Dag 51: maandag 16 april 2012: Geen dagboek vandaag…

‘Misschien heb ik wat al te optimistisch gepland…’, zegt Mels ’s morgens: 24 kilometer te lopen en 7 tempels te bezoeken. Elk tempelbezoek kost een half uur. ‘Maar de laatste tempel kunnen we ook morgenvroeg doen, die ligt naast onze volgende overnachtingsplaats.’ De tempel ervoor moeten we echter beslist voor half 5 zien te halen, want daarna is waarschijnlijk het stempelkantoor gesloten. Maar eerst drinken we na het ontbijt nog wat koffie in de eetzaal en we geven klompjes aan de gastheer en -vrouw die er erg verguld mee zijn. Ik krijg een klein portemonneetje. De gastheer laat ook nog even het houtsnijwerk zien dat hij maakt. We stoppen de flesjes groene icetea en zakjes met koekjes, die we bij het ontbijt hebben gekregen als osettai, in de rugzakken en nemen om 10 voor 8 afscheid. Het is lekker wandelweer: bewolkt en fris. Via een paadje lopen we terug naar de weg, route 33, die hier langzaam stijgt tot een pasje. We komen langs verschillende bergafgravingen. Eén berg lijkt wel met een motorzaag middendoor afgezaagd te zijn. Ernaast staat een grote betonfabriek. Voortdurend gaat er een sirene af. ‘Ze zijn zeker bezig de berg op te blazen. Straks komen de ontploffingen’, grap ik. Maar Mels houdt niet van dit soort grapjes.

Als de weg over de pas op 702 meter hoogte een volgend dal induikt, pakken wij een klein paadje dat naar het dal afdaalt waar wij naartoe willen. Een glibberpaadje; hier en daar zijn glijsporen te zien waar vandaag al henro’s uit zijn gegleden. Het uitzicht is fenomenaal: in de diepte ligt Matsuyama, de grootste stad op Shikoku met zo’n half miljoen inwoners, gelegen op de laagvlakte langs de noordelijke westkust van het eiland. In de verte zijn vaag eilanden te zien in een mistige zee. We hebben allebei weer hetzelfde gevoel van helderheid. ‘Het doet zeer aan mijn verwerkingsapparaat’, zegt Mels. Mij doet het pijn in mijn hart: zó mooi! Het pad loopt door eindeloze sugibossen; hier en daar staat een net ontluikende groene Japanse esdoorn, soms een bloeiende sakura. Het paadje wordt links en rechts afgegrensd door langgerekte wroetsporen van wilde zwijnen, eenmaal zien we ook een pootafdruk. De wat oudere sporen zien groen van de kiemplantjes die hun kansen grijpen, alsof iemand met opzet het paadje heeft omzoomd met jonge plantjes. Af en toe vallen er wat regendruppels, maar onder de bomen voelen we ze nauwelijks. Aan het eind van het pad is een rest hut aan een idyllisch beekje vol valletjes en omzoomd door bloeiende kersenbomen. We rusten er kort, want Mels is niet van de pauzes vandaag. Teveel te doen. De gps/i-phone, die elke 10 minuten luidkeels vertelt hoeveel kilometer we hebben afgelegd en hoelang we daadwerkelijk hebben gelopen, helpt ook niet echt.

Het bergpaadje komt uit op een smalle asfaltweg die eindeloos verder naar beneden meandert; af en toe snijden we een ver uitschietende kronkel af via een klein paadje. Hier en daar staan wat huizen, de muren vaak bedekt met zwartaangeschroeide planken, een houtconserveringsmethode in deze streek. De vele droge sawa’s wachten op het ploegseizoen. De talrijke beken en beekjes in hun betonnen beddingen hebben witschuimende watervallen over de dammetjes. Op de hellingen zijn witte toefjes sakura te zien; dichterbij is er een sakura vol met maretak, iets wat we de laatste dagen wel vaker zien. Langs de weg, in tuinen en bermen, bloeien niet alleen talloze narcissen, maar ook judaspenning, gele fresia’s, blauwe druifjes en natuurlijk de haast eeuwig bloeiende camelia in rood, rose en wit. Zelfs bij half ingestorte huizen staan nog statige tulpen netjes op een rij. Een hoogbejaarde vrouw komt met een vork (omgebogen als een hak) uit haar huis; in haar rollator liggen al de werkhandschoenen. Even verderop is een andere hoogbejaarde vrouw – 90 graden krom – met een hak bezig op het land; haar rollator achtergelaten op een pad langs het veld. Hoe zal het over 10, 20 jaar zijn op dit eiland? Zal het steeds meer uitgestorven raken?

Om 10 voor 11 komen we aan bij tempel 46, ten zuiden van Matsuyama. ‘Ga eerst naar het stempelkantoor. Er komt een groep aan!’, sist Mels. Maar dat blijkt vals alarm. We krijgen er navelino’s, sinaasappels. Bij een van de tempelgebouwen hangt een touw met een belletje dat leidt naar het hart van Kukai. Na de rituelen lopen we nog even rond in de fraaie, kleine tuin met in het middelpunt een meer dan 1000 jaar oude boom. Vorig jaar hebben we in het gastenverblijf bij deze tempel geslapen, maar dit jaar hebben we voor vanmiddag nog een behoorlijk programma voor de boeg. Door het lage heuvelland rond Matsuyama, langs felgele koolzaadveldjes en ander akkerland, komen we daarna al snel daarna bij tempel 47 die ligt te baden in de warme zon. Een sakura met dubbele bloemen staat nog uitbundig te bloeien; op de stam zie ik kleine urntjes van metselbijtjes. Na de rituelen dolen we ook op dit complex nog wat rond, door de kelder onder de hoofdtempel, met 1000-en kleine beeldjes voor de overledenen, en door 2 kleine tunneltjes die hemel en hel verbeelden. Blijft leuk, die soms verschrikkelijke fantasieën. Plotseling zien we boven de bergen die we vanochtend achter ons hebben gelaten, donkere wolken samentrekken en onze kant uitkomen. De wind steekt op

We vervolgen onze weg op de laagvlakte. Tussen de vele koolzaadveldjes staat hier en daar volgroeide rijst op de velden, wachtend op de oogst. Bangai 9 is een kleine kilometer verder, een klein complex. Het is inmiddels 12 uur. De vrouw in het stempelkantoor is nog lang bezig met een telefoongesprek voor ze ons helpt; wij vermaken ons met de 2 katten en een beo die ‘Konnichiwa’ kan zeggen. De tijd is echter te kort om hem ‘Goedemorgen’ te leren. In het kantoor hangen ook fraaie oude schilderingen van de pelgrimstocht van Kukai. Jammer genoeg mogen we geen foto’s maken. We krijgen wel een henro-stripboekje en een folder. Osettai!

Langzamerhand lopen we de voorsteden van Matsuyama in, door wijken vol met luxe residenties, vooral mooie oude huizen. Door een toegangspoort zie ik een hele binnenplaats vol met metershoge zuilcactussen. Dat is nog eens moeilijk onkruid wieden!

We kopen wat brood bij de eerste super die we tegenkomen en proberen die al lopend op te eten, wat niet mee valt, want het is net gaan regenen. We passeren een kleine rivier, waarvan de bedding geel ziet van het koolzaad, en een heel veld vol waterhyacinten waarin we 1 schildpad ontwaren. Vlak voor de lange brug over een heel brede rivier is een koffiehuis en we leggen er kort aan. De bergen achter ons zijn nu inmiddels helemaal gehuld in donkere regenwolken. Maar als we vertrekken blijkt het op de laagvlakte inmiddels te zijn opgeklaard.

Kort na het koffiehuis komen we bij tempel 48. ‘We gaan het halen!’, zeg ik optimistisch tegen Mels. ‘Nog maar 3 kilometer naar tempel 49 en de tempel erna kunnen we morgenvroeg doen.’ Helaas, ik heb me verrekend… Er staat nóg een tempel te wachten. We komen nu in de drukke straten van Matsuyama. Vaak moeten we op de rijweg lopen, tegen het verkeer in, dat soms geïrriteerd reageert op voetgangers. Het is spitsuur. Bij het stempelkantoor van tempel 49 staat helaas weer een gids met weekendtas. Stempelaarster en gids zijn in een gezellig gesprek gewikkeld en nemen alle tijd. Er vormt zich achter ons een lange rij, tot ver buiten het kantoortje. Eindelijk zijn wij aan de beurt.

We haasten ons weer verder, opnieuw laverend op de drukke rijbaan, tegen het verkeer in. Eenmaal lopen we fout, even later is er een wegopbreking, maar we mogen gelukkig doorlopen. Voor tempel 50 moeten we nog wat klimmen, maar om 20 over 4 kom ik heftig zwetend en hijgend aanhollen bij het stempelkantoor. Na het stempelen zakken we eerst even op een bankje neer. Het is erg warm. Vlak voor ons staat een fraaie sakura die bijna uitgebloeid is. De oude, kronkelige stam is bedekt met mos en lancetvormige mini-varentjes en eroverheen is een tapijt van bloesemblaadjes uitgespreid.

Na de rituelen dalen we weer wat af en lopen verder door de straten van Matsuyama. Om half 6 komen we bij tempel 51, maar we doen geen moeite meer de tempel te bezoeken; de tempels sluiten om 5 uur, vaak zelfs om half 5. Als we in het routeboekje kijken voor de exacte lokatie van onze overnachtingsplaats, komen we tot de ontdekking dat die helemaal niet naast tempel 51 ligt, maar 1 kilometer verderop langs de route. Dat betekent morgen 2 kilometer extra lopen om deze tempel ook nog te bezoeken, bovenop een ook al overvol dagprogramma… En dan blijkt even later dat we voor onze overnachtingsplaats ook nog even een bergje opmoeten, maar een man wijst ons een short cut via een lange wenteltrap en tussen hoge hekken rond parkeerplaatsen komen we in een wijkje met grote hotelgebouwen. Ertussenin staat een relatief klein, knalgeel gebouwtje: de jeugdherberg. Ik heb ooit – heel lang geleden – in een jeugdherberg in Italië en in Egypte geslapen en daar geen goede ervaring opgedaan, maar deze jeugdherberg ziet er prima uit. We krijgen zelfs schone lakens mee en slapen op een privékamer. Helaas is er geen lift en slapen we op de vierde verdieping; ofuro en wc voor mannen zijn op de derde – ‘Ze denken toch niet serieus dat ik ’s nachts telkens naar beneden ga lopen?’, reageert Mels laconiek. Voordat ik de futons opmaak, moet ik wel wat langvleugelige insekten onder het tapijtje van het verwarmde tafeltje dooddrukken. Maar we hebben heel wat slechtere ryokans gehad dan deze, en het grote voordeel van een jeugdherberg? Er is WIFI!

De eetzaal zit vol met henro’s en werkmannen. We delen de tafel met een vrouwelijke loophenro. En aan de tafel naast ons zit een vrolijke en nieuwsgierige vriendinnenwandelclub uit Kyushu. De oudste is 77, de jongste 63. ‘’s Ochtends een berg, ’s middags de henro-route’, is hun credo. Girlpower!

Na het eten stevenen we af op het internetzaaltje. Er is een mail van Sotozo Tanaka uit Tokyo, de henro waarmee 3 dagen geleden opliepen. Alles gaat goed met hem. Ik stuur wat mailtjes naar enkele Japanse contacten die we tijdens onze tocht hebben opgedaan en dan is het al weer 10 uur. Mels gaat nog even door met mailen en blog uploaden; ik ga naar bed. Geen dagboek vandaag…

Geplande afstand: 23,9 km, hoogste punt 702 m (pasje), 150 m stijging
Werkelijke afstand: 26,8 km, pasje 715 m (hoogste punt), totale stijging 556 m, totale daling 1111 m, max. helling 21%
Cumulatief afgelegde afstand: 942,2 km (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.48– ca. 17.40 uur
Looptijd: 5,33 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: tempel 46, 47, bangai 9, tempel 48, 49, 50
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: Matsuyama Youth Hostel (1 kamer ca. 7 tatami’s groot met halletje, verwarmd tafeltje, wifi in internetzaaltje, matig avondeten, aardig ontbijt Japans/cornflakes/brood)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *