Dag 50: zondag 15 april 2012: Ik zei het toch…

Tempel 45 ligt ver buiten de ‘doorgaande’ henro-route, daarom hebben we voorgaande jaren telkens in 1 dag op en neer gereisd vanuit dezelfde overnachtingsplaats en alleen de hoognodige bagage meegenomen. Het is een zware dagtocht en deze keer met 4 kilometer extra omdat we niet in dezelfde ryokan slapen maar in eentje verder langs de ‘doorgaande’ route. In totaal 22 kilometer, deels over pasjes, en met 2 tempels te bezoeken. Op het laatste moment besluiten we het grootste deel van onze bagage toch achter te laten in de ryokan waar we hebben geslapen; we moeten er dan wel een kilometer extra voor lopen, maar dat hebben we er wel voor over; we hebben allebei wat last van onze rug.

Het is bar koud als we om half 9 vertrekken; bergtoppen steken hier en daar boven het dichte wolkendek uit. Tempel 44 – de eerste tempel die we moeten bezoeken ­– is op minder dan een kilometer afstand van de ryokan. Onderweg komen we over een brug waar vlakbij grote stoffen vissen aan 2 lijnen over de rivier zijn gespannen. Een surrealistisch gezicht. Al snel klimt de weg sterk omhoog door een oud bos met enorme sugi’s. Tempel 44 is een van de mooist gelegen tempels. Het eeuwenoude bos ademt een mystieke sfeer. Hier en daar staan kleine heiligenbeeldjes aan de voet van een reuzenboom, soms een hele verzameling. Mensen hebben er stenen bijgelegd op stapeltjes. Ik leg er ook elk jaar eentje bij.

Op het bankje tegenover het stempelkantoor nemen we een warme cocoa uit de automaat, voordat we verder klimmen naar de tempelgebouwen om de rituelen uit te voeren. Een man komt hard aanrijden op het grintpad dat naar de hoofdpoort leidt en zet zijn auto op het piepkleine parkeerplaatsje, stevent op het stempelkantoor af, holt daarna in hoog tempo de trappen op naar de tempels en is even later alweer terug bij zijn auto. Op naar de volgende tempel… Het is druk vandaag, zondag is blijkbaar dé dag om tempels te bezoeken. De ene na de andere groep arriveert en als wij na het uitvoeren van de rituelen weer zijn afgedaald naar het stempelkantoor, moeten we lang wachten. Het kantoortje is gevuld met buschauffeurs en reisleiders met weekendtassen vol boeken en rollen. ‘Goeie business’, zegt Mels, want elke keer dat je je boek laat stempelen, betaal je 300 ¥, omgerekend € 2,80. Uiteindelijk mag ik van een vrouw met stapels nog wachtende boeken even voor gaan.

Om half 10 vertrekken we naar de volgende tempel. De smalle weg die ver onder het tempelcomplex loopt, is inmiddels volgeparkeerd met auto’s, hoewel verderop een groot parkeerterrein is. We vinden er het paadje dat over de berg achter de tempel leidt. De sugibossen op de helling zijn sterk gedund, waardoor het, vooral in het begin, er wat kaal uitziet. Op het pad zien we weer een reuzenregenworm. De zon is inmiddels op kracht gekomen en we krijgen het aardig warm. Mijn tempo is niet al te hoog, ik voel me niet helemaal lekker. Tot we het pasje op 711 meter hoogte over gaan, horen we in de diepte achter ons een touringcar langdurig toeteren. Blijkbaar last van foutparkeerders.

Met het pasje hebben we een voor voetgangers erg gevaarlijke autotunnel in route 12 vermeden. Ook daarna komen we nauwelijks op deze weg; steeds opnieuw pakken we een parallelweggetje of paadje, eerst door een klein gehucht waar we kort in een rest hut rusten en onze jassen uittrekken, daarna over de bergen, door de bossen. We pakken daarna – net als vorig jaar – een doorsteek van de noordelijke route naar de zuidelijke. We komen op de splitsing een jong echtpaar tegen uit Matsuyama, dat af en toe een uitstapje maakt naar een tempel. Als we eenmaal op de zuidroute zitten – een paadje met diepe afgronden en fraaie vergezichten, het pasje op 750 meter – eten we op enkele bankjes gezamenlijk de meegebrachte onigiri op. Langs het pad zie ik af en toe grote krabsporen op bomen: beren?

De zuidelijke route daalt op spectaculaire wijze af naar tempel 45: een klein, steil paadje tussen reuzensugi’s en andere woudreuzen, in de schaduw van de hoge kale rotsen waar we net overheen hebben gelopen. Langs het pad staan regelmatig kleine heiligenbeeldjes. In een grote rotsholte staat een groot beeld van Fudō Myōō, de god die altijd omgeven is door vuur, en die vecht tegen wanen en ook rusteloze geesten kalmeert; er vlakbij is een door een hek afgesloten spleet waar een ketting in hangt, een klein heiligdom staat ernaast. Wat lager is er een nauwelijks zichtbaar shintoheiligdommetje: een breed mostapijt leidt naar een bemost muurtje met 2 shintohondjes ervoor. Verstilde schoonheid. We voelen ons nietig, bij zoveel ouderdom en zoveel schoonheid.

Bij de tempel vinden we weer het jonge echtpaar terug. We nemen hartelijk afscheid. Na het uitvoeren van de rituelen moeten we weer lang wachten bij het stempelkantoor op een jongen met een weekendtas vol rollen en boeken. Dan dalen we de berg weer af via het officiële pad, terug naar route 12. Bijna bij de weg is het pad omringd door huizen en winkeltjes. We krijgen er weer gemberthee aangeboden. Ik weet het maar net binnen te houden; net daarvoor heb ik wat overgegeven, waarschijnlijk door de inspanning. Bij het winkeltje langs route 12 nemen we nog een ijsje en vatten dan weer de terugweg aan. Mels is inmiddels wat gestresst geraakt, we zijn later dan vorig jaar begonnen aan de terugweg én we hebben 5 kilometer meer af te leggen. ‘We gaan het niet halen’, zegt Mels herhaaldelijk. We besluiten vanwege de tijd de weg aan te houden en de meeste parallelweggetjes en -paadjes nu te negeren. Er stopt een auto naast ons. Of we een lift willen? Ik zeg vriendelijk maar beslist ‘nee’. ‘We gaan het lopend niet meer halen…’, benadrukt Mels nog eens. ‘De heenweg was al 2 kilometer langer dan in het routeboekje stond, dat zal dan ook zo bij de terugweg zijn…’ ‘We zien wel’, antwoord ik. ‘Komen doen we er altijd…’ Mijn tempo is nog steeds wat laag… Het jonge paar komt aanlopen van een paadje aan de andere zijde van de kleine rivier. Ze hebben een kleine uitstap gemaakt. We lopen een tijdlang samen op langs route 12, die hier voert langs mooie rotsformaties vol gaten, tot we langs de onsen komen, waar ze hun auto hebben geparkeerd. Of we niet mee willen rijden met hen? Mels kijkt me vragend aan, voor mijn gevoel steeds dringender, maar we slaan toch uiteindelijk allebei het aanbod af. Wel wisselen we visitekaartjes uit met telefoonnummers: voor het geval dat… Route 12 voert langs minder hoge passen dan het henro-paadje, maar de eerste tijd stijgt de weg toch behoorlijk en we lopen de hele tijd in de volle zon. Het is warm, erg warm; ik zet een pluutje op. Na de pas gaat het weer langzaam naar beneden tot er opnieuw moet worden gestegen naar de laatste tunnel voor Kuma Kōgen.

Om half 5 zijn we bijna bij de vervelende tunnel die we nog door moeten – zonder stoep of overdekte goot, dus levensgevaarlijk – waarna het nog maar een kilometer is naar de ryokan waar onze bagage is, als er een auto stopt aan de overkant van de weg. ‘Geen goed punt voor osettai’s’, denk ik nog, want het is een gevaarlijk punt om te stoppen op de sterk kronkelende bergweg. Tussen het verkeer door rent een man onze kant op. ‘Boom Melsu?’, vraagt hij. ‘Hai!’, antwoorden we allebei. Hij blijkt de eigenaar te zijn van de volgende ryokan. ‘Het is nog 10 kilometer, nog 2 uur lopen’, vertelt hij ons. We vertellen hem dat we ook nog eerst onze bagage op moeten pikken… ‘Meerijden’, stelt hij voor, meer opdracht dan vrijblijvende vraag. Driemaal is scheepsrecht. We knikken allebei ‘ja’. Als we hem vragen hoe hij ons heeft gevonden, geeft hij als antwoord dat hij bang is dat het avondeten van 6 uur in de war loopt… Blijkbaar pikt hij vaker zijn gasten langs de weg op. Dankbaar laten we ons in de auto zakken. Een kwartier en vele kilometers later – door de vervelende tunnel, over de lange, scherp dalende weg naar het stadje, en na het oppikken van de rugzakken, verder door een brede vallei langs een berg die inmiddels grotendeels is afgegraven en met vele houtverwerkingsbedrijven – zijn we plotseling al op onze eindbestemming. Bij de ingang brandt een houtkachel bij een zitje. De gastheer maakt meteen onze staffen schoon en even later brengt hij ons elk een groot glas fris on the rocks. ‘Zie je wel dat je je voor niets ongerust hebt gemaakt?’, zeg ik tegen Mels. ‘Het komt altijd goed, zeker in Japan!’ Hij stikt zowat van het lachen in zijn glas drinken.

Het avondeten delen we met 4 andere henro’s, 2 mannen en 2 vrouwen, en onze gastheer blijkt niet alleen een goede kok, maar ook een vrolijke en gezellige entertainer. Aan de muur hangen 2 rollen vol stempels en kalligrafieën, van de tempels die hij heeft bezocht, inclusief allerlei shintotempels. Dat kan blijkbaar in Japan: tempels van 2 verschillende geloven zetten gewoon broederlijk hun stempels op 1 rol. Hij toont ook een boek: Route 88. Met foto’s van (vooral jonge) henro’s die onderweg zijn gefotografeerd, de lokatie erbij vermeld. Hij staat er zelf ook in, toen 42 jaar oud. (En wij hadden hem nu nog geen 40 geschat…) En als hij merkt dat we potters zijn, laat hij nog wat Tobe-keramiek zien. Er blijkt ook porselein uit dit plaatsje te komen met celadonglazuur, een blauwgroen glazuur dat er zo mooi ‘waterig’ uit kan zien. Een van de belangrijkste gespreksonderwerpen ’s avonds aan henro-tafels is uiteraard de route. Onze gastheer heeft ook vele tips daarover. Maar er ligt ook een brief op ons te wachten: Hide-san heeft aanwijzingen gestuurd over de route na tempel 65, omdat er daar kennelijk aardverschuivingen hebben plaatsgevonden waardoor de pelgrimsroute volledig is afgesloten. Zoveel zorg!

Geplande afstand: 22,2 km (excl. 1 km extra i.v.m. achterlaten bagage in vorige ryokan), hoogste punt 785 m (pasje), 900 m stijging
Werkelijke afstand: 29,0 km (incl. 9 km met auto), 1e pasje 711 m, 2e pasje 750 m (hoogste punt), totale stijging 911 m, totale daling 861 m
Cumulatief afgelegde afstand: 915,4 km (excl. 22,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.30– ca. 16.45 uur
Looptijd: 4,50 uur
Gemiddelde snelheid: 4,1 km/u
Bezochte tempels: tempel 44 en 45
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: minshuku Tōri An (1 kamer ca. 6 tatami’s groot met tafeltje, 1 voorkamer 2 tatami’s groot met kastenwand, halletje, 1 binnenveranda met stoeltjes en tafeltje, goed avondeten, matig ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *