Dag 52: dinsdag 17 april 2012: Death by osettai

’s Ochtends probeer ik in het internetzaaltje nog wat te mailen en aan het dagboek te werken, maar we krijgen herhaaldelijk aanloop. Een man vertelt trots dat hij christen is. Of wij dat misschien ook zijn? Mels antwoordt dat wij niet in 1 geloof zijn onder te brengen. Hij druipt af. In de hal loop ik een Canadees tegen het lijf: boeddhistisch priester, loopt de tocht voor de tweede keer. ‘With Ted’, zegt hij en wijst naar zijn rugzak. Ah, denk ik, een goede rugzak wordt natuurlijk je beste maatje tijdens zo’n tocht alleen en dan is het logisch dat je hem een naam geeft… Maar hij blijkt niet ‘Ted’ te hebben gezegd, maar ‘tent’. Lachen. We blijven lang kletsen. We vertellen hem dat we de eerste keer verwachtten veel te zullen mediteren in de tempels, maar er wordt hier op Shikoku – in ieder geval in de tempels langs het pelgrimspad – niet gemediteerd, maar alleen de hartsoetra en andere soetra’s gereciteerd. Hij zegt: ‘De tempels hebben tegenwoordig vooral een rituele functie wat betreft begrafenissen en dergelijke. Vergelijk het met kerken, de meeste christenen zien alleen nog een kerk van binnen tijdens huwelijken en begrafenissen en misschien nog met kerst.’ Mels vindt dat de tempels daarmee wat verloren zijn. De Canadees heeft net als wij de ervaring dat Japanners vaak verbaasd zijn dat we de hartsoetra kunnen opzeggen en dat ze zich ook vaak afvragen of we wel begrijpen wat we zeggen. ‘Die vraag zouden wij hen ook kunnen stellen’, zegt hij. Want het grappige is, dat de hartsoetra wel voor een deel vertaald is vanuit het Sanskriet naar het Japans, maar sommige (belangrijke) begrippen erin, zijn fonetisch, dus onvertaald overgenomen. We praten ook over het hart van het Japanse volk: de vriendelijkheid, de zorg, de eerlijkheid. Een heel bijzonder hart… Pas om 10 voor 9 nemen we afscheid. Van de vriend van Ted…

Tot onze verbazing is het buiten al behoorlijk warm. We lopen eerst terug naar tempel 51. Bij deze tempel zouden we makkelijk een hele dag door kunnen brengen, zoveel is er te zien. De afgelopen 2 jaar hebben we al het museum en de beeldentuin bezichtigd, evenals enkele andere gebouwen waaronder de stupa; we zijn door een heel smalle grot dwars door de berg achter de tempel gelopen en vonden aan het andere uiteinde een surrealistische tuin met een gebouwtje vol beelden, al even surrealistisch. Het stokoude houten gebouw waar het stempelkantoor zich bevindt, bevat eveneens fraaie ruimten; met op de buitenveranda 2 gigantische rode lampionnen. Enkele tempelgebouwen bevatten ook fraaie schilderijen. Deze keer is er blijkbaar een festiviteit geweest op het complex. Rond een tempelgebouwtje is een rij afbeeldingen van de 88 tempels geplaatst, met ervoor platte zakjes. Mensen lopen langs de zakjes en wrijven erop. In een van de andere tempelgebouwen zijn de afdrukken van handen in keramiek; op een ervan past precies mijn hand. Enkele grote groepen toeristen bezichtigen het fraaie complex onder leiding van een gids, waaronder een groep jonge langneuzen. Bij het stempelkantoor moeten we weer lang wachten: een jong stel staat er met een doos vol rollen, boeken en ook henro-jasjes (ook jasjes kun je laten stempelen), alles voor de handel. Er staat nog een man met een weekendtas, maar die gaat gelukkig een ommetje maken… Na het uitvoeren van de rituelen, lopen we even rond en verlaten dan het complex via de zij-ingang aan de westelijke kant, langs een overdekt podium met enorme olifanten van papier en hout.

Matsuyama is bekend van wege de Dogo Onsen, het oudste openbaar badhuis in Japan, erg beroemd onder de Japanners. De pelgrimsroute loopt er vlak langs en wij nemen in een restaurantje er schuin tegenover een Italiaans ijsje terwijl we onderwijl van het uitzicht genieten: bezoekers in yukata (kimono) lopen het fraaie oude gebouw van de onsen in en uit. Het rijtje riksha’s naast de ingang van de onsen wordt beheerd door enkele hip gekapte en geklede jongemannen; 2 bejaarde vrouwen willen wel eens een ritje proberen, maar nog voor ze de hoek van de onsen om zijn, stappen ze al weer uit. Niets voor hen.

Voorgaande jaren hebben we vanaf de onsen naar het westen gelopen langs grote drukke wegen door het noorden van Matsuyama. Dit jaar willen we een meer omtrekkende beweging maken rond de stad in de hoop op wat rustiger wegen. Maar we nemen een verkeerde afslag en komen via een klein rondje, door een buurt met talloze grote hotels, weer bijna terug bij de onsen. Een auto stopt en een man biedt ons een lift aan, maar we slaan het beleefd af en kort daarna vinden we de juiste weg, middendoor de hoerenbuurt. Zo ’s ochtends vroeg is het nog erg rustig; later op de dag zullen er mannen in pakken langs de weg staan die klanten proberen te werven. We komen langs een (nog gesloten) kiosk: Information. Door de ramen zijn foto’s van dames te zien. Blijkbaar kun je hulp krijgen bij je hoerentocht…

De route voert ons door het heuvelland rond het noorden van Matsuyama, eerst door buitenwijken, later langs boomgaarden, akkertjes, sawa’s, stuwmeertjes, wat huizen en af en toe een hotel. De rustige weggetjes kronkelen voortdurend heen en weer en ook wat op en neer. Weer terug in de laagvlakte kruisen we een paar keer een grotere weg, maar ook hier lopen we nog voornamelijk door agrarisch gebied. In een riviertje zitten op een zandrichel roodwangschildpadden, van groot tot heel klein. En bij een ander watertje zijn er zelfs nog veel meer, ook in allerlei formaten; een hele rits op de betonnen oeverrand. Een voor een schieten ze het water in als we langslopen. Even voor 12 uur leggen we aan bij een Mos Burger en ontdekken er heerlijke (en hete!) café latte en ook lekkere dikke (en ook hete!) frieten. Tussen mijn schoenen loopt een kakkerlak. Heldhaftig (of misschien halsstarrig?) bestel ik nog een tweede café latte.

Voor tempel 52 moeten we nog een klein bergje op. Een kilometer eerder hebben we maar liefst 6 dikke sinaasappels in de armen gestopt gekregen door een man die net met een kratje van het land afkwam. We hebben ze allemaal in een plastic zak gestopt en Mels sjouwt zich rot de berg op. Eenmaal boven – rond half 2 – vallen we neer op het schaduwrijke zitje bij de toegangspoort, een verzamelplaats van vermoeide henro’s. Iedereen laat er zijn rugzak achter om vervolgens de rituelen uit te gaan voeren. Ook andere bezoekers komen af en toe een praatje maken. Wij delen sinaasappels uit… En ook wat snoepjes. En eten nog wat van de broodjes die we vanochtend kochten bij een super.

Kwart over 3 zijn we bij de laatste tempel van de dag: tempel 53. Er zitten maar liefst 3 vrije stempelaars op een rij in het stempelkantoor. We kunnen meteen door voor de rituelen en rusten daarna nog even kort op een bankje. Nog 11 kilometer te lopen naar de overnachtingsplaats… minstens 2 uur te gaan, langs grotere wegen verder naar het noorden, soms via parallelweggetjes door gehuchten. Het valt niet mee: het is erg warm en vaak is er iets teveel wind voor een pluutje. Onze ruggen en voeten doen zeer… Nog 8 kilometer te gaan… maar als een man van zijn fiets afstapt om een praatje te maken, nemen we alle tijd. Hij spreekt wat Engels, zijn ouders wonen in de buurt. De tempels heeft hij nog nooit bezocht en hij vraagt naar ons geloof. Mels probeert opnieuw uit te leggen dat we niet in een hokje te stoppen zijn. Dat is moeilijk te begrijpen.

Kort daarna voert de grote weg langs een bijna spiegelgladde zee, voordat hij, iets meer het land in, tussen de bebouwing doorloopt. Langs tuinen vol middelgrote en kleine margrieten, wit en rose. Het laatste deel van de tocht is weer uiterst vervelend: een smalle stoep – vaak bestaand uit een overdekte goot met elk jaar steeds onbetrouwbaar wordende dekplaten – die voortdurend op en neer gaat vanwege de vele inritten. Erg vermoeiend. Mijn linkervoet schreeuwt van de pijn in middelteen en onder de bal. Ook Mels kan niet meer. We rusten kort op een bankje bij een bushalte en eten onze laatste broodjes op. Even verderop is er een begrafenis aan de gang; zwartgeklede mensen met trieste gezichten. Voor onze overnachtingsplaats duiken we enkele kleine straatjes in, we komen uit bij de zeewering, met mooi uitzicht op een groter eiland vlak voor de kust en enkele kleinere wat verderop, allemaal even puntig van vorm. De avondzon kleurt de hemel rose. Ik maak snel foto’s terwijl een man ons naar de jeugdherberg wijst.

We worden verwelkomd door huishond Myu, een charmante golden retriever. De gastheer is al even enthousiast van karakter. Als een jonge hond rent hij door het huis, druk bezig met de voorbereidingen van het avondeten, dat – gelukkig voor ons – pas om half 7 is. We kunnen meteen aanschuiven. Biking vandaag, Japans voor lopend buffet. In de piepkleine eetzaal zitten we met zijn 4-en rond een langwerpige tafel, met een verhoogde etage in het midden, waar allerlei heerlijkheden zijn uitgestald. De ruimte is te klein om te kunnen opstaan en rond te lopen, dus is het voortdurend doorgeven. De gastheer zelf rent voortdurend rond, gebruikmakend van de 4 deuren in het zaaltje. Dan rent hij de ene deur uit en komt weer via de volgende binnen, afhankelijk van waar hij moet zijn. Er komt nog een gast bij: een jonge vrouw met mopshond (French poodle) uit Nagoya, op bezoek geweest bij vrienden en nog wat aan het rondreizen op het eiland. Dit blijkt een van de weinige gelegenheden waar je met een hond kunt overnachten. Shin Ichi, de 49-jarige gastheer is ‘getrouwd’ met zijn honden, verklaart hijzelf; geen vrouw nodig. Hij toont fotoboeken van zijn eerdere honden en van de tijd die hij in Australië doorbracht. En hij weet alles van de henroroute, ook al heeft hij hem zelf nooit gelopen. Tot in detail worden alle mogelijke problemen besproken. Het is zo gezellig dat wij vergeten tv te kijken om half 8: hebben wij ons korte moment van tv-bekendheid zelf gemist… Op de kamer drukken we een kakkerlak dood voordat we de futons opmaken, de tweede al vandaag…

Er is wifi op een zoldertje. Mels gaat de foto’s voor het blog uploaden, ik ga naar bed. Dat is het lastige met samen 1 laptop delen… weer geen dagboek vandaag… Mail van Sotozo Tanaka, in het Nederlands(!), waarschijnlijk vertaald met Google Translate: ‘Ik ben een 66-jarige verjaardag vandaag.’ We sturen hem meteen een felicitatie. Hij vraagt ook ‘Wie ben jij weer?’ waarmee hij wil weten hoever we gevorderd zijn met lopen. En hij eindigt met ‘Ben ik blij weerzien. Indien mogelijk.’ Dat hopen wij ook.

Geplande afstand: 24,0 km (plus 2 km extra i.v.m. ingehaald bezoek tempel 51, plus 1 km extra i.v.m. foutieve afslag), 250 m stijging
Werkelijke afstand: 28,7 km, totale stijging 480 m, totale daling 583 m
Cumulatief afgelegde afstand: 970,9 km (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.49– ca. 18.10 uur
Looptijd: 5,43 uur
Gemiddelde snelheid: 5,0 km/u
Bezochte tempels: tempel 51, 52, 53
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: Hōjōsuigun Youth Hostel (1 kamer 6 tatami’s groot met lage, luie stoel, 2 tafeltjes, tv, kastenwand / kleine binnenveranda met massagestoel, wifi op internetzolder, uitstekend avondeten, uitstekend ontbijt Japans/westers met zelfgebakken brood!)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *