Dag 61: donderdag 26 april 2012: Er zit een beer in mijn koffie

 

Om 9 uur ontmoeten we Yoshitake Tamaoka in het ziekenhuis van Shikoku Chuou, voor mijn 4-wekelijkse infuus. We hadden de afgelopen weken niets van hem gehoord, tot een telefoontje gisteravond om half 10: hij was net aangekomen op het vliegveld van Matsuyama op Shikoku. Nu vertelt hij dat zijn 77-jarige vader een attaque heeft gehad en in kritieke toestand in het ziekenhuis ligt. Ik schrik ervan en voel me erg bezwaard dat hij toch naar Shikoku is afgereisd voor mijn infuus. De afgelopen 3 jaar is een bijzondere band ontstaan tussen ons: gedurende elke reis komt hij tweemaal met het vliegtuig uit Tokyo om mij bij te staan bij het infuus. Een vreemd soort lotsverbondheid. Deze keer vertrekt Yoshitake meteen na het infuus weer naar Tokyo.

De rest van deze ‘vrije dag’ gebruiken we om alvast een stukje te lopen van het programma van morgen: Hide-san mailde ons dat het traject dat we voor morgen hebben gepland, een enorm zware tocht door de bergen is en adviseerde ons al een stuk ervan op onze vrije dag te lopen en dan morgen met een taxi dat deel over te slaan. Een andere oplossing is er niet, want de overnachtingsplaatsen liggen nu eenmaal zo ver uit elkaar. En zo vertrekken we rond kwart voor 11 vanaf het hotel om heen en weer te lopen naar tempel 65 die op zo’n 350 meter hoogte ligt; de bagage zoveel mogelijk op de kamer achterlatend. Eerst kopen we wat brood en cake in een nieuwe supermarkt, gelegen naast het koffiehuis waar we nu al voor het derde achtereenvolgende jaar komen voor heerlijke cappuccino en gebak. ‘Er zit een beer in mijn koffie’, zeg ik tegen Mels. De melk is opgeschuimd in de vorm van een glimlachende berenkop. Ik wist niet dat dat kon… Als we afrekenen, krijgen we van de aardige obers ook nog eens een plastic tasje met broodjes en jam. Dat komt goed uit, want we hebben ook voor morgen nog een lunch nodig.

De hemel is vandaag zwaarbewolkt; er is regen voorspeld en boven de bergen hangen donkere regenwolken. Ik vind het wel prettig: niet alleen is de temperatuur wat gematigder (hoewel het niet minder ‘zweterig’ is), maar ik hoef nu ook niet mijn gezicht te bedekken tegen de zon. Mijn gezicht ziet er inmiddels wat minder ‘gekookt’ uit, maar is nog wel gezwollen en erg bladderig en korstig. Vanaf het koffiehuis lopen we naar de bergketen die parallel loopt aan de zeekust. Via allerlei weggetjes klimmen we langzaam de berghelling op, later via een betonpaadje tussen boomgaarden door en nog weer later over een bergpaadje door de bossen. Af en toe is er de schreeuw van een fazant te horen en een tijdlang roert een uil zich. Langs het pad zijn weer wroetsporen te zien van wilde zwijnen. Her en der staan kleine geelwitte irissen; eenmaal zelfs een heel veldje vol. Tussen de vele soorten varens ontdek ik een koningsvaren. In de diepte is de laagvlakte vaag te zien. Het is zo heiig dat zee en lucht dezelfde grijsblauwe kleur hebben aangenomen en onmerkbaar in elkaar overlopen. Vlak voor we bij de tempel aankomen valt er een kleine bui; we schuilen even onder een boom. Vanaf het koffiehuis hebben we er slechts anderhalf uur over gedaan naar de tempel.

Tempel 65 is een mooi complex met enkele enorme bomen: een oude reuzenkersenboom waarvan de grote, ver uitwaaierende takken worden ondersteund door palen, en een loofboom met een enorme stamomvang, waarvan de bladeren net beginnen uit te botten; eronder staat een heel veldje geelwitte irisjes. De vrolijke stempelmonnik herinnert zich de potters uit Nederland. We blijven lang staan kletsen. Daarna nestelen we ons in de rest hut op het tempelterrein om onze lunch op te eten. Fleece- en windjacks gaan weer aan, want het is plotseling fris. Er valt een zacht regenbuitje. Flinterlichte waterdruppels fluisteren voorbij. Als we de terugweg aanvangen, blijkt het alweer droog.

Voor de afdaling nemen we een asfaltweggetje dat wat oostelijker loopt en eenmaal in het dal gooien we er nog wat extra kilometers tegenaan om de kaiten-sushi van vorig jaar op te zoeken. Ook al leek het van bovenop de berg nog alsof het hele dal verdwenen was in de wolken, eenmaal beneden blijkt de hemel opgeklaard en de temperatuur alweer aardig gestegen. Al om 4 uur zitten we aan de lopende-band-sushi. Nou ja, we staan ook elke morgen om 6 uur of nog eerder op, dus ’s avonds wat vroeg eten kan ook geen kwaad… Als we na de sushi naar het hotel terug lopen, wordt het plotseling weer warm in de late middagzon.

Geplande afstand: 10,8 km, 350 m stijging
Werkelijke afstand: 16,1 km (incl. 4 km extra i.v.m. kaiten-sushi), hoogste punt 346 m, totale stijging 575 m, totale daling 532 m (klopt niet, eind- en beginpunt zijn hetzelfde)
Cumulatief afgelegde afstand: 1140,0 (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 10.43– ca. 17.40 uur
Looptijd: 3,28 uur
Gemiddelde snelheid: 4,6 km/u
Bezochte tempels: tempel 65
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: Business Hotel Mild (westerse kamer, 2x1p-bed, bureautje met stoel, tv, mini-badkamer met bad/douche/wc, internet met kabeltje op de kamer, zeer matig ontbijt)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *