Dag 53: woensdag 18 april 2012: De vele wegen naar God

Achter onze kamer is nog een klein halletje met wasbakken, wc en een badkamertje, die we moeten delen met de buurman. Ik sluip er ’s ochtends stiekum naar toe. ’s Nachts heb ik weer liggen drijven in bed en dan is het heerlijk even te douchen… Voor het ontbijt hebben we kunnen aangeven of we brood en koffie willen of Japans. De rijst met vis 3x per dag zijn we soms een beetje zat; brood is een welkome afwisseling. Tot onze verrassing verwelkomt de gastheer ons met zelfgebakken brood dat hij net uit de broodmachine haalt. En er zijn heerlijke zelfgemaakte kruidenboters en jams – onder meer bananen/sinaasappel – en koffie gezet van versgemalen koffiebonen. En tal van andere heerlijkheden. Vol vuur maakt onze gastheer ook nog enkele reserveringen voor ons.

Ik typ nog wat in het dagboek, maar tegen 9 uur moeten we toch echt opbreken, er moet nog gelopen worden… Onze gastheer rent net druk naar buiten, we wachten even tot hij weer terug is en vermaken ons ondertussen met een kletsnatte Myu die blijkbaar al in zee heeft gezwommen. We laten onze osame fuda’s achter en beloven terug te komen. Ik neem nog wat foto’s van gastheer en -hond en dan lopen we langzwaaiend het straatje uit, langs de stille haven, terug naar de grotere weg.

Vandaag ‘ronden’ we de ‘puist’ aan de noordwestkant van Shikoku, ten noorden van Matsuyma. Voorgaande jaren hebben we de ‘puist’ doorsneden, over een pasje van zo’n 100 meter hoog, nu kiezen we ervoor om langs de kustweg te blijven lopen. Het is wel een erg drukke weg en het kost ons zo’n 2 kilometer extra, maar het lijkt ons leuk ook deze kant van de berg eens te zien. We hebben vandaag toch ‘maar’ 18 kilometer te doen, zonder tempelbezoek. Na 4 kilometer komen we langs een michi no eki (wegstation) waar we een gelateria ontdekken. Bij wat picknicktafels genieten we van onze ijsjes. Af en toe komen mensen even een praatje maken. Een bejaard echtpaar uit Matsuyama – man in rolstoel, vrouw erachter duwend – komt uitgebreid kletsen. Erg aardige mensen; ze nemen alle tijd en wij ook. Ze zijn erg geïnteresseerd, maar hebben, tot onze lichte verbazing, blijkbaar nog nooit gehoord van het pelgrimspad. De vrouw zoekt in haar tas en geeft me een foldertje waarop een kleurige tekening van een park prijkt. Een folder van Jehova’s Getuigen. In het Japans. Osettai! Even later komt de vrouw nog eens langs, nu met 2 flesjes warme groene thee.

Na het eerste kaapje is er tegenwind, aanvankelijk wat fris, maar later toch een welkome afkoeling, want de zon schijnt fel door de dunne, verspreide bewolking. Ik verbrand aardig in mijn gezicht en op mijn onderarmen. De zonnebrandcrème helpt blijkbaar onvoldoende; de afgelopen dagen heb ik bij tempelwinkeltjes al rondgekeken naar een doek of hoed voor mijn hoofd, maar helaas niets kunnen vinden dat groot en handig genoeg is. In zee zijn regelmatig fraaie, kleine rotseilandjes te zien en – wat verder weg – grotere eilanden; als we meer aan de noordkant van de ‘puist’ zijn gekomen, zijn er ook vele grote zeeschepen en in de mistige verte Honshu. Vlak langs de kust drijven uitgestrekte velden zeewier. Af en toe komt een formatie zeemeeuwen over. Aalscholvers scheren laag over het wateroppervlak. Een restaurant waar we beide voorgaande jaren hebben geluncht, blijkt gesloten: ‘rustdag’ staat op een bord. Andere restaurants zijn er niet langs deze kustweg, dus blijven we doorlopen, net als wat andere loophenro’s. Maar enkele kilometers verderop is er een supermarkt waar we wat brood en cake kopen. Ernaast is een tempelcomplex met in de schaduw een tafel en bankjes, een verzamelplaats van henro’s. Als het vrij is, duiken wij er ook op neer. Even later komt een ander echtpaar erbij, het stel dat wij onderweg al een paar keer tegenkwamen en dat ook in ryokan Omogo logeerde. Hij rubuust en wat verlegen zwijgzaam, zij half zo groot met piepstem en voortdurend druk kabbelend pratend en giebelend. Na elk woordje komt een verontschuldigende giebel. En na elk woord van ons ook, vaak met licht applaus. Erg vermoeiend… Wij geven een chocolaatje en krijgen prompt een klein keramisch kikkertje (Kaeru). Osettai!

De boom waaronder we zitten, is een bijna uitgebloeide kersenboom. We zijn de laatste dagen van het zuiden naar het noorden van Shikoku gelopen en konden daardoor nog wat extra genieten van de sakura-tijd, maar nu is de bloesemgolf verder getrokken door Japan, Shikoku achterlatend met kersenbomen vol felroodbruine vruchtbeginsels en groenontluikend blad, de grond eronder bezaaid met witte bloemblaadjes. Op de stam van deze oude boom ontdek ik talloze urntjes van metselbijtjes. Op een dak zie ik enkele jonge zwaluwen, bedelend om voedsel; de ouders vliegen af en aan. Het is heerlijk zitten hier. Na een klein uur breken we pas op.

We komen elkaar daarna nog verschillende keren tegen: zij blijven meer langs de grote weg lopen, wij nemen zoveel mogelijk parallelweggetjes. De streek rond Kikuma is bekend vanwege de dakpannenindustrie. We komen langs vele bedrijfjes en steken af en toe onze neus naar binnen. Enorme ovens, stapels dakpannen, -ornamenten en andere keramiek, maar voor een door-de-weekse-dag is er opvallend weinig bedrijvigheid. We zien deze keer niet alleen pannen van rose of rode klei met matzwarte sinterengobe eroverheen, maar ook pannen die door en door anthracietzwart zijn. In een winkel zie ik rollators staan, het Japanse type – een klein stoeltje van een dunmetalen frame met bloemetjes zit- en rugkussentje, 4 wieltjes onder de pootjes, de achterkant hoger als bij een wandelwagen. € 160 per stuk kosten ze. Even later komen we langs een steenhouwerij waar grote familiegraven staan tentoongesteld. Een familiegraf van behoorlijke omvang kost zo’n € 17.000. Lagere prijzen dan in Nederland.

Na de grote olieraffinaderij lopen we een tijdlang langs de grote weg die hier kilometerslang geflankeerd wordt door grote vakken rose, rode en gele tulpen. Dan gaat het weer over kleine weggetjes door wat gehuchtjes. Ik zie de Japanse Inu terug die een jaar geleden zo knuffelgraag was. Toen nog een puppy, nu een jaar ouder, maar nog even aanhankelijk. Het afscheid is moeilijk. In een ander gehucht is het even zoeken naar de juiste weg. Ik loop even een zijweg in om naar ‘tekens’ te zoeken en hoor plotseling een schelle vrouwenstem achter me: ‘What are you doing? You are taking the wrong way!’ Een Japanse vrouw komt haar tuin uitrennen om ons weer de juiste richting uit te krijgen. Op een parallelweggetje over een klein huchtje, schiet er plotseling een slang voor onze voeten weg, het struikgewas in. De dag duurt lang. We zijn allebei steeds moeier; Mels heeft bovendien wat last van duizeligheid, ik van erg pijnlijke voeten. Even rusten, theoretisch moeten we er bijna zijn… Bij het leuke ijstentje dat ook vorig jaar al gesloten was – definitief zo te zien – staan gelukkig nog steeds picknicktafels. We blijven er kort, kijkend naar de grote zeeschepen die even verderop zijn afgemeerd.

Om kwart voor 5 zijn we dan toch eindelijk bij ons hotel, toch weer met 4 kilometer meer dan gepland. We vonden dit hotel 2 jaar geleden nogal shabby en hebben het eigenlijk per ongeluk opnieuw geboekt, maar deze keer valt het ons best wel mee. We zijn inmiddels heel veel erger gewend… Het eten vonden we toen echter uitstekend, nu matig: zowel vorig jaar als dit jaar hebben we de neiging onze overnachtingsplaatsen te selecteren op de kwaliteit van het eten. Díe standaard wordt steeds hoger… Maar gastheer en -vrouw zijn erg aardig. We eten in hun restaurant vlak voor het hotel, samen met 2 andere loophenro’s die we onderweg al eens zijn tegengekomen. De een herkennen we aan het spannende dierenvelletje rond zijn billen. ‘Zit lekker op al die harde stenen’, zegt hij. Onze gastheer vertelt dat hij veel buitenlanders ontvangt: Amerikanen, Australiërs enzovoort. ‘Maar Nederlanders zijn het leukst. Daar kun je mee lachen!’ Onze gastvrouw doet nog enkele reserveringen voor ons. Eenmaal terug op onze kamer is het licht zo slecht en zijn mijn lenzen zo vettig door al het zweten en de moeheid, dat ik meteen het bed inschiet. Geen dagboek vandaag… Het is erg warm op de kamer en door het open raam is de drukke verkeersweg duidelijk te horen. De hele nacht…

Geplande afstand: 18,2 km (excl. 2 km extra via kustweg), geen stijgingen
Werkelijke afstand: 24,2 km, totale stijging 372 m, totale daling 357 m
Cumulatief afgelegde afstand: 995,1 (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.10– ca. 16.45 uur
Looptijd: 4,42 uur
Gemiddelde snelheid: 5,2 km/u
Bezochte tempels: geen
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: Business Hotel Kurushima (westerse kamer, 2x1p-bed, bureautje met stoel, tv, badkamer met bad/douche/wc, matig avondeten, matig/redelijk ontbijt met keuze brood/Japans)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *