Dag 58: maandag 23 april 2012: Leve het kopvod!

Aan de ontbijttafel laat de vrouw naast me zien hoe zich zich vandaag gaat beschermen tegen de zon: handdoeken rond het gezicht met knijpers dichtgehouden, hoed, zonnebril, handschoenen, extra polsmouwtjes. Het lijkt me erg benauwd zo onder die handdoeken. Maar er is 24 graden voorspeld en als we om 10 over 7 de deur uitstappen begint het al aardig op te warmen. Gelukkig zullen we een groot deel van de dag in de bossen lopen. We moeten vandaag vanaf zeeniveau de bergen in om tempel 60 te bezoeken op zo’n 700 meter hoogte en daarna weer afdalen naar dezelfde laagvlakte. Ik krijg van de gastvrouw maar liefst 3 grote citrusvruchten mee; mijn pelgrimstas begint steeds erger aan mijn schouder te trekken. We vertrekken tegelijkertijd met een Japans echtpaar: hij erg timide, zij nogal bazig en betweterig en behept met een harde, schelle stem waarmee ze gisteravond bij het avondeten al elk ander gesprek doodsloeg. ‘We lopen vandaag dezelfde route’, kondigt ze aan. Wij zetten de sokken erin en laten hen al snel ver achter ons.

Eerst moeten we de laagvlakte doorkruisen en onderweg slaan we bij een supermarkt wat eten in voor de lunch. Ik koop er een dunne handdoek die ik om mijn hoofd bind tegen de zon, want de mooie sjaal die ik enkele dagen geleden kreeg, bleek te klein te zijn daarvoor. Leve het kopvod! Ik kan me geen betere manier voorstellen de val van de gedoogconstructie te vieren, waarvan we gisteren via internet hoorden. Ondertussen is het Japanse echtpaar voor komen te liggen. Voor de supermarkt stopt een pickup midden op de weg, een bejaarde man wil ons uitgebreid de weg wijzen. Het duurt even voor we weer door kunnen lopen. Een half uur later roept iemand ‘Oranda!’ Dezelfde man, nu met een fiets, om ons toch nog even de weg te wijzen. Voor het geval dat… Niet lang daarna bereiken we de voet van de bergen. Het is inmiddels 9 uur. We rusten kort in een rest hut om even wat fruit weg te werken.

Een stille, langzaam stijgende bergweg voert ons een langgerekt dal in, langs een fraaie rivier die zijn weg zoekt over grote rotsen. Op de weg ligt een dode slang, aangereden. Tegen de helling staat een vreemd bouwsel in felgeel en -rood. Langs de weg staat een groepje gebouwtjes in dezelfde kleuren; we kijken even binnen in een open loods, nieuwsgierig of het een henro zenkonyado is met gratis koffie, want we weten dat het enige restaurant langs deze route vandaag gesloten is. Maar het blijkt een bedrijfsruimte. Er komt een man aanlopen, veronderstellend dat we geïnteresseerd zijn in de lantaarnachtige windvangers die hij van frisdrankblikjes heeft gemaakt. En of we kaki kennen? Hij geeft ons elk 2 gedroogde vruchten, ze lijken qua smaak en consistentie een beetje op gedroogde vijgen. Leuk! Nu weten we eindelijk wat voor vruchten het zijn waarnaar een van de Mashiko-glazuren is genoemd vanwege de gelijkenis in kleur.

We vervolgen onze weg. Af en toe zijn er apendrollen langs de kant van de weg. In de bergwand zitten regelmatig hele volksstammen kikkertjes te brullen. Tegen 10 uur komen we bij het einde van de weg, waar vandaan een paadje verder de berg op leidt. We rusten er kort in een rest hut, naast een grote tas met dekens, voor de henro die er wil overnachten. Tegenover de rest hut is een bron met geneeskrachtig water. Een echtpaar is druk bezig met het vullen van jerrycans. Even later komt een pickup aanrijden, de laadbak vol met containers. ‘Hoe hoog denk je dat we zitten?, vraagt Mels. Ik denk op zo’n 500 meter; dat denkt Mels ook. Maar de gps geeft 263 meter hoogte aan. Vervelend ding… Het is nog 1,8 kilometer naar de tempel en we moeten blijkbaar nog 450 meter stijgen, dat is gemiddeld 25%…

Het paadje voert langs een idyllisch beekje dat blijkbaar – tijdens het laatste regenseizoen? – behoorlijk heeft huisgehouden. Op vele plaatsen liggen kriskras tientallen boomstammen in de nu vrij droge bedding. Op een bruggetje ligt een enorme steen, er blijkbaar door de woeste stroom neergegooid. Erachter staat een heel veldje hoge bomen met de wortels ernstig blootgespoeld. Af en toe werken we ons moeizaam verder op het paadje, soms klauterend over de rotsen. Ook de regen van de afgelopen dagen heeft het paadje hier en daar erg glibberig gemaakt. De brullende kikkertjes in hun kleine holletjes in de hellingen trekken zich niets van ons aan. Soms kruist ons pad dat van een reuzenregenworm. Enkele keren is er een 1000-poot.

Dan komen we op een punt waar het pad totaal verwoest is door het woeste water; een dun touw leidt ons verder de berg op, weg van het beekje en het oorspronkelijke pad; af en toe moeten we ons optrekken eraan. Pas om kwart over 12 bereiken we de tempel; we hebben 1 uur en 3 kwartier gedaan over het paadje, langer dan vorig jaar door al het geklauter. Rond het poortgebouw staan enorme sugi. Als we het tempelterrein oplopen, klinkt er een snerpende stem vanaf een wat hoger gelegen deel: ‘Why are you so late?’ Ze wil uitgelegd hebben waarom we op de laagvlakte zo snel liepen en nu pas na hen de tempel hebben bereikt. In het stempelkantoor leg ik haar uit dat we geen bergen hebben in Nederland en dat we daarom zo langzaam zijn in de bergen… Ze zet de handen in de zij, gooit haar hoofd achterover en laat een harde, schelle lach houden. Ik kan me net bedwingen mijn vingers niet in mijn oren te steken.

Mels en ik eten onze meegebrachte lunch op in een gebouwtje met tafels en banken, terwijl het Japanse echtpaar nog even naar een uitzichtspunt vlakbij loopt om een blik te werpen de hoogste berg van Shikoku, die (volgens ons routeboekje) vanuit deze tempel in 8 uur lopend is te bereiken. ‘Niets te zien’, vertelt ze even later. ‘Veel te heiig.’ Als Mels haar in het Japans verbetert wat betreft de hoogte van die berg – voor getallen moet je bij Mels zijn… – slaat ze met de handen op de knieën. Ze rolt bijna om van het lachen. Een echte dijenkletser. Verschrikt kijken wat mensen om. Terwijl het stel alvast vertrekt, voeren wij de rituelen uit en genieten we van de fraaie omgeving. De helling achter de tempelgebouwen is helemaal bedekt met rhododendrons, helaas nu nog in de knop. Elders staan enkele bloeiende sakura’s en een mooi in vorm gesnoeide roodbloeiende camelia. In een tuintje naast de hoofdtempel ontdekt Mels enkele grote morieljes. Vorig jaar werden er bij dit tempelcomplex werkzaamheden verricht aan een talud, nu staat een van de tempelgebouwen in de stijgers. Om 1 uur wordt het tijd weer af te dalen. Eerst over een onverhard pad, langs een hele serie oranje poorten met ernaast behoorlijk ontsierende boswerkzaamheden, dan via een smalle weg die fraai kronkelt langs berghellingen en over bergruggen. Langs de weg staan hier en daar paarsbloeiende azaleastruiken, dan weer is de grond bedekt met paarse viooltjes. De bergen rondom zijn bedekt met dichte sugibossen.

Daarna lopen we over een klein paadje dat heel lang op en neer kronkelt op zo’n 400–450 meter hoogte. Het is bezaaid met verse plukjes sugiloof en later ook met afgevallen jong blad van loofbomen; stormschade van gisteren. Dan stort het paadje zich in de diepte en zien we in de wazige verte weer een stukje van de laagvlakte: de kuststrook met havenindustrie. Eindeloos zigzagt het pad steil naar beneden. We krijgen er knikkende knieën van. Het laatste stuk naar het dal voert weer over de weg. De hellingen zijn hier bedekt met gemengd loofbos in vele tinten groen. Ertussen staat hier en daar een roodbloeiende azalea. Langs de weg staan vele, vele groenbladerige Japanse esdoorns.

Pas even na 4 uur bereiken we weer het dal en het is al half 5 geweest als we bij tempel 61 aankomen. Er staat een mooie oude sakura te bloeien, met lichtroze dubbele bloemen. We waren bang dat het stempelkantoor al dicht zou zijn, maar dat valt mee. ‘You look tired’, zegt de stempelmonnik. Ja, dat kan wel kloppen… Van een andere stempelmonnik krijgen we elk 2 broodjes. Na het stempelen berg ik mijn boekje weer op. Plotseling is er een harde klap op mijn rug. En een snerpende lach. Zucht.

Rond kwart over 5 melden we ons bij onze overnachtingsplaats een kleine kilometer verderop. Tijdens de eerste pelgrimstocht hebben we overnacht in het gastenverblijf van tempel 61, het tweede jaar in een ryokan even verderop, maar beide keren beviel het niet zo. De ryokan die we nu hebben uitgezocht – een tip van Morin, de Fransman die we vorig jaar tegenkwamen – ziet er heel wat beter uit. Een gedistingeerde gastvrouw op leeftijd (78 blijkt later…) laat ons binnen in het mooi ingerichte, goedonderhouden huis. We mogen kiezen: een normale Japanse kamer met laag tafeltje en zitkussens of een Japanse kamer met hoge tafel gemaakt van een langwerpige boomschijf met rotan krukken. We gaan voor de tafel. En voor de mooie inrichting eromheen: keramiek in vitrines en in de tokonoma. In de dramatische donkere kleuren waardoor Bizen-keramiek gekend is: ijzerrijke klei, ongeglazuurd en houtgestookt.

Bij het avondeten – dat we delen met 1 andere loophenro – vertelt de gastvrouw dat ze keramist is, hoewel de laatste tijd de minshuku voor gaat. Wij geven onze visitekaartjes. Ze komt er gezellig bij zitten met een wijntje. ‘Weten jullie dat jullie vandaag maar 4 kilometer hebben afgelegd?’, vraagt ze lachend. Ja, dat weten we… dat er maar 4 kilometer zit tussen de vorige en deze ryokan, maar we zijn ondertussen wel even een berg op geweest…

Na het eten loopt ze met ons mee naar een apotheek, want mijn gezicht ziet er zorgwekkend rood en gezwollen uit. Door de donkere straten keren we weer terug, de eerste sterren aan de hemel; een lekker fris avondwindje op het gezicht, de katten in concert, dartele vleermuizen in het licht van een lantaarn, lotion en peperdure zonnebrandcrème rijker.

Geplande afstand: 21,7 km, 700 m stijging
Werkelijke afstand: 25,8 km, hoogste punt (tempel 60) 726 m, totale stijging 1189 m, max. helling 40%, totale daling 1166 m, max. helling 20%
Cumulatief afgelegde afstand: 1072,0 (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.09– ca. 17.15 uur
Looptijd: 5,43 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: tempel 60 en 61
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: minshuku Suzu (1 kamer 8 tatami’s groot met kastenwand / tokonoma, 1 tafel met 6 6 rotan krukken, vitrines met keramiek, matig avondeten, matig ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *