Dag 65: maandag 30 april 2012: Blue Monday

Als we om 8 uur de trap afdalen komen Adriaan en Yuko snel aangelopen om wat foto’s te maken. We hebben helaas onze witte henrojasjes niet aan, want het regent, maar het tempert hun enthousiasme niet. Tot verbazing van Yuko zingen Mels en ik nog even Suikerbossie, ‘k sal jou hè, speciaal voor Adriaan. Hij krijg acuut een aanval van homesickness…

De hemel is zwaarbewolkt als we vertrekken; er is voor de komende 4 dagen regen voorspeld, maar voorlopig valt het nog wel mee. Het is warm en plakkerig en daarom laten we regenkleding achterwege. Vandaag zullen we tempel 66 bezoeken, gelegen op zo’n 950 meter hoogte en daarna aan de noordkant weer afdalen naar onze volgende overnachtingsplaats. Vorig jaar hebben we de berg naar tempel 66 benaderd vanuit het zuidwesten, nu doen we dat vanuit het zuidoosten. Eerst moeten we echter weer terugkeren op onze voetstappen, terug langs de Yoshinogawa tot waar deze naar het zuiden afbuigt. Daar zullen we een weg naar het noordwesten nemen.

We kopen eerst nog wat spullen voor de lunch – en ik vind een klein stoffen hoedje. Terwijl we langs de Yoshinogawa lopen, zien we in de diepte een hangbrug over de rivier gespannen, een moderne metalen voetgangersbrug. Mels heeft de smaak van hangbruggen te pakken gekregen en stelt voor de rivier hier al over te steken. Ik aarzel: Lopen we niet om terwijl we al een zwaar dagprogramma hebben? En… als we eerst zoveel moeten afdalen naar de brug, moeten we dat aan de overzijde ook weer omhoog lopen? En… is de brug wel toegankelijk? ‘Waar is je gevoel voor avontuur?’, vraagt hij. En hij heeft natuurlijk gelijk. We dalen af. Het steile betonnen paadje ziet eruit alsof het al jaren niet meer gebruikt is, maar de brug blijkt prima in orde en al deinend bereiken we de overzijde. Via een heel korte klim komen we op een stil weggetje. Een verademing na de drukke weg aan de andere zijde van de rivier.

Daarna komen we al gauw bij het begin van de bergweg die ons zal brengen bij de tempel. Aanvankelijk loopt het stille weggetje door wat buitenwijken van Awa-Ikeda, maar al snel kronkelt de weg rond dichtbeboste berghellingen. Het is een behoorlijke klim, vanuit het dal op zo’n 100 meter hoogte naar de bergtop op zo’n 950 meter hoogte. Ik heb erg veel moeite met de temperatuur en ook heb ik behoorlijk last van mijn knieën. Telkens opnieuw moet ik even uitpuffen, leunend op mijn staf. Een klein windje en de af en toe vallende lichte regen brengen wat verkoeling.

Tot mijn verbazing staan langs de weg een tijdlang grote massa’s koningsvarens. Over de boomkruinen strekt zich hier en daar blauwe wisteria uit, vol grote bloemtrossen. In een kleine, beschaduwde inham brullen kleine bergkikkers in hun holletjes. We zijn ongeveer halverwege de klim als er een piepkleine auto stopt. Een bejaarde dame verontschuldigt zich voor de beperkte omvang van de auto, maar of we een lift willen? We bedanken haar hartelijk, maar nee, we zijn hier om te lopen… Nauwelijks later hoor ik iemand achter mij hollen. Een jogger? Nee, een joggende henro, compleet met wit jasje en sagesa? Maar nee, hij beduidt dat zijn auto iets naar beneden staat, maar hij wilde ons graag 2 zakjes chips geven. Geweldig! Hijgend loopt hij, iets langzamer, weer terug naar zijn auto.

Naarmate we hoger komen, strekt het uitzicht zich uit over de omringende dichtbeboste bergen en dalen: met lichte vlekken, vooral in de dalen en riviervalleitjes, waar de loofbomen zijn te vinden, en donkere vlekken waar de sugi overheersen, die vooral de hogere delen in bezit hebben genomen. Door de dalen drijven hier en daar wolkenflarden. Als we om kwart voor 1 aan de onderste rand van het tempelcomplex zijn gekomen, rusten we kort op een tochtig bankje, omringd door enorme sugi en andere woudreuzen. Het is flink koud op de berg; de jassen gaan weer aan.

Tempel 66 is wel de meest megalomane van alle tempels die we bezoeken. Niet zozeer vanwege de uitgestrektheid van het complex, maar vooral vanwege de enorme hoeveelheid Lakham – vreemde levensgrote stenen beelden van de representanten van Boeddha – die zich in grote groepen op het terrein bevinden. We zien dat er sinds ons laatste bezoek een nieuw gastenverblijf en een nieuwe toegangspoort zijn bijgekomen. In een rokershoekje onder een afdakje eten we onze lunch op en voeren daarna de rituelen uit. In de hoofdtempel houd ik het bundeltje felgekleurde linten vast, dat via het plafond met een touwtje is verbonden met de handen en dan met het hart van Boeddha. Als je de linten vasthoudt, gaat je gebed rechtstreeks naar zijn hart. Bij een van de tempels staat een echtpaar de hartsoetra te reciteren: hij vooraan en met luide stem, zij een meter achter hem en zachtjes meedoend; een beeld dat we toch niet vaak zien in Japan. Om 2 uur dalen we de berg weer af aan de andere kant, langs een groepje ginkgo’s dat rond het karkas van een dode soortgenoot staat. Het legertje Lakham dat we vorig jaar samengegroepeerd zagen op een parkeerplaats in het bos, heeft zich nu verspreid langs het betonnen paadje dat aan de noordkant van de berg naar beneden loopt. En ze hebben een nummer gekregen: het begint rond de 500 en de laatste die we zien voordat we een klein zijpaadje de diepte in nemen, is nummer 135. Een lange rij vreemdsoortige beelden. Vaak hebben ze rare afwijkingen aan het gezicht, als lange, hangende wenkbrauwen, een bobbel op het voorhoofd of een extra grote schedel. Vele hebben ook een mythisch of ander dier bij zich. Sommige zien er heel echt uit, als de levende standbeelden in steden die plotseling bewegen als je ze even van dichtbij wilt bekijken. Het is een vreemde verzameling. En boven op het tempelterrein zijn er nog veel en veel meer. Het moet een vermogen hebben gekost…

Het kleine paadje loopt eerst over een bergkammetje. Plotseling is er links en rechts in de diepte alleen een dichte grijsheid, een leeg niets. Nu begint de regen wat serieuzer neer te vallen. Het maakt de afdaling niet makkelijker. Stapje voor stapje gaat het naar beneden over het vaak glibberige paadje, dat vaak bestaat uit hoge treden gemaakt met boomstammetjes. Naarmate we verder afdalen breekt de bewolking meer open en ontvouwt zich een stukje uitzicht op de kustvlakte; de kust zelf en de zee blijven onzichtbaar. Het wordt ook steeds warmer. Als we zo’n 500 meter zijn gedaald, kronkelt het pad een tijdlang rond de hellingen, omringd door felrose – een enkele keer lichtrose – bloeiende azalea’s. Iets lager zijn op een heuveltop de sporen te zien van een verwoestende brand die jaren geleden moet hebben plaatsgevonden. Overal staan en liggen dode bomen, hun plaats inmiddels weer ingenomen door jonger groen en vooral door heel veel azalea’s; hun lichte groen en felle bloemen steken mooi af tegen de donkerverbrande en door de regen natglanzende boomstammen.

Deze keer overnachten we al kort na het einde van het bergpaadje, omdat we morgen onderlangs de berg een omweg moeten maken naar bangai 16. Een van de loophenro’s die we bij tempel 66 zagen, komt ons al tegemoet in zijn yukata en is blij verrast dat we in dezelfde ryokan slapen. Ook de gastheer staat ons al op te wachten als we even na 4 uur aan komen lopen. We mogen onze natte spullen onder een afdak ophangen. Vanuit onze kamer, naast de ingang van de ryokan, hebben we een mooi uitzicht op de tuin en op de omringende bergen. Meestal zijn de ramen van de ryokankamers van matglas of geblindeerd met schuiframen van papier; des te fijner is het af en toe een mooi uitzicht te kunnen hebben.

Het avondeten delen we met 4 andere loophenro’s; een man is 41, de rest is in de 60. Een vrolijk groepje en ook de gastheer komt er gezellig bij zitten. De gastheer vertelt dat de bamboespruiten zelf gedolven zijn en de hamburger is van een wild zwijn dat hijzelf heeft geschoten. Een van de henro’s vraagt wat ons thuisfront vindt van onze tochten. ‘First time: ‘Crazy!’ Second time: ‘Even more crazy!’ Third time: ‘Top crazy!’’ Iedereen ligt dubbel… Ook de vraag waarom we lopen, komt weer voorbij: ‘Naze?’ Waarom? We vertellen ons verhaal, over de onwaarschijnlijk positieve invloed van de tocht op mijn ziekte: ‘Shikoku byoin.’ Het ziekenhuis dat Shikoku heet… De gastheer zegt: ‘You will win.’ Ik antwoord hem: ‘Maybe, maybe not. I just want to enjoy life. Live it fully.’ En dat doe ik; ik ben innig dankbaar dat ik hier ben, samen met Mels. Elke dag weer. De gastheer vraagt of het ook Shikoku byo is: ‘Shikoku ziek’, verlangen, heimwee naar Shikoku. Dat is het zeker. We vertellen dat we het eerste jaar tegen het einde van de tocht allebei telkens in huilen uitbarstten en dat we zelfs overwogen door te blijven lopen. Ja, Shikoku ziek zijn we ook. De gastheer begint te vertellen over een bushenro die pas in huilen uitbarstte toen hij in de trein zat, op weg naar huis. En dan schiet hij zelf ook vol en loopt naar de keuken. Het raakt hem… Een van de andere gasten vraagt ons of wij de hartsoetra reciteren bij de tempels. Jazeker. Enthousiast geeft hij ons allemaal een hartsoetra geschreven op mooi, dun rijstpapier. Veel henro’s laten bij elke tempel zo’n tekst achter; er is een speciale bak voor. Later, na het eten, praat Mels nog even met de gastheer. Die lucht zijn hart: Het is moeilijk sinds de aardbeving, de gasten blijven weg. Daarom is hij zo blij met onze komst, als buitenlanders, vertelt hij Mels. Ook in onze vorige overnachtingsplaats verbaasde het ons al dat er zo weinig gasten zijn momenteel, terwijl het Golden Week is, en zowel de ryokan waar we nu zitten als de vorige, zijn beide top verblijfplaatsen. Aozora betekent de blauwe hemel, maar hij is momenteel wel wat betrokken…

Geplande afstand: 19,7 km, 750 m stijging
Werkelijke afstand: 20,7 km, hoogste punt 900 m (tempel 66), totale stijging 991 m, max. helling 16%, totale daling 967 m, max. helling 25%
Cumulatief afgelegde afstand: 1214,1 (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.05– ca. 16.05 uur
Looptijd: 5,01 uur
Gemiddelde snelheid: 4,1 km/u
Bezochte tempels: tempel 66
Blaren: 1 (nog steeds dezelfde)
Overnachting: minshuku Aozora (1 kamer 6 tatami’s groot, 1 tafeltje, tv, uitzicht op tuin en bergen, goed avondeten, redelijk/goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *