Dag 54: donderdag 19 april 2012: Toevallige ontmoetingen

Ik werk een uurtje aan het dagboek om de afgelopen dagen ‘in te halen’, maar om 9 uur wordt het tijd te vertrekken, ook al hebben we een relatief makkelijk dagprogramma voor de boeg: 15 kilometer lopen, 4 tempels bezoeken, alleen aan het eind een bergje op naar de 5e tempel, waar we zullen slapen. Het is bewolkt; er is regen voorspeld, maar voorlopig komt regelmatig de zon tevoorschijn en is het warm. We hebben behoorlijk tegenwind, het lijkt wel of de wind de hele tijd tegen de klok in waait rond dit eiland terwijl wij met de klok meelopen. Of is dit hetzelfde systeem als ’s ochtends op de fiets naar je werk altijd wind tegen, ’s avonds naar huis weer wind tegen?

Tegen 10 uur zijn we al bij het huchtje met de eerste tempel en lopen er Sotozo Tanaka tegen het lijf. ‘Hayai!’, zegt hij tegen ons – ‘Jullie zijn snel!’ – en wijst op de snelle BMW Z4 waarmee hijzelf is gekomen. Nee, hij heeft geen last van zijn voeten, reist gewoon even makkelijk. Terwijl hij ons voorstelt aan zijn vriend Keio, een vroegere collega van Honda, en de eigenaar van de auto, schuift er een stel met een koffer vol rollen, boeken en jasjes voor me bij het stempelkantoor. Wij kletsen ondertussen gezellig bij. Af en toe praat Sotozo wat voor zich uit, via de i-phone in contact met zijn vrouw in Tokyo – het oortje de hele dag in zijn ene oor. Hij reist vandaag verder met zijn vriend, maar misschien zien we elkaar nog? Dat lijkt ons onwaarschijnlijk, tegen een BMW Z4 kunnen wij niet op… De aardige stempelmonnik herkent ons van vorig jaar, maar veel tijd om te praten is er niet, er staan meer henro’s te wachten. We zwaaien als we vertrekken.

Bij het verlaten van het tempelcomplex zien we in een flits een langneus voorbij lopen. Het gaat zo snel dat we allemaal alleen maar ‘Konnichiwa’ zeggen en dan doorlopen. Maar prompt vergeten we linksaf te slaan en als we via wat zijweggetjes toch weer de route oppakken, komen we bij toeval langs een koffiehuis. Dat treft, want we weten uit ervaring dat we anders voorlopig niets waren tegenkomen…  De koffie mogen we niet afrekenen. Osettai van de eigenaar. Allerlei weggetjes voeren ons verder door het agrarisch gebied, af en toe over een klein heuveltje huppelend. Een boer is bezig zijn akkertje te ploegen. Hier en daar staat een veldje al volwassen rijst. Na een kleine klim komen we op een enorm uitgestrekte begraafplaats. Vorig jaar werden we hier overvallen door onweer en door een passerende vrouw uitgenodigd in haar huis en verwend met koffie. Dit jaar houden we het nog steeds droog. Maar als we aan het eind van de begraafplaats de hoek omzeilen, lopen we tegen dezelfde hartelijke vrouw aan, net bezig haar tuindeur af te sluiten om boodschappen te gaan doen. We herkennen elkaar meteen en de deur gaat onmiddellijk weer van het slot. Zittend op kussentjes op het verhoogde deel in de hal krijgen we steeds opnieuw iets lekkers: fris on the rocks met koekjes, gloeiendhete oshibori om de handen schoon te maken, koffie… De klompjes die we vorig jaar gaven, staan op het kastje in de hal. Deze keer geven we cocktailprikkertjes met Delftsblauwe vlaggetjes. We maken foto’s van elkaar, in de hal en in de tuin. ‘Oh, dit moet ik mijn vriend(in?) vertellen die in tempel 58 werkt. Dat jullie hier voor de tweede keer zijn!’, roept ze uit. En ze vraagt of ze ons misschien een lift kan geven, maar dat slaan we af. ‘Kamo mata ne!’, misschien tot ziens…

‘Wat een heerlijke dag!’, zeggen we af en toe tegen elkaar. Geen overvol dagprogramma, geen nog te halen laatste tempel en het lopen gaat ook lekker vandaag, maar nog veel meer dan dat zijn het de leuke ontmoetingen die de dag zo fijn maken. We raken onderweg aan de praat over ‘eenheidsgevoel’, het je een willen voelen met het ‘al’, met de hele schepping. Een diep verlangen in elk mens, dat zo gauw ondergesneeuwd raakt door de dagelijkse waan. We vinden het allebei fijn dat we de tijd nemen voor deze pelgrimstocht. ‘Resu wa ja arimasen’, zegt Mels vaak tegen andere henro’s die 45 kilometer of zelfs meer op een dag doen, als we uit moeten leggen waarom we zo ‘weinig’ afleggen op een dag: ‘Het is geen race…’

Langzamerhand lopen we Imabari binnen, een wat grotere stad waar de volgende tempel zich bevindt. Ook de aardige stempelmonnik van tempel 55 herkent ons. ‘Kamo mata ne!’, zeg ik tegen hem: ‘Misschien tot ziens.’ ‘I will be waiting for you!’, antwoordt hij met een buiging en geeft ons ten afscheid 2 blikjes (koude) koffie mee. Bij de tempelgebouwen zien we de Canadese zen-monnik terug. ‘Hi, friend of Ted’, groeten we hem; hij blijkt zelf Tim te heten en 51 jaar oud te zijn. We blijven opnieuw lang staan praten. Over toevallige ontmoetingen. Tim blijkt ook een dag met Sotozo Tanaka te hebben opgetrokken. In Matsuyama zijn ze samen naar de onsen geweest, Sotozo had ergens een fiets gepakt en even verderop een deur opengetrokken en daar om een tweede fiets gevraagd. En gekregen. Op de terugweg waren ze de weg kwijtgeraakt en ook toen had Sotozo overal deuren opengetrokken om navraag te doen. Sotozo ten voeten uit. Tim vertelt ook over zijn interesse in haiku’s. Matsuyama is de geboorteplaats van de bekende haiku-dichter Santoka (Shiki Masaoka?) en Tim had er het museum over deze dichter bezocht en was bij toeval ook bij zijn geboortehuis terechtgekomen. Maar sommige dingen lijken haast te onwaarschijnlijk voor toeval, zoals onze toevallige ontmoetingen vandaag… We zwaaien bij ons afscheid: tot later. Tim logeert in dezelfde overnachtingsplaats als wij.

Op zoek naar een supermarkt komen we een andere henro tegen: Yoshi, 66 jaar, doet voor de tweede keer de tocht en spreekt wat Engels. Tot later, zwaaien we. Ook hij slaapt in dezelfde overnachtingsplaats als wij. Even later komen we langs 2 knuffelgrage Japanse inu’s in hokken bij een huis. Even knuffelen. En dan vinden we bij toeval een restaurant met heerlijke soep. We krijgen 2 blikjes fris bij het afscheid. Deze keer ga ík gebukt onder de osettai’s. Vlak voor de volgende tempel stopt er een auto voor ons. Een man komt aanrennen met 2 mooie zachtpaarse sjaals. Heb ik zomaar een mooie sjaal om mijn hoofd mee te bedekken tegen de zon!

De stempelmonnik bij tempel 56 kijkt treurig. Voorgaande jaren lagen er altijd 2 kleine, witte hondjes links en rechts van zijn werkblad, nu is er maar eentje. We vragen waar de tweede is, dat blijkt te zijn overleden. Na het stempelen en het uitvoeren van de rituelen, zitten we nog even op een bankje, even de blikjes frisdrank wegwerken. De ene na de andere groep bushenro’s komt aan. Het stempelkantoor staat vol met reisleiders met weekendtassen en er is ook weer een echtpaar met een rugzak vol jasjes, rollen en boeken.

Een tijdlang lopen we met Yoshi op. Hij wijst ons op een begraafplaatsje langs de weg: op een grote steen staat dat hier henro’s liggen die onderweg zijn gestorven. Op vierkante paaltjes staan hun namen; bij henro’s waarvan de naam niet bekend is, staan kleine beeldjes. De eerste regendruppels vallen. Om half 4 arriveren we bij tempel 57. Er zijn wat nieuwe gebouwen bijgekomen, onder meer luxe toiletgebouwtjes, helaas wel ten koste van de bijzondere bamboe die er stond, met stengels alsof ze waren afgebonden met touw; er is er nog eentje over. Ik koop bij de hoofdtempel enkele amuletjes in de vorm van schoentjes, misschien helpen ze tegen zere voeten…

Na tempel 57 is het nog maar enkele kilometers naar onze overnachtingplaats. Het blijft wat regenen, maar niet heftig. Al gauw komen we op een fraai paadje dat langs de oevers van enkele meertjes loopt. Hier en daar staan paarsbloeiende azeleastruiken. Daarna volgen we een paar keer kort de weg die de berg op leidt, afgewisseld met kleinere paadjes. Langs de weg zien we de jonge vrouwelijke monnik van vorig jaar. Ze is samen met de zoon van de priester bezig de bermen te fatsoeneren met een bosmaaier. Zwaar werk. Het weerzien is heel hartelijk. Al gauw zwaaien we ‘tot later’ en lopen door naar de hoofdpoort die leidt naar het bergpaadje dat we nog moeten beklimmen naar de eigenlijke tempelgebouwen en het gastenverblijf. Een pickup rijdt voorbij met zwaaiende armen: de monnik en priesterzoon. Ze stoppen: of we mee willen rijden. Nee, toch niet, want we willen niet graag het mooie valleitje missen dat we nog door moeten. Langzaam beklimmen we het bergpaadje. Het kleine beekje naast het pad is drooggevallen. Overal staan grootbloemige rose- en witbloeiende rhododendrons en ook groenbladige Japanse esdoorns, overschaduwd door grote donkere sugi en matsu, langnaalderige Japanse pijnbomen. Betoverend mooi. De regen neemt steeds meer af naarmate we stijgen, maar eenmaal bovenaan blijkt het spectaculaire uitzicht te zijn verdwenen. Alles zit in de wolken. Voor de deur van het gastenverblijf staat een grote treursakura volop in bloei met hardrose watervallen van bloesem. We worden hartelijk verwelkomd door de vrouw en schoondochter van de priester – hijzelf is voor zaken in Tokyo, vertellen ze.

Het gastenverblijf van tempel 58 is een populaire lokatie, niet alleen vanwege de mooie ligging bovenop een berg met uitzicht over de Japanse binnenzee met vele eilanden. We hoorden kort geleden ook dat de ofuro/onsen een heetwaterbron is. Bij het avondeten is de eetzaal dan ook goed gevuld met loop-, auto- en bushenro’s. We delen de maaltijd met de goedlachse Yoshi (maar zijn naam betekent dan ook ‘geluk’) en een autohenro-echtpaar dat steeds opnieuw varianten van dezelfde vragen stelt aan Yoshi: of wij lopen, waar we vandaan komen, of er er in Nederland ook henro-tochten zijn, etc. Yoshi vertelt dat hij en zijn vrouw de eerste week samen hebben gelopen, maar daarna heeft hij haar naar huis teruggestuurd om de planten water te geven… Mels suggereert dat ze ook allebei om de week naar huis hadden kunnen gaan, maar daar schudt Yoshi ‘nee’ op: dát is niet aan de orde…

Tim en Sotozo blijken zenkonyado, free room, gevraagd te hebben bij de tempel: gratis verblijf zonder maaltijden. Via de priesterzoon laten ze ons weten dat we na het eten even moeten blijven in de zaal: om 7 uur zal er ‘een gesprek’ zijn. Sotozo is jarig geweest en wil dat vieren. Hij laat bier, sake en wat te eten aanrukken. En zo zitten we plotseling in een feestje. Af en toe laat Sotozo ons het beeldschermpje van zijn mobieltje zien, telkens met een nieuwe Nederlandse tekst: het moderne communiceren met een vertaalprogrammaatje. Tim vertelt over de vele henro zenkonyado’s die hij aandoet, de gratis verblijven voor loophenro’s, variërend van schamele, kale garages tot luxe paleisjes waar ook wat te eten wordt gebracht door buren of andere betrokkenen. Buiten komt de regen met bakken uit de hemel, terwijl Sotozo ons de ene na de andere sake inschenkt. Even voor 8 uur komt de priesterzoon: bedtijd. We moeten opbreken…

Geplande afstand: 15,0 km, 350 m stijging
Werkelijke afstand: 18,1 km, hoogste punt (eindpunt) 261 m, totale stijging 513 m, totale daling 297 m
Cumulatief afgelegde afstand: 1013,2 (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.07– ca. 16.50 uur
Looptijd: 3,30 uur
Gemiddelde snelheid: 5,1 km/u
Bezochte tempels: tempel 54, 55, 56, 57
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: gastenverblijf tempel 58 (Senyuji) (1 kamer 12 tatami’s groot met met halletje en kastenwand / tokonoma, 1 tafeltje, uitzicht over laagvlaktes en zee, mager vegetarisch avondeten, mager vegetarisch ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *