Dag 63: zaterdag 28 april 2012: De poort tot de hemel

Om kwart over 4 worden we wakker van gestommel bij de wc en wastafel op de gang; de eerste henro roert zich. Al snel bruist het hele huis van verwachtingsvolle haastigheid. Wij houden het tot half 6 uit op de futons, maar zijn wel op tijd voor het ontbijt van 6 uur. We krijgen van onze gastheer allemaal een pakketje onigiri mee voor de lunch. Als we om 20 voor 8 vertrekken, zijn we verreweg de laatsten. We worden uitgezwaaid door de dochter en ook op de valreep door de vader die net terugkomt met de auto; zeker een henro weggebracht. Wij zullen vandaag verder trekken naar het oosten, langs route 192, na 8 kilometer onze rugzakken achterlaten bij de volgende overnachtingsplaats en dan 7 kilometer verder lopen naar bangai 15, die van de ‘doorgaande’ henroroute afligt, in de bergen op zo’n 400 meter hoogte, en weer terug naar de ryokan. Een peulenschilletje lijkt het ons… Route 192 loopt door een langgerekt dal en daalt heel lichtjes naar het oosten. Er is 28 graden voorspeld en de hele ochtend hebben we de zon recht in de ogen; ik ben weer flink ingepakt. We zijn allebei behoorlijk moe en stijf; mijn rug en schouder zijn erg pijnlijk. Na een parallelweggetje dat door een gehucht loopt, vinden we aan route 192 een koffiehuis. Zoals bijna elke ochtend na een Japans ontbijt, hebben we honger, en zo zitten we om kwart voor 9 aan ons tweede ontbijt van die dag. Na de pauze ben ik nog stijver… De weg loopt langs een rivier vol grote rotsblokken; de berghellingen bedekt met frisgroen gemengd loofbos met hier en daar donkere strepen sugi. Vaak zijn er lange betonnen richels in de berghelling, soms meerdere boven elkaar, bedekt met felgekleurde bloemen: grote vlakken rose en donkerrood, een enkele keer wit of paars. Op de overdekte goot waarop we lopen, ligt een kleine slang, het kopje omhooggeheven alsof hij elk moment aan kan vallen. Maar hij is dood, al uitgedroogd.

We steken een brede rivier over, de Yoshinogawa, de grote rivier die stroomt van west naar oost en Shikoku bijna doorklieft. In de eerste week van onze pelgrimstocht zijn we hem ook overgestoken, vlakbij de oostkust, waar hij een veelvertakte rivier is met smalle stromen in uitgestrekte grintbedden. Hier is hij vol smaragdgroen water, omgeven door weelderig groen. Vlak na de rivier is er een verkeersknooppunt van grote wegen, onder meer een snelweg. Dan lopen we het stedelijk gebied in van Awa-Ikeda (Miyoshi City) waar onze ryokan zich bevindt, middenin een overdekte winkelstraat. Na het achterlaten van onze rugzakken, vertrekken we om kwart over 11 voor het tweede deel van onze dagtocht. We lopen het stadje aan de oostkant weer uit, verder langs de Yoshinogawa. Een auto stopt naast ons en een man biedt ons een lift aan naar de ropeway die naar de tempel leidt. Hij spreekt wat Engels en hij vertelt dat hij werkt voor een bloemenverzendbedrijf dat o.a. samenwerkt met Fleurop. Vanuit Nederland worden er veel bloemen geïmporteerd via Aalsmeer. We praten een tijdje, maar de lift slaan we beleefd af, want we willen lopen. We steken de Yoshinogawa opnieuw over om aan de noordkant verder te lopen door de vallei. Hier is de rivier in de lengterichting gestreept: slierten algen in een wat donkerder tint groen.

De warmte is verstikkend; regelmatig zoeken we een stukje schaduw op om even bij te komen. ‘Een bankje zou leuk zijn’, zegt Mels als we door een gehucht lopen, maar bankjes zijn spaarzaam in Japan en bankjes in de schaduw al helemaal. ‘Een rest hut is ook niet waarschijnlijk langs deze route, want de bangai valt buiten de normale route.’ Nog geen 10 tellen later lopen we voorbij een open garage. De muren zijn behangen met tuingereedschap. Er is een bankje en op wat stoelen zitten poppen. Op een lage tafel staan potten met varentjes en bloeiende planten. Aan een muur, boven een gootsteen hangen rijen osame fuda’s. Osame fuda’s? Dan moet het een verwenplek voor henro’s zijn! We kijken nog wat aarzelend rond, bang ons op privéterrein te begeven, maar we kunnen niets anders concluderen dan dat deze plek voor henro’s is ingericht. Een godsgeschenk met deze hitte! We zakken op het bankje neer en beginnen aan onze onigiri. Even later komt er een man uit het huis ernaast. Of we zin hebben in een blikje groene thee. Altijd, we leren het inmiddels steeds meer waarderen. En als we onze buntan aan het ontleden zijn, komt hij ook met een koelkastdoos vol partjes mikan. En hij komt er gezellig bijzitten. Hij heeft zelf de tempels per auto bezocht, vertelt hij en hij laat zijn stempelboek vol rode stempels zien. Elke tempel moet hij minstens 12x hebben bezocht. Wij laten onze osame fuda’s achter die meteen worden opgeplakt en als we weggaan krijgen we nog 2 blikjes groene thee en wat koekjes mee.

Na enkele kilometers bereiken we het begin van het bergpad naar de tempel, en langzamerhand komen we onder de beschermende schaduw van de bomen. Ook dan blijft het moeizaam met die hitte; heel, heel vaak moet ik even rusten, staand, leunend op mijn pelgrimsstaf. Hier en daar staan geelwitte irisjes, eenmaal zelfs een heel weitje vol. Bijna aan het eind van het pad schiet er een anderhalf meter lange slang weg tussen de stenen van een muurtje. Vlak daarna komen we bij de tempelpoort. Vlak ervoor staat een fraaie oude wachttoren. We rusten even op een bankje in de schaduw. Boven ons schieten de grote cabines van de kabelbaan voorbij. En dan maken we ons op voor de rest van de tocht, want we zijn er nog niet. De eerste tempelgebouwen bevinden zich zo’n 100 meter hoger. Na de poort zijn er links en rechts grote stenen lantaarns. En dan volgt er een 10 meter brede grintweg, die keizerlijke allures heeft, aan de dalkant omgeven door een lage stenen balustrade. In gedachten zie ik er grote processies voorbijtrekken, omgeven door dikke rijen gelovigen. Af en toe staat er een kolossale sugi of andere boom op of langs het pad. Een enorme wisteria die op een helling over verscheidene bomen is uitgewaaierd, toont zijn blauwe bloemenpracht. Langzaam stijgt het pad, terwijl het een grote bocht naar links maakt. In de oksel van de berg eindigt het pad bij een brede oranje brug met rondgebogen wegdek en overdekt met een grijszwart puntdak. Eromheen staan wat vreemdsoortige sculpturen, half mens, half vogel. Daarna volgen eindeloze trappen, eerst brede treden die langzaam in een boog om de volgende helling trekken, dan – haaks erop – smallere trappen. Na elke trap is er een plateau dat zich links en rechts langs de bergwand uitstrekt. Wat een gigantische afmetingen heeft dit complex! De trappen worden omzoomd door groenbladerige Japanse esdoorns en (nog in knop staande) rhododendrons. Een paar keer schiet een grote, bronskleurige hagedis in een spleet tussen de treden.

Eindelijk komen we bij het tempelterrein. Rechts is een langwerpige overkapping waaronder een lange bank is gemaakt. En daar laten we ons eerst even op zakken. Als de stempelmonnik in het kantoortje ertegenover ons ontwaart, spreekt hij ons aan in wat Engels. We kletsen geruime tijd met hem en hij geeft ons een uitgebreide, Engelstalige folder over het tempelcomplex. We vertellen hem dat we dat erg leuk vinden, want normaal kunnen we nooit iemand iets vragen over gebouwen, beelden of rituelen op een tempelterrein. De monnik vertelt dat deze tempel bekend is om zijn dierensculpturen: niet alleen stenen beelden, ook zijn in het houtsnijwerk rond de tempels heel veel dieren verwerkt. Uit de plattegrond in de folder blijkt dat we voor de eigenlijke tempels nóg wat hoger moeten. Lachend noemt de monnik het totaal aantal treden vanaf de poort naar de hoofdtempel: 778 stuks… (Op de terugweg gaat Mels prompt tellen: 273 treden tussen stempelkantoor en hoofdtempel, 438 treden tussen poortgebouw en stempelkantoor, 47 treden naar de poort zelf, kortom in totaal 758…)

Wij strompelen nog wat verder omhoog. De eerstvolgende trap wordt links en rechts omgeven door een dubbele rij stenen lantaarns en komt uit bij de klokkentoren. ‘Er zit een valluik onder’, zeg ik tegen Mels. We hebben niet het lef te bel te luiden en vervolgen onze weg naar boven. Het houtsnijwerk rond de tempels, bovenaan elke toegangstrap en onder de dakranden, is verbazingwekkend; bij één tempel ontwaren we in een rondgebogen doornenstruik vol bloemen zelfs een duif, allemaal van houtsnijwerk. Na het uitvoeren van de rituelen, maken we ook nog een rondgang over het gigantische terrein, onder meer langs 88 beeldjes die de tempelroute symboliseren.

‘We halen het niet meer op tijd terug…’, zegt Mels. ‘We halen het altijd’, is mijn stellige overtuiging. De stempelmonnik heeft ondertussen een hoofdstuk uit een Engelstalig boek gekopieerd voor ons. Kunnen we nog meer lezen. Het afscheid is hartelijk en dan haasten we ons – het is inmiddels kwart over 4 – weer de trappen af. Een display langs de weg aan de rivier geeft aan dat het 27 graden is, en de zon is al ver verdwenen achter de bergrug. Het blijft warm. We zijn hondsmoe en ik heb zeer, zeer pijnlijke voeten, maar we blijven stevig doorlopen. Precies om 6 uur stormen we de ryokan binnen; het eten blijkt pas om 7 uur te zijn. Tijd voor de ofuro.

Bij het avondeten zijn er 2 Japanse fietsvrouwen, geen henro’s. Een van hen houdt zich bezig met het bevorderen van textiele werkvormen in Laos en in Japan. In tegenstelling tot keramiek staat textiel niet hoog in aanzien in Japan. Ze vertelt dat veel kennis en kunde is verdwenen in allerlei landen. Dat kennen we ook van keramiek. Plastic en aluminium hebben de functie van keramiek overgenomen in Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen, waardoor het ambacht verdwijnt; veel westerse potters proberen daarom ondersteuning te bieden bij lokale initiatieven.

Geplande afstand: 23,6 km, 400 m stijging
Werkelijke afstand: 28,1 km, hoogste punt 570 m (bangai 15), totale stijging 991 m, totale daling 1063 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1193,4 (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.39– ca. 18.00 uur
Looptijd: 5,56 uur
Gemiddelde snelheid: 4,7 km/u
Bezochte tempels: bangai 15
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: ryokan Fukuya (1 kamer 6 tatami’s groot met tokonoma, 1 tafeltje, tv, kluis, halletje, (soms) wifi op kamer, goed avondeten, redelijk/goed ontbijt)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *