Dag 42: zaterdag 7 april 2012: Blowing in the wind

We ontbijten met Peter, Paul & Mary. Jeugdherinneringen herleven. Daarna maken we nog even snel gebruik van de internetverbinding, nog even de tweede drukproef van KLEI… En er zijn enkele ongeruste e-mailtjes uit Nederland: of alles wel goed gaat; blijkbaar is de lichte tyfoon in Japan nieuws geweest op de Nederlandse televisie. Ook Hide-san was bang dat ons iets was overkomen toen hij na 31 maart de blog niet meer bijgewerkt zag; hij is alle overnachtingsplaatsen gaan afbellen die we de eerste week van april hadden gepland. Uiteindelijk kwam hij erachter dat we met een vriendin waren meegegaan. Het is erg vervelend dat we soms gedurende zo’n lange periode geen internetverbinding kunnen vinden (deze keer zelfs een week lang); vorig jaar met de Samsung konden we veel makkelijker een wifi-signaal opvangen dan nu met de Apple. Hide-san heeft ook uitgezocht wanneer wij op tv komen: 17 april om 19.30 uur op kanaal BS-PREMIUM (BS-3) in het half uur durende programma Kokoro to Karada no mitasareru toki, oftewel When heart and body are satisfied, met het beroemde fotomodel Moe Oshikiri. We gaan zeker kijken, hoewel we waarschijnlijk geen idee hebben wat er gezegd wordt… Alles wordt in het Japans nagesynchroniseerd…

Kouichi toont op de computer foto’s van zijn mooie dochter bij een miss yukata-verkiezing en van zijn muziekband van de highschool, die een paar jaar geleden voor een reünie bijeenkwam in zijn ‘experimenteerhuisje’, een oud huisje langs de rivier waar hij ongestoord muziek kan maken; toevallig kwamen we er gisteren langs, de houten brug – 2 planken breed en de enige toegangsweg – inmiddels grotendeels ingestort. Kouichi maakt nog enkele reserveringen voor ons en tracteert ons op koffie. En dan moeten we echt toch eindelijk eens weg… Bij het afscheid geeft hij Mels een Japans-/Engelstalig boek met soetra’s, iets waar Mels erg in geïnteresseerd is; het extra gewicht in de rugzak neemt hij op de koop toe.

Het is bewolkt en tamelijk koud als we vertrekken. Mels zet voor de zekerheid mijn petje op dat zodanig in de was is gekrompen dat het niet meer op mijn haardos past. Voorgaande jaren zijn we de hele dag route 56 blijven volgen, maar deze keer willen we na enkele kilometers een bergpad nemen in plaats van een 1710 meter lange tunnel. We hebben pas 2 kilometer afgelegd, als Mels voorstelt bij een koffiehuis aan te leggen, wetend dat we meteen erna de bergen in zullen trekken. We worden enthousiast ontvangen; dat we pas 2 kilometer hebben afgelegd, wordt ons meteen vergeven. Een andere gast betaalt de (Hollandse!) koffie en de gastheer komt met fotoboeken van werkzaamheden aan de bergroute waaraan hij in 2007 heeft meegewerkt: een nieuwe slaaphut met wc aan het begin van het pad en een rest hut met een schrijntje en een waterput bij het hoogste punt van de route, en ook talloze verbeteringen aan het pad zelf. Als we vertrekken, geeft hij ons een handvol snoepjes en wuift ons uit. Het begin van het bergpad is net voor de lange tunnel. Het blijkt een makkelijk begaanbaar pad te zijn – hoewel enkele gedeelten moeilijk zullen zijn met regen – en het loopt door fraaie bossen; eenmaal waden we door hoge varenbossen die links en rechts op de hellingen ver boven ons uitsteken. Langs het pad zien we wroetsporen van wilde zwijnen. De temperatuur is aangenaam door de beschutting van de bossen. Al snel dalen we weer af en komen in een mooie vallei met talloze moerasjes, verlaten sawa’s die weer zijn ingenomen door de natuur. De vallei is omringd door berghellingen met gemengd bos dat hier en daar zacht bruinrood ziet van de inmiddels bijna uitgebloeide pruimenbomen. Het doet me denken aan de krentenbomen in de bossen bij Dwingeloo, het landschap van mijn jeugd: de witte bloesem vermengd met het ontluikende teer bruinrode blad. Het is dit weekend Pasen las ik in enkele mailtjes; de tijd van de krentenbloesem.

Eenmaal weer in de buurt van route 56 nemen we een parallelweggetje langs een riviertje, maar keren voor de lunch terug naar de grote weg. We leggen aan bij Joyfull, waar frietjes en ijs zijn te krijgen. Net als bij de koffiepauze, maak ik ook nu gebruik van de gelegenheid om even wat aan het dagboek te werken; ik loop enkele dagen achter… Mels valt in slaap. Pas om half 3 stappen we op. De steeds hardere tegenwind langs route 56 is erg koud. Langzaam lopen we Uwajima in, een wat grotere stad. We verdwijnen in een wirwar aan kleine straatjes. Bij een winkel in vissersbenodigdheden informeren we nog maar eens naar een regenzak voor Mels’ rugzak; pas als we een sportzaak zien, hebben we meer geluk: hier is wel een (goed passende!) regenzak te koop. Tegen half 5 komen we aan bij bangai 6, die op een heuvel in de stad is gelegen. Vanaf het tempelcomplex is er een mooi uitzicht, niet alleen op talloze kersenbloesems, maar ook op het fraaie kasteel van Uwajima op de tegenoverliggende heuvel. Kort na het tempelbezoek leggen we aan bij een restaurant achter een groot warenhuis, omdat er bij onze overnachtingsplaats geen eten is inbegrepen. Rond 6 uur arriveren we bij de zeer aardige, licht spastische jongeman die het gastenverbijf beheert, waar we vorig jaar ook al verbleven. Even later staat zijn vader – zijn ouders wonen naast het gastenverblijf – met een dienblad met eten voor onze neus. Osettai! Er kan nog wel wat bij…

Geplande afstand: 17,1 km, 200 m stijging
Werkelijke afstand: 20,3 km, hoogste punt 231 m, totale stijging 601 m, totale daling 581 m
Cumulatief afgelegde afstand: 755,1 km (excl. 13,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.27– ca. 18.00 uur
Looptijd: 4,27 uur
Gemiddelde snelheid: 4,6 km/u
Bezochte tempels: bangai 6
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: Henro yado Moyai (2 kamers elk 6 tatami’s groot, elk met 1 rotan stoel, tafeltje en tv, geen avondeten, geen ontbijt)