Dag 43: zondag 8 april 2012: 1000 grote stinkzwammen in volle glorie

’s Nachts schiet me te binnen dat Mels een tempel is vergeten: we moeten vandaag niet 2 maar 3 tempels bezoeken, omdat we niet overnachten in het hotel waar we vorig jaar hebben geslapen – vóór tempel 43 – maar in een ryokan na de tempel. Dat betekent 3 extra kilometers inclusief een bergje op en af naar tempel 43 en vervolgens weer een bergje op en af naar het dorp waar de ryokan zich bevindt. Vorig jaar hebben we deze zeer fraaie ryokan ontdekt: middenin een mooi, oud straatje met traditionele huizen in het plaatsje Uwa. We hebben de eigenaar en onszelf toen beloofd hier zeker te gaan slapen als we weer zouden gaan lopen op Shikoku.
We vertrekken daarom niet al te laat: 21–22 kilometer voor de boeg, inclusief een behoorlijk bergtraject, en vóór 5 uur moeten we de laatste tempel hebben bezocht… Hoewel avondeten en ontbijt niet zijn inbegrepen in deze overnachtingsplaats, kregen we vorig jaar zowel ’s avonds als ’s ochtends toch wat te eten en nu hebben we daar ook op gerekend, maar er komt niets. We eten dan maar de mikans op, die we van Hideko hebben gekregen, en wat koekjes en vertrekken om half 8. Het is bar koud, ondanks de zon. Met onze hoofden diep weggedoken in onze kragen en de handen zoveel mogelijk teruggetrokken in de mouwen volgen we route 57, die langzaam stijgend tussen de bergen naar het noorden loopt. De vele kersenbomen in het dal laten hun witte bloemblaadjes vallen. In een klein stroompje drijven grote oppervlakken als wit schuim. Niet voor niets zijn de sakura het symbool voor vergankelijkheid: ze bloeien slechts 1 week (en dan staat heel Japan op zijn kop, elke avond toont de tv de bloesemgolf die van zuid naar noord over Japan trekt!); de pruimenbloesem houdt het 2 weken uit.
Het loopt lekker. Dat constateren we allebei; sinds ons gesprek 11 dagen geleden gaat het ook met Mels prima. Ik heb al lang niet meer het ‘Als je (***) iets langzamer zou lopen, dan kon ik je tenminste bijhouden…’ gehoord. Natuurlijk zijn er allerlei lichamelijke ongemakken, maar dat kan ook niet anders op zo’n tocht. Tanoshiku arukimasu! We lopen met plezier. Het plezier van een kind, het plezier om te leven!
Na zo’n 5 kilometer komen we bij de pas en dan is er het brede rivierdal waar we de eerste 2 tempels zullen vinden. Maar we maken eerst een kleine omweg naar een wegstation. Er worden net een paar setjes grote stoffen vissen omhoog getakeld; ze worden op jongensdag in mei door de grootouders geschonken aan hun kleinzoon; we zien ze wel vaker hangen, in allerlei formaten, ‘zwemmend’ op de wind. Het restaurant opent pas om 9 uur, we moeten een kwartier wachten en lopen wat over het kleine marktje dat er net wordt opgebouwd. Bij het restaurant kunnen we geen ontbijtset kopen, daarom nemen we koffie, met brood en cakejes van de markt, en gaan lekker op het terras zitten. In de zon, uit de wind is het heerlijk warm. Links en rechts schieten zwaluwen voorbij; onder de overkappingen zijn overal nestjes. De vrouw van het bloemenstalletje komt een praatje maken. We ontdekken een wifi-signaal en blijven prompt meer dan een uur hangen. Mels moet nog even naar de drukproef kijken. Als we vertrekken, krijgen we van het restaurant cakejes mee en van de buurtafel toffees.

Kort daarna komen we bij tempel 41, die ligt op een lage uitloper van de bergen. Na het uitvoeren van de rituelen, steken we de uitloper over en komen dan weer in het brede dal. Geruime tijd volgen we een weg die aan 1 of beide zijden wordt omgeven door grote vakken gele en rode tulpen. In de verte is een nieuwe snelweg te zien, nog erg rustig. Om half 12 arriveren we bij tempel 42 en na de rituelen lunchen we met wat van de markt meegebrachte sushi op een bankje tegenover het stempelkantoor. Een jonge vrouw komt aanlopen, een grote tas vol rollen over de ene schouder, een grote, zware weekendtas over de andere. Stapels stempelboeken worden gestempeld. De rollen worden na het stempelen allemaal in de zon te drogen gelegd; 15 tellen we er op het bankje bij het kantoor. De vrouw is zonder groep; we vermoeden dat de rollen en boeken voor de handel zijn bedoeld. Vorig jaar vertelde iemand ons dat gestempelde boeken en rollen aardig wat geld opbrengen. Snoeven met ongeleverde prestaties… Ook een buschauffeur komt met een grote weekendtas aanzetten, met de stempelboeken van de busgroep die ondertussen de rituelen uitvoert. Als we na de lunch nog wat zitten te dommelen, komt een autohenro-echtpaar voorbij; de vrouw duidelijk zwanger. We zagen ze ook al bij de vorige tempel, 2,6 kilometer verwijderd. Auto- of bushenro’s zijn niet per se sneller dan loophenro’s…

Vanaf de tempel lopen we verder het dal in dat aan het einde wordt geblokkeerd door een hoge, dwarsliggende bergrug. We nemen het pad over de berg; de route door tunnels lijkt sowieso verdwenen door de nieuwe snelweg die hier de bergen doorsteekt. Het pad omhoog lijkt meer op een drooggevallen beekbeddinkje; gelukkig regent het niet. De pelgrimsstaffen – die de afgelopen dagen met de sterke wind meer last dan lust waren – komen weer goed van pas. Bijna missen we het begin van het vervolgpaadje dat nog hoger de berg opgaat, maar via een steil hellinkje kunnen we er alsnog bijkomen. Het vervolg blijkt erg lastig te zijn: met een ketting trekken we ons op langs de helling; 2 andere henro’s laten we achter ons. Mels zet er steeds steviger de pas in. Dan loopt het pad een tijdlang kronkelend langs de hellingen, steeds verder stijgend. Af en toe waait er een nare geur voorbij. Ik kijk om me heen of er grote stinkzwammen staan, maar er is niets te zien. Rond 1 uur bereiken we de pas op 496 meter en als we even uit zitten te rusten in de zon, komt ook een van de andere henro’s aan. Hij geeft ons 2 dekobon, citrusvruchten die dezelfde naam dragen als de Noord-Koreaanse raket die binnenkort de lucht wordt ingeschoten, legt hij uit. We bedanken hem dat hij die helemaal de berg op heeft zitten sjouwen voor ons! Kort daarna komt de andere henro aan en geeft ons een groene en zwarte theesnoepje. We maken foto’s van elkaar bij het bordje van de pas. Daarna volgt er weer een hachelijk paadje naar beneden, ook meer lijkend op een beekbeddinkje; soms is het zelfs helemaal verdwenen en laten we ons glijden van boomwortel naar boomwortel. Bergafwaarts laten de Japanse henro’s ons weer ver achter zich. Ruggen, knieën en enkels protesteren steeds heftiger. De smerige stank wordt bij vlagen steeds erger, alsof er 1000 grote stinkzwammen in volle glorie staan te pronken. Dan herinneren we ons het destructiebedrijf dat in het volgende dal staat. Gelukkig loopt dit pad iets verder weg, het eindigt bij het einde van de meer dan 2 kilometer lange tunnel van de autosnelweg.

In het dal pauzeren we kort bij een rest hut, lekker bij een picknicktafel in de zon. Het is half 3 en het gaat spannend worden of we de laatste tempel nog gaan halen voor 5 uur – die ligt 6 kilometer verderop – en daarom breken we al snel op. Lange tijd lopen we langs route 29 verder naar het noordwesten; het laatste stuk tot aan de tempel is via allerlei kleine weggetjes die dan weer links dan weer rechts van de nieuwe snelweg cirkelen. Nog weer even een hellinkje op en dan zijn we even voor half 5 bij tempel 43, een complex met fraaie gebouwtjes, gelegen in de omarming van een kleine bergrug. De laatste meters voor de tempel lift er een zwarte vlinder met blauwe randjes mee op mijn rugzak. Zekerheidshalve gaan we eerst naar het stempelkantoor en voeren daarna de rituelen uit. Kort daarna komen ook de andere Japanse loophenro’s aan. Wij nemen een pad dat nog iets verder de berg achter de tempel oploopt en na het pasje op 310 meter komen we in het dal waar het plaatsje Uwa ligt. We dalen af in een zee van kersenbloesem. Even later zijn we al in het fraaie, oude straatje waar onze ryokan zich bevindt. De ryokan-eigenaar staat buiten bij de poort die toegang geeft tot de zeer fraaie tuin met oude waterput. Of hij ons op de foto mag zetten? Uiteraard. Hij lijkt wat verbaasd te kijken als we zeggen dat we vannacht in zijn ryokan slapen, maar gaat ons voor door de tuin naar de erachter gelegen ryokan.

‘Er is iets mis. De reservering klopt niet’, zeg ik tegen Mels als het ryokan-echtpaar druk pratend verdwijnt achter een deur. ‘Welnee, ik weet zeker dat het klopt’, zegt Mels geruststellend. Wij doen alvast de rugzak af en trekken onze schoenen uit. Maar als ze even later terugkomen, blijkt er inderdaad geen reservering te zijn. Mels pakt zijn planningsschema erbij: ryokan Matsuchi Ya is geboekt. ‘Maar dit is ryokan Matsu Ya…’, legt de eigenaar uit. We staan er allemaal beteuterd bij, ook het aardige ryokan-echtpaar. Er zit niets anders op dan onze rugzakken weer om te gespen en onze schoenen weer aan te trekken. Elders zit een ryokan met eten op ons te wachten… Teleurgesteld druipen we af. ‘Misschien volgend jaar?’, zegt de ryokan-eigenaar nog. ‘Ach, we gaan gewoon nog een keer’, probeer ik Mels te troosten… We nemen nog wat foto’s van het mooie oude straatje en lopen dan het moderne deel van Uwa in waar we op minder dan een kilometer afstand de ryokan voor de komende nacht vinden. De ontvangst is uiterst hartelijk, de ryokan goed verzorgd en ook het avondeten is prima. We zijn de enige gasten en eten in een mooie kamer. De gastvrouw – die voortdurend de neiging heeft op de knieën te vallen met de neus op de grond en ook het hoogstbeleefde Japans bezigt dat Mels met moeite kan verstaan… – vraagt of we zin hebben om het Lampionnenfestival te bezoeken. In de ryokan hangen posters met het oude straatje, feeëriek verlicht met lampionnen. Een uitje, dat lijkt me wel wat, en ik trek nog wat bladders van mijn gezicht. Maar dit festival blijkt zich in een park af te spelen, buiten het stadje. We gooien er nog wat extra kilometers tegenaan. Door de donkere straten – Mels gewapend met zaklantaarntje en rood flikkerende armband – lopen we naar de heuvel aan de noordkant van het station. Aan de hemel prijken de eerste sterren. Het uitgestrekte park ligt op een heuvel en staat vol met bloeiende kersenbomen. Overal langs de paden zijn lampionnen opgehangen. Hier en daar zitten gezinnetjes op een zeiltje onder een boom te picknicken. Vriendenclubjes en verliefde stelletjes zitten op de stenen trappen. De kersenbloesem licht wit op in het donker. Lichtjes weerspiegelen in de grote vijver. Sprookjesachtig mooi!

Geplande afstand: 21,2 km, 500 m stijging
Werkelijke afstand: 25,4 km (incl. afstand naar volgende ryokan, excl. Lampionnenfestival), hoogste punt 496 m, totale stijging 947 m, totale daling 731 m
Cumulatief afgelegde afstand: 780,5 km (excl. 13,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.28– ca. 17.15 uur
Looptijd: 5,10 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: tempel 41, 42, 43
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: ryokan Matsuchi Ya (1 kamer 7,5 tatami’s groot met halletje / kastenwand, tafeltje en tv, goed avondeten, redelijk ontbijt)