Dag 32: woensdag 28 maart 2012: De gulle automaat

Of het (nog steeds) door het gemberijsje komt? De hele nacht voelen we ons allebei beroerd en ’s ochtends is het alleen maar erger. Het ontbijt blijkt wel gezamenlijk te zijn en daar zien we weer de henro van eergisteren. Het lukt ons echter niet veel te eten. We vertrekken 20 voor 8 voor een traject van zo’n 24 kilometer. Wat betreft het eerste deel van het traject kunnen we kiezen uit 2 routes. Voorgaande jaren hebben we een route ten zuiden van route 56 genomen, de oudste en ook de meest gebruikte route: eerst lange tijd langzaam stijgend over een smalle weg, dan een steil bergpaadje tot de pas waar ook route 56 overheen gaat. Deze keer nemen we echter de route ten noorden van route 56, die hoger over de bergen loopt, maar ook geleidelijker stijgt en daalt, én nog fraaier schijnt te zijn. We moeten er iets voor teruglopen door het stadje en volgen dan een smalle, slingerende weg naar het noorden en vervolgens naar het westen, tussen sawa’s en af en toe wat bebouwing. De zon schijnt volop en bij de rest hut aan het begin van het bergpaadje gaat het windjack uit. We zijn niet de enigen: een andere henro gaat verder in T-shirt, in zijn ene hand een pelgrimsstaf, in de andere een nordic walking stick. Tot onze verrassing eindigt het pad na een tijdje en moeten we een lange trap af, onder een in aanbouw zijnd viaduct van de nieuwe snelweg door en dan via een nog veel langere trap weer naar boven. Halverwege de trap omhoog pauzeren we even in een rest hut. De fleecejacks gaan uit. We maken een praatje met de nordic walking stick-henro en er komen ook 2 landopmeters voorbij die het henropad opmeten. Ze dragen laarzen met een afzonderlijke grote teen en zolen vol spijkers. Er komen nog meer werkmannen voorbij en even later zien we tot onze verbazing zelfs een heel jongens-voetbalteam aankomen. We dachten nog wel dat er geen mens langs deze route kwam!

Na de trap volgen we lange tijd weer een bergpad. Vaak ligt het vol met puin en takken; blijkbaar in het regenseizoen aangevoerd door een stroompje. Elders moeten we voortdurend over kriskras groeiende boomwortels heen stappen. Af en toe kijk ik verontschuldigend naar boven. Een enkele keer blokkeren boomstammen het smalle, diep uitgesneden pad, soms zelfs hele bomen. Toch is het pad makkelijk begaanbaar, doordat het zo geleidelijk stijgt en daalt. Steeds hoger gaat het, na elk vermeend pasje gaat het weer iets verder omhoog. Er staan overal viooltjes, rose, of vaker nog zachtpaars. Soms zingt er een nachtegaal. Af en toe nemen we een slok water, maar dat maakt de misselijkheid eigenlijk alleen maar erger. Op het hoogste punt (bijna 400 meter) zitten we – samen met een vrouwelijke henro die we vanochtend bij het ontbijt zagen – op een bankje te genieten van het uitzicht over de dalen en bergen met in de verte de oceaan met hier en daar in de nevel drijvende eilandjes en rotsen. Daarna dalen we langzaam zo’n 100 meter af totdat we om 11 uur bij route 56 komen, op het punt waar ook de zuidelijke route erbij komt. We hebben in meer dan 3 uur tijd slechts 7 kilometer afgelegd. Bij het restaurant op de pas leggen we aan. Ik neem een moruningu setto (morning set), Mels beperkt zich tot het brood; niet alleen om het ontbijt goed te maken, maar ook omdat we verder geen lunch verwachten.

Vanaf de pas lopen we lange tijd door een breed dal, eerst via een parallelweggetje – langs sawa’s, huizen met moestuintjes, door een bos waar stammetjes met shiitakes staan, en door rietvelden – en later langs route 56, die hier grotendeels een stoep heeft. Van een tweede parallelweggetje missen we de afslag, dus blijven we langs de drukke autoweg lopen. Daar zien we bij een gebouw een kleine kooi met een wild zwijntje erin. Het dier is eerst wat bang van ons, maar besluit blijkbaar op een gegeven moment ons te vertrouwen en gebaart ons dan met zijn snuit de deur open te doen. Het is een triest gezicht. Het dier is duidelijk wanhopig. Maar het deurtje openen vlak naast een drukke autoweg is ook geen oplossing. We kunnen niets anders doen dan doorlopen, maar het trieste beeld blijft in ons hoofd rondspoken.

We rusten nog enkele malen, eerst bij een rest hut, later buiten bij een supermarkt. Ik neem er een ijsje, Mels een doos met chocolaatjes gevuld met noten. Dat moet hij later bezuren; zijn misselijkheid neemt weer toe. De hele middag sleept hij zich voort. De flesjes groente thee die we van de super krijgen, stoppen we weer elders in een vending machine. In het brede dal staat een sterke koude wind, eerst in de rug, later hebben we hem tegen. Pas tegen het einde van onze tocht is het af en toe verrassend warm in de volle zon, als de wind is gaan liggen. Een vrouw op een fiets komt een praatje maken. Ze is Filippijnse en woont met haar 2 kinderen in de buurt; ze werkt bij JA, een groot Japans bedrijf.

We wilden vandaag graag overnachten in het gastenverblijf van tempel 37, net als voorgaande jaren. Maar dat bleek al vol te zitten, daarom hebben we een overnachtingsplaats in de buurt van de tempel gezocht. Onze ryokan blijkt geen kleintje te zijn en de ontvangst is hartelijk. Een van de gastvrouwen spreekt wat Engels. We krijgen 2 kamers met bankstel en er is zelfs internet op de kamer. De ofuro is groot en schoon. Bij aankomst huilt Mels van moeheid. Voor het avondeten krijgen we een apart zijkamertje in het restaurant toegewezen. Mels en ik praten over zijn problemen: hij is krachteloos tijdens deze tocht, hoe hij ook zijn best doet, en dat maakt hem vatbaar voor allerlei lichamelijke aandoeningen. Maar stoppen wil hij niet. De eigenaar van het etablissement komt nog even een praatje maken. En de Engelssprekende gastvrouw maakt na het eten enkele reserveringen voor ons. Ze doet erg haar best (‘Ze lopen de tocht al voor de derde maal, ze spreken Japans…’ etc.), maar we worden toch nog weer ergens geweigerd zodra ze de niet-Japanse achternaam horen: geen enge buitenlanders…

Geplande afstand: 23,4 km, 400 m stijging
Werkelijke afstand: 21,0 km, hoogste punt 377 m, totale stijging 759 m, totale daling 548 m, eindhoogte 216 m
Cumulatief afgelegde afstand: 528,1 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.40– ca. 15.50 uur
Looptijd: 4,16 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: geen
Blaren: 0!
Overnachting: ryokan Mima (1 kamer 8 tatami’s groot met tokonoma / kastenwand, tafeltje en grondstoeltjes, plus 1 kamer met vloerkleed – 6 tatami’s groot – met ingebouwde kast en bankstel, plus 1 binnenveranda over volle breedte en lengte van de kamers met rotan zithoek en schommelstoel, internet via kabeltje op de kamer, uitstekend avondeten, ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *