Dag 60: woensdag 25 april 2012: Vliegende Hollanders

Opnieuw dik ingepakt tegen de zon, stap ik om 20 voor 9 het hotel uit, uitgezwaaid door het vriendelijke hotel-echtpaar. Het is weer suzushii, warmvochtig, ook al is de hemel behoorlijk bedekt met sluierbewolking waar de zon slechts lichtjes doorheen schijnt. Er is opnieuw 24 graden voorspeld; gisteren is op 27 graden uitgekomen volgens de berichten. Door de hoge luchtvochtigheid is het erg heiig. We trekken verder naar het oosten, langs de erg drukke route 11 ofwel langs parallelweggetjes die door gehuchtjes voeren, in het begin langdurig licht stijgend tot een pasje en ook later meestal langdurig lichtjes stijgend of dalend. Tussen de gehuchtjes door zijn er sawa’s en andere kleine akkerlandjes. Er wordt druk gewerkt op het land. Een boer is bezig rijst te planten met zijn trekker; elders is een boer aan het ploegen. Veel wordt handmatig gedaan: poten, onkruid wieden, met stro bedekken, plastic tunneltjes rond jonge plantjes zetten, etc. etc.

We kijken met verbazing naar een loslopende, veel te dikke Japanse Inu die telkens wat wordt toegeschreeuwd vanuit een langzaam rijdende auto. De vrouw legt uit dat ze haar hond uitlaat… met de auto. De hond sukkelt er wat achteraan; ze heeft er niet veel zin in met die hitte. Rechts van ons zijn op de achtergrond de lagere bergruggen, bedekt met sugi en gemengd loofbos, af en toe met het felle rood van bloeiende azaleaboompjes. Soms zijn de hoge bergen erachter te ontwaren: donkere reuzen in verschillende grijstinten. Als we met een parallelweggetje weer bij route 11 uitkomen, leggen we aan bij een koffiehuis waarvan de zijvleugels – bij wijze van grap – schots en scheef zijn gebouwd. Een hele rits schoolkinderen trekt buiten voorbij, allemaal netjes in blauw schooluniform en met rode rugzakjes. Als ze ons ontdekken, wordt er enthousiast gezwaaid; enkele jongens gooien kushandjes. Ook voor de lunch keren we rond 12 uur terug naar route 11 met het plan in een supermarkt wat brood of cake te kopen, maar vlak ervoor ontdekken we een restaurant. Voorgaande jaren hebben we in 2 verschillende restaurants aangelegd, maar zijn er beide keren ziek van geworden. Dit restaurant ziet er beter uit. Maar pas als we binnen zijn, herkennen we het restaurant van vorig jaar… We nemen toch maar het risico en blijven.

Vlak na het lunchrestaurant komen we bij bangai 12, een klein tempelcomplex; in het kleine parkje ernaast zijn de resten te bewonderen van een eens grote (nou, vooral brede) boom die er stond tot zo’n 100 jaar geleden. Compleet met afdak. In het stempelkantoor hangen foto’s van de boom uit de voorvorige eeuw. We trekken de aandacht van kinderen, op weg naar school. Ritsen blauwe schooluniformen met gele helmpjes. ‘Hello!’, klinkt het telkens opnieuw. Daarna gaat het verder naar het oosten, naar onze overnachtingsplaats in Shikoku Chuou, een kleine havenstad met veel industrie. De bewolking neemt steeds meer toe; er is voor vanavond regen voorspeld. Een pickup stopt naast ons en we krijgen door het geopende raam 2 blikjes koude koffie aangereikt van een man in werkmanskleren.

We moeten ook dit jaar schielijk een super langs route 11 opzoeken omdat de lunch er opnieuw snel weer uit wil. Als we buiten komen, blijkt er een harde en ook frisse tegenwind te zijn opgestoken. Langzamerhand lopen we steeds meer het stedelijke gebied in. We passeren rivier na rivier, allemaal met even gortdroge beddingen, terwijl overal om ons heen water te zien en te horen is in betonnen goten; blijkbaar wordt er overal wat afgetapt van de rivieren. We overwegen onderweg naar het hotel al een restaurant op te zoeken voor het avondeten, omdat we geen diner in het hotel zelf hebben besteld. Daarom zoeken we opnieuw route 11 op, maar de ‘katten-sushi’ waarop we hoopten, blijkt verdwenen. We blijven langs de vermoeiend drukke weg lopen, voortdurend behendig heen en weer bewegend over opwippende dekplaten, langs onverwachte gootjes, opzij springend voor vrachtwagens… Op een parkeerterrein komt een vrouw aanhollen en geeft ons ¥ 1000, omgerekend zo’n € 10.

Links in de wazige verte kunnen we eindelijk heel vaag de zee ontwaren, in kleur nauwelijks verschillend van de grijze lucht. Omdat we behoorlijk moe zijn en last van onze voeten hebben, leggen we om 4 uur even aan bij een Mos Burger voor een café latte. Het begint lichtjes te regenen. Nog geen kilometer later vinden we toch nog een goed restaurant en er zijn zelfs sushi en sashimi. De laatste 3 kilometer naar het hotel leggen we af in een vliegende storm, gelukkig met niet al te heftige regen die ook al snel afneemt. Maar het is een vervelend stuk lopen: in het donker, zonder straatverlichting en stoep langs een erg drukke straat. In de wirwar aan straatjes lopen we eerst iets te ver door, maar het hotel ligt pal naast het transformatorstation van een energiecentrale, echt missen kunnen we het niet. We worden enthousiast ontvangen door het damesploegje van het hotel; ongerust waren ze niet, ze zijn gewend dat we laat zijn…

Geplande afstand: 23,1 km, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 27,3 km, hoogste punt 158 m, totale stijging 528 m, totale daling 543 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1123,9 (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.38– ca. 19.30 uur
Looptijd: 5,33 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: bangai 12
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: Business Hotel Mild (westerse kamer, 2x1p-bed, bureautje met stoel, tv, mini-badkamer met bad/douche/wc, internet met kabeltje op de kamer, zeer matig ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *