Dag 39: woensdag 4 april 2012: Achter gindse kersenbloesem

’s Nachts steunt en kreunt de ryokan onder al het orkaangeweld. Ik slaap nauwelijks. Om 9 uur vertrekken we. Allebei zijn we nog erg moe van de lange tocht van gisteren en het tempo is niet al te hoog. De wind is nog steeds erg sterk en tegen. Maar de temperatuur is lekker. We volgen route 56 naar het westen. Al korte tijd later komen we bij tempel 39 die baadt in de kersenbloesems. Na het uitvoeren van de rituelen volgen we een mooi en makkelijk bergpaadje, onder meer door een bamboebos. Dan vervolgen we onze weg weer via route 56, steeds verder naar het westen. In enkele zeer ondiepe watertjes met waterhyacinten (verlaten natte sawa’s?) zwemmen salamanders en kleine visjes. Na 4 kilometer komen we langs een koffietentje, maar Mels wil liever wachten tot we in Sukumo aankomen, een stadje waar wellicht kans op wifi is. Maar Sukumo bereiken we pas tegen 12 uur en koffietijd is dan al lang voorbij. Na wat omzwervingen vinden we wel een lunchrestaurant, maar wifi is er niet bij.  Bij het weggaan vragen we of er wellicht een kampeer- of outdoorwinkel in de buurt is, want we zullen zo snel mogelijk de regenzak van Mels’ rugzak moeten zien te vervangen. Er komt net een vrouw binnen en zij biedt spontaan aan ons met de auto naar een zaak te brengen. In een warenhuis vinden we een kinderponchootje, dat mogelijk met tape tot een regenzak is om te bouwen, en 2 kleine pluutjes, maar bij de bouwmarkt ernaast vangen we bot. Ik verwacht ook niet dat er gespecialiseerde zaken zijn in dergelijke kleine steden. We besluiten de route weer op te pakken en door te lopen. Korte tijd later laten we de stad weer achter ons.

Het geheugen is een vreemd wezen. In ons beider herinnering was de tocht over de 2 bergjes vorig jaar niet al te moeilijk en van het eerste jaar herinneren we ons allebei de korte rust in het dal tussen beide bergjes in, op wat kratjes bij een fruitteler; we kregen toen voor het eerst buntans aangeboden. Maar de loods met kratjes ernaast blijkt pas in het derde of vierde (we raken de tel kwijt) dalletje te zijn. Zoveel dalletjes, zoveel bergjes??? En die helling met fruitbomen waar we zo schrokken van de harde knallen (gemaakt met butagasflessen) die bedoeld waren als vogelverschrikker, die blijkt op meerdere bergjes voor te komen. Eindeloos duurt de tocht deze keer… Af en toe vraag ik me af of we wel goed zijn gelopen, is dit dezelfde weg als vorig jaar? Maar ik herken de boom met de tientallen over elkaar kronkelende boomwortels die het pad hebben ingenomen. En het bankje vlak voor de pas staat er ook, met ernaast het kleine weitje met 3 – nu in bloei staande – kersenbomen, en ook de pas zelf, met de gevorkte splitsing, waarvan we ons elke keer weer afvragen of we nu links of rechts moeten… Vorig jaar waren de dagtochten in onze beleving (bijna) altijd makkelijker en korter dan tijdens de eerste looptocht; nu, gedurende onze derde pelgrimsreis is dat nogal wisselend: de ene keer valt het mee, maar vaak lijkt het juist langer…

Na de pas is er een makkelijk, langzaam dalend pad naar het volgende dal. Daarna blijven we de weg volgen; we verwachten nu elk moment onze ryokan te kunnen zien. Een paar maal vragen we of we goed zitten: een man in een pick-up zegt: ‘Bij de stoplichten linksaf.’ Stoplichten? Hier? In the middle of nowhere??? Een paar kilometer later klampen we een man aan die in zijn tuin staat te werken; hij heeft een lang verhaal over ‘iedere keer rechtdoor’ en ‘achter gindse kersenbloesem’. Welke kersenbloesem? Overal staan kersenbloesems! Langs wegen en straten staan hele rijen. Berghellingen zien wit, rose en zacht bruinrood van de bloesem. Bijne elke tuin herbergt een grote kersenbloesem. We lopen eindeloos door, tot we in een dorpje komen. Met een stoplicht. Even later zijn we bij de ryokan.

We worden door de hartelijke gastvrouw met groene thee ontvangen in de eetzaal met tafels en stoelen. Ze is gewend buitenlanders te ontvangen, hoewel ze niet altijd makkelijk zijn, vertelt ze: vorig jaar was er een Canadees die geen Japans voedsel lustte. Dat lijkt me heel erg lastig, zowel voor hemzelf als voor de gastvrouw. We zijn de enige gasten. Bij het avondeten converseert Mels (bijna) moeiteloos in het Japans met de gastvrouw. We eten onze buik rond en met zulke enthousiaste eters maakt onze gastvrouw nog een portie licht gebakken vispastei. We vragen of ze iemand voor ons wil opbellen: Hideko Fujita, de zingende henro die we vorig jaar ontmoetten en die vlak in de buurt moet wonen. Als we haar aan de lijn hebben, barst ze zowat uit elkaar van vreugde. Binnen het kwartier staat ze met de auto voor. Ze slaat me de longen zowat uit mijn lijf van plezier. We moeten onze reservering voor de volgende nacht cancellen en bij haar slapen. Morgen pikt ze ons op na ons tempelbezoek. We hebben met opzet een korte dagtocht gepland, slechts 11 kilometer. De ryokan-eigenaresse belt bereidwillig onze reservering af bij de volgende overnachtingsplaats en serveert groene thee. Op de televisie zijn weer beelden te zien van de storm die over het land trekt.

Geplande afstand: 19,3 km, 350 m stijging
Werkelijke afstand: 21,7 km (incl. 1 km met auto), hoogste punt 299 m, totale stijging ca.827 m, max. helling 32%, totale daling 670 m (deels schattingen; gps heeft tijdlang niet gewerkt)
Cumulatief afgelegde afstand: 695,4 km (excl. 13,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.04– ca. 17.10 uur
Looptijd: ?
Gemiddelde snelheid: ?
Bezochte tempels: tempel 39
Blaren: 1 (verder gegroeid)
Overnachting: minshuku Omori Ya (1 kamer 6 tatami’s groot met fraaie tokonoma/kastenwand, verwarmd tafeltje, tv, goed avondeten, goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *