Dag 64: zondag 29 april 2012: Verloren vallei

Ergens in het centrum van de oostelijke helft van Shikoku bevindt zich de Iya vallei. Een idyllische rivier die op enkele plaatsen nog wordt overspannen door hangbruggen gemaakt van dikke wijnranken. Alsof de tijd er heeft stilgestaan. Alex Kerr schreef er een boek over: Lost Japan (1996; ISBN 0864423705), waarin een idyllisch plaatje werd geschetst van een mistige vallei met hier en daar een rietgedekt huis. Al sinds we voor de eerste keer van plan waren naar Shikoku te gaan, was het mijn grote wens deze vallei eens te bezoeken, maar telkens ging dat mis met de planning. Nu hebben we voor vandaag – EEN ECHTE VRIJE DAG! – een uitstapje ernaartoe ingepland; helaas bleek gisteravond dat we alleen een klein stukje kunnen doen met de bus, het meer oostelijke deel zal voor een andere keer zijn…

Ik zit nog half te slapen tijdens het ontbijt, maar om 10 over 8 zitten we in de bus, die ons eerst terugvoert langs de weg die we gisterochtend vanuit het westen langs de Yoshinogawa hebben afgelegd. Dan volgt de bus de rivier waar deze ombuigt naar het zuiden en steeds verder versmalt. Het smaragdgroene water contrasteert sterk met de grijswitte rotsen langs de kale oevers en in de bedding. Vele – soms mooi rood gekleurde – bruggen overspannen de brede vallei. We komen ogen tekort, zoveel moois is er te zien aan natuur en aan menselijke bouwwerken. De afgelopen dagen hebben we steeds vaker trosjes windvanen in de vorm van vissen zien zweven in de lucht; die worden door grootouders gegeven op jongensdag in mei. Normaal hangt er een trosje van 4–5 vissen aan een lange mast, allemaal in verschillende formaten en kleuren, maar we zien ze ook steeds meer opgehangen in lange series aan een kabel, vaak boven een rivier. Vandaag zien we verschillende van deze series hangen, soms meerdere achter elkaar. Zo’n 30 kilometer zuidelijker komen we in Oboke en hier slaan we af om via een tunnel te komen in de Iya vallei. Deze vallei is aanmerkelijk nauwer en met steilere berghellingen omgeven. Een intieme vallei rond een bescheiden rivier. Al gauw bereiken we het gehucht vanwaaruit we een hangbrug zullen bezoeken.

In de folder staat: ‘Iya is home to Japan’s ‘big three’ off-the-beaten-track locations.’ Het gevaar van zo’n kwalificatie is, dat het toeristen aantrekt, en dus wegen, parkeerterreinen en hotels. En dat is precies wat hier gebeurd is. Grote hotelgebouwen met spa’s hebben links en rechts de berghellingen in bezit genomen. In de nabije omgeving van de hangbrug staan vlaggenmansen op elke hoek van de straat en bij elke bocht in de weg het verkeer te regelen, met een roodverlichte staaf in de hand. Vlakbij de hangbrug is half over het idyllische rivierdal een enorm complex gebouwd: een parkeergarage op lange betonnen stelten, de bovenste laag is een wegstation, ingericht met winkeltjes en een goedkoop restaurant. Alles ingericht op massapubliek. Het einde van de idylle.

De hangbrug – de Iya Kazurabashi – hangt op zo’n 10 meter hoogte boven de Iya en wordt omgeven door blauwe wisteria en vele groenbladerige Japanse esdoorns. De brug is met dikke wijnranken opgehangen aan dikke palen en aan enkele grote bomen, waaronder enkele sugi. Voor zo’n € 5 mag je eroverheen lopen, voorzichtig stappend op de houten plankjes waartussen gaten van 20 centimeter gapen. We zijn niet de eersten. Af en toe ontstaat er een opstopping midden op de brug, vooral als er foto’s genomen moeten worden. Het is gelukkig wel eenrichtingsverkeer; terug moet je over een nabijgelegen modernere brug lopen. Echt eng is het allemaal niet; we weten dat de brug tegenwoordig leunt op 2 staalkabels… Als we de overzijde hebben bereikt, zijn er langs de weg eetstalletjes: op gloeiende houtskool staan rijen satéprikkers met aardappeltjes, tofu en konjak (een rubberig, doorzichtig, grijsgrauw blokje met paarse spikkeltjes, gemaakt van de wortelknol van de konjak plant) en ook met kleine, flink gezouten forellen, door de bek in de lengterichting gespiest. Wij gaan eerst naar de 50 meter lange waterval die zich vlakbij in de Iya vallei stort. Daarna dalen we af naar de Iya zelf. Via een stenen trap komen we bij de rivier en moeten we onze weg vervolgen over grote rotsblokken. We aarzelen, want om nou net op je vrije dag een gebroken enkel te halen… Plotseling valt mijn zonnebril in een klein stroompje dat van de waterval afkomstig is. Hij blijft haken in een rotskommetje, maar voor ik erbij kan komen, wipt hij over de rand verder naar beneden, onder een grote rots. Mels probeert met een stok te vissen en ook een Chinees paartje helpt mee, maar hij blijft onvindbaar.

Eigenlijk willen we ook het huis bezoeken waar Alex Kerr heeft gewoond, nu in bezit van een stichting die zich inzet voor verbetering van de leefwereld. Want Alex Kerr schreef zijn boeken over Japan vooral vanuit een afgrijzen over al het mooie dat hier in Japan gruwelijk om zeep wordt geholpen, onder meer met de massaal in beton gevatte bergen, rivieren en zeekusten. Maar er gaat geen bus naartoe en het lijkt ons niet verstandig op onze vrije dag 25 kilometer te gaan lopen, vooral omdat het ook vandaag weer zo warm is en we bovendien morgen een serieuze berg naar tempel 66 moeten beklimmen. Daarom proberen we een lift te krijgen, maar we krijgen de indruk dat niemand onze handbeweging snapt. Eenmaal stopt er een (al volle) auto, ervan uitgaand dat we alleen de weg willen vragen. Een lift krijgen we niet. Daarom lopen we weer terug naar het gehuchtje, steken nogmaals de Iya over (via de gewone brug) en leggen dan aan bij het lelijke wegstation. In het restaurant – type gaarkeuken – worden we na de lunch weggestuurd als we nog wat willen typen. Er moet snel plaatsgemaakt worden voor nieuwe klanten. We gaan nog even zitten op een kunststof/aluminium mini-picknicksetje bij de winkeltjes. Het is de eerste zondag van de Golden Week, dé vakantieweek in Japan, en we zien hordes toeristen voorbijtrekken, zelfs een langneusgezin en een Arabische vrouw compleet met lange jurk en hoofddoek. Als we teruglopen naar de overkant van het dal, zien we een lange rij wachtenden voor de kassa naar de hangbrug staan.

Even na 2 uur nemen we de bus terug naar Awa-Ikeda. Deze keer rijdt de bus door de intieme Iya vallei naar het noorden. Over een weg die nauwelijks breder is dan de bus. De vele tegenliggers maken het niet makkelijk manoeuvreren. Regelmatig moet er iemand achteruit of zich opzij drukken. Onder ons zijn afgronden van zo’n 100 meter steil naar beneden. Dat is pas echt ijzen… Aanvankelijk zijn er nog enkele monstrueuze hotels en ook weer een groot wegstation op betonnen stelten, dan laten we alle lelijkheid achter ons en rijden alleen nog tussen hoge, steile, dichtbeboste hellingen, met in de verre diepte de kleine Iya die soms wat droger soms wat natter zich voortbeweegt over de grijswitte rotsbodem. Het vele loofbos bestaat voor een groot deel uit groenbladerige Japanse esdoorn; die zo mooi rood verkleurt in de herfst. Tussen het lichte groen zijn grote vlekken donkere sugi. En plotseling begrijpen we waarom Alex Kerr verliefd werd op deze vallei. Eenmaal zien we tot onze verbazing Manneken Pis staan op een uitstekende rots, een plek waar blijkbaar in het verleden veel waaghalzen hetzelfde uitprobeerden om de held uit te hangen. Langzaam daalt de weg tot we vele kilometers later bijna naast de rivier rijden. Tegen het einde van de vallei komen we door enkele gehuchten. Een rijtje oude huizen hangt half boven het water. Terug bij de busterminal in Awa-Ikeda bedank ik de chauffeur voor de fantastische tocht. En voor de veilige reis.

Bij het avondeten zijn er enkele langneuzen: Adriaan, een Zuid-Afrikaner die de afgelopen 3 jaar heeft lesgegeven in Okayama, op rondreis met zijn Japanse vriendin Yuko Hayashi, en een man uit New Jersey die samen met zijn Japanse vrouw, hun 8 maanden oude baby, hun vlinderhondje en haar ouders gaan hiken op Mount Tsurugi, vlakbij de oostelijke Iya vallei. Er gaat veel drank rond: sake, witte wijn, sake met citroen, sake met aardbei… En sigaretten ook, handgedraaide. ‘A coffeeshop would be nice…’, verzucht de Amerikaan, want wie kent niet het Hollandse systeem… Het wordt erg gezellig. Adriaan vindt het fantastisch dat hij zomaar Nederlands kan spreken in Japan. We praten ook over de pelgrimstocht. De Amerikaan vraagt of we advies hebben voor iemand als hij die geen tijd heeft. Ik herhaal de woorden van de verlamde Superman-acteur Christopher Reeve enkele jaren geleden voor tv, voordat hij stierf in 2004: ‘Many people talk about ‘one day…’ But one day might never come…’

Geplande afstand: 0 km
Werkelijke afstand: nagenoeg 0 km
Overnachting: ryokan Fukuya (1 kamer 6 tatami’s groot met tokonoma, 1 tafeltje, tv, kluis, halletje, (soms) wifi op kamer, redelijk avondeten, redelijk ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *