Dag 41: vrijdag 6 april 2012: Shocking blue penis

Het is moeilijk afscheid nemen. Na een heerlijke nacht op lekkere dikke futons – een groot verschil met de flinterdunne matjes waar we de laatste tijd meestal op moesten slapen – is er een zeer overvloedig ontbijt. En dan nog groene thee met zoetebonengebakjes. Mels vertelt Hideko over mijn ziekte; het is dit jaar voor het eerst dat hij er in Japan vrijelijk over kan praten, maar het emotioneert hem wel, hij schiet vol. Hideko geeft ons een geluks-/blijdschapsbrengende fukuro (uil) van mooi ingelegd houtsnijwerk. Wij geven een klein Delftsblauw potje. Na nog wat foto’s in de tuin, brengen ze ons met de auto terug naar tempel 40 om de pelgrimsroute weer op te kunnen pikken. We omarmen elkaar en wrijven over elkaars rug. Zij dringen aan dat we volgend jaar weer bij hen langskomen en wij bezweren ze ook eens naar Nederland of Frankrijk te komen. Een straatlengte lang worden we uitgezwaaid. We zijn net iets verder dan de hoek om, als er een auto voor ons stopt: Hideko springt eruit, met 2 mikans (een soort sinaasappels) in de hand; we hadden ze laten liggen op de achterbank. Nogmaals afscheid. Dan zetten we de pas erin; het is al 10 voor 9 en we hebben zo’n 25 kilometer voor de boeg, eenzelfde traject als vorig jaar. De zon schijnt, maar de (tegen)wind is weer aangewakkerd en erg koud. We volgen route 56 die hier in het westen van Shikoku afbuigt naar het noorden. Aanvankelijk voert de weg door het binnenland. Op een sawa is een boer bezig met het machinaal planten van rijstplantjes. We passeren weer een schuur met 10-tallen huiden van everzwijnen; vorig jaar hingen ze er ook al, deels gespannen rond houten blokken alsof ze als een soort karikaturen opgezet zijn. Later kronkelt de weg op zo’n 30 meter hoogte langs de bergachtige kust. Het eerste restaurantje aan zee waar we voorbij komen, gaat net open. Tijd voor koffie en plassen; we hebben er inmiddels bijna 2 uur opzitten. In zee steken enkele rotsen uit, als 3 grote haaienvinnen op een rij; erachter is vaag een groter eiland te zien. Op de azuurblauwe zee zijn overal kleine, witte schuimkopjes. Kyushu, het eiland ten zuiden van Honshu, dat we na onze pelgrimstocht nog zullen bezoeken, is vaag in de verte te zien.

Vanwege ons late vertrek ’s ochtends zitten we wat krap in de tijd en daarom kiezen we – net als voorgaande jaren – ervoor route 56 te blijven volgen door diverse tunnels, in plaats van een paadje te nemen dat over de bergen loopt met als hoogste pas zo’n 500 meter. Tegen 1 uur komen we bij een uitgestrekt landschapspark. In een meertje vliegen enkele grijsgekopte aalscholvers op; bij een meertje verderop zitten 10-tallen kleine schildpadden te zonnebaden op de betonnen rand. Wij leggen aan bij de onsen tegenover het park, waar we een uitstekend restaurant weten. Kort na de lunch doorkruisen we via een tunnel een smal, langgerekt schiereiland dat zich ver naar het westen uitrekt.
Een parallelweggetje voert ons door schilderachtige kustplaatsjes vol parelkwekerijen. Langs de langwerpige baai zijn rijen houten huisjes op lange palen half in zee gebouwd. Op het wateroppervlak drijven uitgestrekte pontons met kleine barakjes erop. Metalen rekken zijn in het water uitgezet met oesters ertussen of liggen op de kades te wachten op grote stapels, net als grote bergen boeien. Vorig jaar zagen we overal op het water grote en kleine stukken piepschuim drijven, grote oppervlakken waren wit bedekt; nu lijkt het te zijn opgeruimd.
Dan buigt route 56 weer het binnenland in. De berghellingen zijn bedekt met fraaie gemengde bossen, overal gemêleerd met witte en rose bloesem. Een (laatste) fietstunnel later rusten we kort in een rest hut in een parkje. In de vijver bedelen koivissen; op het betonnen trapje zitten witte eenden toe te kijken. De wind lijkt in en na de laatste tunnel wat minder; het is lekker warm in de paar zonnestralen die we tussen de bergen nog op kunnen vangen. Maar als we verder trekken, neemt de (tegen)wind weer zienderogen toe. Lange tijd lopen we via parallelweggetjes langs rivieren omzoomd door rijen kersenbloesems. In de betonnen rivierbeddingen staan uitgestrekte rietvelden; 2 mannen zijn met bosmaaiers bezig riet te maaien. Het is al 5 uur geweest als we komen bij een schilderachtig gehucht dat zich uitstrekt langs een brede rivier en kort daarna bereiken we onze ryokan.

Vandaag hebben we een mijlpaal bereikt: we zitten op de helft van onze pelgrimstocht – uitgaande van de geplande kilometers. In de spiegel van de ofuro bewonderen we onze hoofden: Mels’s schedeldak is aardig roodverbrand; hij kon de afgelopen dagen vanwege de sterke wind zijn hoedje niet dragen. Ikzelf zie er ook wat vreemd uit: in de ofuro heb ik zeep uit een tube op mijn gezicht gesmeerd, denkend dat het gezichtscème was; de uren daarna zag mijn gezicht er nogal strakgetrokken uit, vandaag was het meer gevoelloos en opgezwollen. De bodysoap van deze ryokan doet er nog een schepje bovenop: de soap brandt rond mijn lippen en even later zwellen ze op alsof er een botoxbehandeling heeft plaatsgevonden. Het ongevraagde facelifteffect is nogal kortstondig: hier en daar begint het wat te bladderen…
‘Beer?’, vraagt Kouichi Sakamoto, de 56-jarige, iets Engelssprekende ryokan-eigenaar, als we binnenkomen in de eetzaal. We zijn – net als vorig jaar – de enige gasten. Hij komt weer gezellig een biertje meedrinken en zet video’s op van Oscar Peterson en Miles Davis: ‘Al die Japanse henro’s die hier komen, houden niet van die muziek. Jullie gelukkig wel. De beste avond van het jaar!’ Kouichi houdt vooral van jaren 60- en 70-muziek, ‘zoals Penis van Shocking Blue’ en hij verontschuldigt zich voor het feit dat Japanners de V niet uit kunnen spreken… Ja, ja… Later vertelt Kouichi over zijn 25-jarige dochter die productontwerpster is in Kyoto en toont 2 van haar ontwerpen: gehaakte slippers compleet met haakpatroon, en een displaytje van een draak gemaakt van stof. Het laatste doet hij cadeau. Sinds de scheiding ziet hij zijn dochter slechts 2x per jaar, tot zijn grote verdriet. In juni komt ze weer, voor 5 dagen. Het verhaal grijpt Mels aan; tranen.

Geplande afstand: 24,7 km, 100 m stijging
Werkelijke afstand: 27,9 km, totale stijging ca. 523 m, totale daling 543 m
Cumulatief afgelegde afstand: 734,8 km (excl. 13,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.44– ca. 17.30 uur
Looptijd: 5,45 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: geen
Blaren: 1 (zelfde)
Overnachting: ryokan Yoshino Ya (1 kamer ca. 5 tatami’s groot en 1 kamer 6 tatami’s groot met tafeltje, tv, internet via kabeltje in eetzaal, goed avondeten, goed ontbijt)