Dag 36: zondag 1 april 2012: Koffieleuten, chocolademonsters, smulpapen…

Op het zonovergoten strand zie ik de eerste ochtendhenro lopen, nietig klein op de enorme vlakte. Enkele surfers maken zich op de zee in te gaan; 2 zitten er al op hun plank te wachten op een aardige golf, maar daar is weinig kans op vandaag, de zee is erg kalm. Van juni tot augustus komen hier zo’n 30–40 reuzenzeeschildpadden om in het zand hun eieren te leggen. Bij het ontbijt praten we met de gastheer over de moeizame verspreiding van biologisch voedsel. We blijven lang in de ryokan hangen om te profiteren van het internet, nog even de blog uploaden. En daarna hebben we ook nog wel zin in koffie… Om 10 uur vertrekken we eindelijk, voor een iets korter dagtraject dan vorig jaar, maar we herinneren ons dat het toen een hele, hele lange dag was, dus we moeten ons onderhand gaan haasten… We krijgen onigiri mee voor de lunch en geven ten afscheid chocolaatjes in Hollandse tegeltjesverpakking. De gastheer blijkt een chocolademonster, dat komt goed uit.

Vlak na de ryokan dalen we af naar het strand en steken via een lange vlonder een kreek over. De hele baai lang lopen we over het kilometerslange strand. Samen met route 321 passeren we de volgende kreek en nemen dan een parallelweggetje. De volgende keer dat we van route 321 afwijken, komen we langs een vissershaven waar vorig jaar net een lading vis was binnengebracht. Er waren toen 100-en buizerds die een hapje probeerden mee te pikken. Nu zitten en vliegen er nog 10-tallen, wachtend tot er weer een boot aanlegt. Wij nemen na de haven – via een klein strandje vol aangespoeld wrakhout en afval – een wat vervallen pad de berg op, dat wat erg veel wegheeft van een drooggevallen beekbeddinkje. De wrakke planken over een kruisend beekje worden elk jaar slechter; bij elke stap zakken we er een beetje in weg. De afdaling korte tijd later is al even hachelijk, maar deze keer hangt er een dik touw naast. Daarna loopt het pad – aan beide zijden omgeven door dicht struikgewas – door wat akkerland. Dan volgt een sprookjesachtig bamboebos dat vol kwetterende vogeltjes lijkt te zitten. Een etage hoger, vlak boven de bamboelaag, vliegen al gokkend wat raven. Even verderop zit een groep koerende duiven. Bijna in de bewoonde wereld is er een klein gebouwtje, een henro-rustplaats of een eettentje misschien? We stappen naar binnen, maar worden eruit gewuifd door een bejaarde vrouw; we mogen op het randje van de veranda zitten. We besluiten verder te lopen; misschien komt er nog een aantrekkelijker rustplaats.

Kort lopen we nog langs route 321, maar als deze verder landinwaarts buigt, slaan we af naar route 27, een kleinere en vooral rustiger weg, vaak met voetgangersdeel. De tempel die we vandaag zullen bezoeken, ligt ver buiten de ‘doorgaande’ henroroute, op de punt van een zuidelijke kaap – een lange vinger die hangt aan een al naar het zuiden uitstekend deel van het eiland. Veel henro’s lopen daarom langs dezelfde (want kortste) weg heen en terug (al dan niet in 1 dag) en we komen dan ook veel henro’s tegen onderweg. In zee zitten aalscholvers op witbescheten rotsen en soms – op hun ‘eigen’ rotsen – wat  grote meeuwen. Ook boven een volgende vissershaven hangen 10-tallen buizerds te wachten. De weg loopt hoog langs de haven en als we een kloppend geluid horen in de diepte kijken we even over het randje. Op de kade ligt een enorm visnet uitgespreid en 10-tallen mannen zitten er met hamers op te kloppen om zeepokken en andere aangroeisels te verwijderen. We nemen foto’s en worden enthousiast toegezwaaid. Tot onze verrassing zien we in het plaatsje ook een langneus in henrokleren: Arno van Diepen uit Zwaag. En even later is er ook de Japanse henro uit Kobe die regelmatig met de Hollander oploopt. Zij zijn op de terugweg van de tempel. Toevallig is er achter ons een restaurant – wij hadden het niet opgemerkt, ook voorgaande jaren niet… – en we besluiten met zijn 4-en een lunch te nemen. De 42-jarige Arno vertelt dat hij in november de pelgrimstocht op Shikoku op de televisie zag, in de serie De Wandeling en toen besloot dat dit wel een aantrekkelijke manier was om Japan te leren kennen. Hij heeft 3 maanden vrij genomen van zijn baan als IT-er bij de KLM, maar verwacht dat hij veel eerder terug zal zijn. Na iets meer dan 2 weken lopen, is hij al op de helft van de (88-tempels) route, dat betekent gemiddeld zo’n 45 kilometer per dag.

Een tijdlang versmalt route 27 regelmatig tot een smal weggetje op een dijkje; auto’s kunnen er elkaar niet passeren en ook wij komen af en toe wat in de knel. Dit deel heeft iets weg van het weggetje vlak voor tempel 38; dat is even smal, maar gelegen tussen hoge aarden wallen waarvandaan zich kronkelende bomen over de weg buigen. Even hebben we – vorig jaar ook al! – de illusie dat we bijna bij de tempel zijn, maar dan volgt er weer een eindeloze weg langs de kust; heen en weer en op en neer kronkelt route 27 op zo’n 50–80 meter hoogte langs de bergen. Het kost me steeds meer kruim om het hoge tempo vol te houden; de bal van mijn linkervoet is erg pijnlijk – ik kan er nauwelijks op lopen – en bij de rechtervoet lijkt er al een paar dagen een blaar te rijpen onder mijn enkel. Het is erg warm en een groot deel van de dag lopen we ook tegen de zon in, ook dat vermoeit. De kaap waarop de tempel staat, is het warmste deel van Shikoku vanwege de warme golfstroom en hij heet Ashizuri Misaki: kaap van de slepende benen… en dat is een wel erg toepasselijke naam voor loophenro’s!

Zo’n 4 kilometer voor de tempel komen we langs een uitgebreide henro-rustplaats die baadt in de kersenbloesems. We blijven niet, maar het geeft ons weer de illusie dat we er bijna zijn… Om half 4 zijn we dan eindelijk bij tempel 38. Op een richeltje bij het poortgebouw eten we eerst even een ijsje, even rust… We voeren de rituelen uit en bewonderen nog een keer het fraaie tempelcomplex. Het ambitieuze priesterechtpaar, dat we het eerste jaar ontmoetten toen we in het gastenverblijf sliepen, is voortdurend bezig het geheel nóg mooier te maken. Elk jaar dat we er komen, staat er wel iets in de steigers of vlonders. In de vijver zijn vele grote keien en stalagtieten gerangschikt en telkens komt er iets fraais bij; de allermooiste ligt er echter dit jaar in brokstukken bij. En het gastenverblijf ziet er, net als vorig jaar, gesloten uit. Het priesterechtpaar was 2 jaar geleden behoorlijk overspannen; zou dat inmiddels verslechterd zijn?

Vanaf de tempel is het nog 7 kilometer lopen naar onze overnachtingsplaats. Terwijl we het ene grote hotel na het andere passeren – en ook de ene ryokan na de andere – vraag ik me wat vertwijfeld af of we toch niet een beetje gek zijn, omdat we voor één bepaalde ryokan vandaag 7 kilometer langer lopen dan nodig is (en in totaal 4 kilometer extra omlopen), omdat het eten er zo goed is… Ik ga steeds meer strompelen. Tweemaal wijken we van route 27 af en doorkruisen wat gehuchtjes die in de diepte liggen, ver onder de autoweg. We weten het laatste deel van de tocht ietsje in te korten door een klein bergpaadje te nemen en om 20 over 5 zijn we eindelijk bij de ryokan die bovenop een bergje staat, met een mooi uitzicht over de kapen en de oceaan. Het eten is weer verrukkelijk en ook heel mooi opgemaakt: de vis, die grotendeels tot sashimi is gesneden, is met een satéprikker op een grote schaal gearrangeerd alsof hij nog aan het zwemmen is. Gelukkig beweegt hij niet meer. Dát heb ik eens op de televisie gezien en dat vind ik toch wel erg zielig…

Geplande afstand: 22,1 km (of ietsje meer…), 50 m stijging
Werkelijke afstand: 24,1 km, totale stijging 645 m, max. helling 9%, totale daling 534 m
Cumulatief afgelegde afstand: 622,4 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 10.00–17.20 uur
Looptijd: 4,47 uur
Gemiddelde snelheid: 5,0 km/u
Bezochte tempels: tempel 38
Blaren: 1…
Overnachting: minshuku Aomisaki (1 kamer 8 tatami’s groot met kastenwand en halletje, tafeltje met 2 grondstoeltjes, kaptafel met stoeltje, tv, (internet via kabeltje in de eetzaal?), zeezicht, uitstekend avondeten, uitstekend ontbijt)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *