemachtigen, maar de supermarkt blijkt verdwenen. We bijven de weg volgen op het trottoir ernaast en moeten voortdurend slalommen om de grote hoeveelheid lieveheersbeestjes, en ook mieren en andere insecten niet dood te trappen. Via een klein weggetje komen we om half 12 bij tempel 80. Elke prefectuur (provincie) op Shikoku heeft een prefectuur-tempel, die door de keizer lang geleden als zodanig zijn ingesteld. Tempel 80 is de prefectuur-tempel van de 4e en laatste prefectuur waar we doorheen trekken op Shikoku. Een middelgroot complex; de drukte valt ons mee. Tot onze verrassing zien we bij de hoofdtempel een Amerikaan. We praten even kort met elkaar en gaan dan de rituelen uitvoeren.

Na het tempelbezoek gaan we op zoek naar een restaurant, in de hoop toch ergens een goedkope lunch te vinden. Vlakbij het poortgebouw naar de tempel is een open hal. Het blijkt een grote verwenplaats voor henro’s, bemensd met 5–6 mannen en vrouwen die groene thee schenken. We schuiven gelijk aan. Aan ons tafeltje zitten enkele jonge mensen die zeer geïnteresseerd zijn. Zij zijn een dagje tempelbezoek aan het doen. Daarna kijken we toch nog even verder naar een eettentje en tegenover het poortgebouw blijkt net een zwaailicht aan te zijn gegaan. In het restaurantje vinden we de Amerikaan terug en schuiven bij hem aan tafel. Hij blijkt Matthew Bennett te heten, 34 jaar, afkomstig uit Chicago. Hij loopt, net als wij, de henro michi voor de 3e keer, met bangai erbij en deze keer in tegengestelde richting. Hij heeft zijn baan en alles achter zich gelaten en hoopt na zijn pelgrimstocht werk te vinden in Japan – er worden genoeg Engelse leraren gevraagd – en hoopt dan ook de tijd te vinden een boek te schrijven dat hij al heel lang van plan is. Hij geeft ons het advies eens in het najaar het pelgrimspad te lopen, zo mooi met de najaarskleuren van de Japanse esdoorn. En hij heeft een andere tip voor ons: Hij heeft wel eens gelift en we vragen hem naar het ‘liftgebaar’ in Japan, maar dat kent hij niet. Hij heeft de gastheer van de ryokan waar hij verbleef, gevraagd wat kartonnen borden te maken met de namen van de eindbestemmingen erop. Plus een bord met (in het Japans) ‘Anywhere’ erop, voor het geval niemand de richting uitging waar hij heen wilde. ‘Werkt altijd’, zegt hij.

Het restaurant blijkt een sociale werkplaats te zijn. Terwijl wij zitten te eten komen er steeds meer mensen binnen om origami te maken. Wij krijgen enkele kikkertjes, uiltjes en vissen aan koordjes. Als je op een kikkertje drukt, springt het weg. Mels maakt foto’s. Het is een van de leukste restaurants waar we ooit geweest zijn tijdens onze tocht en we worden door het voltallige personeel en alle bezoekers uitgezwaaid.

En dan komt om half 2 het klapstuk van de dag: we hoeven alleen nog maar 7 kilometer naar onze overnachtingsplaats te lopen, maar die is wel vlakbij tempel 81 op 400 meter hoogte. Via wat kleine paadjes bereiken we de voet van de berg. Verschillende loophenro’s zijn op de terugweg: ze gaan in 1 dag op en neer naar de 2 tempels op deze berg om dan de volgende dag via de laagvlakte verder te trekken; het voordeel daarvan is dat je geen of weinig bagage hoeft mee te nemen. Wij hebben het echter steeds anders gedaan: aan de ene kant de berg op, aan de andere kant eraf. Een van de henro’s die we tegenkomen, blijkt een Parijzenaar. We praten even kort. Verbazingwekkend hoeveel langneuzen we vandaag tegenkomen. Daarna loopt het pad serieus omhoog de berg op. We vorderen langzaam. Regelmatig moeten we (ik) even rusten, vanwege de warmte. Maar we hebben alle tijd, geen tempel te halen voor half 5. En er zijn volop bankjes, zelfs een rest hut. Af en toe hoor ik mooi vogelgezang; zou dat zo’n gestreept meesje zijn die vorig jaar zonnebloempitten kwam eten? Langzamerhand ontvouwt zich weer een fraai uitzicht. Deze keer over de vlakte met Marugame, de omringende bergen, de zee met talloze eilanden. Het is slechts een beetje heiig.

Het pad komt uit op de weg die langs onze overnachtingsplaats loopt. Enkele kilometers lang kronkelt de weg licht op en neer, dan zakken we zo’n 100 meter weer af tot we om half 5 bij het op zo’n 300 meter hoogte gelegen hotel aankomen. Het uitzicht is oogverblindend – letterlijk en figuurlijk. De zon schittert op het wateroppervlak van de Japanse Binnenzee. Ervoor steekt het havengebied van Marugame nachtzwart af. De omringende bergen staan in grijze toetsen achter elkaar. We hebben 2 jaar geleden in dit hotel overnacht, vorig jaar – toen we via het Nederlandse reisbureau dit hotel wilden reserveren – was de prijs ons veel te hoog, maar deze keer valt het weer mee en hebben we toch gereserveerd. Bij de receptie vragen we voor de zekerheid of ze creditcards accepteren. Jazeker! En zelfs die van ons! Een zucht van verlichting…

We blijken deze keer een wat goedkopere kamer te hebben dan 2 jaar geleden en ook een bijbehorende goedkopere maaltijd. Geen idee waarom we 2 jaar geleden duurder reserveerden, evenmin waarom het deze keer goedkoper is. We vragen meestal de eigenaar van een ryokan of hotel waar we zijn om de komende reservering(en) voor ons te doen; de details ontgaan ons… Maar het uitzicht is er even goed om. Terwijl we genieten van het avondeten in de eetzaal – de beloofde journalist komt niet opdagen – gaat langzaam de zon onder. In het westen is er de Japanse Binnenzee met de grote bruggen die Shikoku via enkele eilanden met Honshu verbinden. Meer naar het zuiden is er de kustvlakte met Marugame, af en toe onderbroken door dichtbeboste heuveltopjes. Langs de kustrand is er de havenindustrie: grote olie-opslagplaatsen, de hijskranen die we al eerder uit de verte zagen, langgerekte havenhoofden. Op de achtergrond en ook nog verder naar het zuiden zijn er alleen bergen, in alle mogelijke grijstinten. In de linker ooghoek zie ik relatief vlakbij een langgerekte berg die vanuit het midden terrasvormig wordt afgegraven. Langzaam kleurt de zon bloedrood, tot hij achter de bewolking aan de einder verdwijnt. Het in de grijzige verte gelegen Honshu verdwijnt in de grijze nevelen. De eerste lichtjes gaan aan, op de vlakte, en ook op de talloze schepen die in de zee zijn gemeerd. De wereld verstilt. We zitten eindeloos te kijken. Er zijn veel mooie vergezichten op Shikoku, maar misschien is deze toch wel de aller-, allermooiste… Het leven is een groot wonder. En niet alleen het leven… Alles wat er is…

Geplande afstand: 20,5 km, 400 m stijging
Werkelijke afstand: 21,0 km, hoogste punt 417 m, totale stijging 727 m, totale daling 440 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1352,4 (plus 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.57– ca. 16.30 uur
Looptijd: 4,20 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: tempel 79 en 80
Blaren: 1 restant en 1 hele (bestaande)
Overnachting: Sakaide Kanpo-no-yado (1 kamer 8 tatami’s groot met tokonoma en kastenwand, 1 tafeltje met 4 grondstoeltjes, tv, 2 kluizen, binnenveranda met tafeltje en stoelen, hal met koelkast en wasmeubel, wc, fenomenaal uitzicht over laagvlakte met Marugame, omringende bergen en zee met eilanden, goed avondeten, redelijk/goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *