Dag 27: vrijdag 23 maart 2012: Grijze eenzaamheid

Het plenst zoals voorspeld. In de laagvlakte hangt een dicht wolkendek; slechts hier en daar steken er donkere bergtoppen bovenuit. Tijdens het ontbijt komt de eigenaresse weer met enkele extraatjes: snippers gedroogde vis en speciale sojasaus, lekker door de rijst. Ze zal een zak van het een en een karton van het ander opsturen naar ons laatste hotel in Japan, zodat we het mee kunnen nemen naar Nederland. Wij blijven lekker lang hangen, de nattigheid buiten trekt niet echt en bovendien gaan we eerst koffiedrinken… denken we. Maar dat hebben we verkeerd begrepen: de eigenaresse suggereert dat we eerst nog tempel 35 bezoeken en daarna terugkomen om gezamelijk te gaan koffiedrinken. Dat komt eigenlijk veel beter uit, want voor tempel 35 hoeven we alleen even op en neer. We willen de rugzakken toch achterlaten in het hotel om ze later weer op te pikken voor het verdere dagtraject.

In de stromende regen lopen we door Tosa City en gaan daarna via een smalle weg de berg op waar tempel 35 zich bevindt. Vanwege de regen laten we een korter paadje links liggen. Na het tempelbezoek doen we het koffiehuis aan waar we hebben afgesproken met de eigenaresse van het hotel. Voordat we binnen mogen komen, droogt moeders onze natte regenpakken af met een handdoek. Ze tracteert op koffie met brood en ei. En van het koffiehuis krijgen we nog wat zure sinaasappelpartjes. We hebben de volle aandacht van het hele koffiehuis. Het zit er vol met – vooral wat oudere – vrouwen en enkele mannen. We zien dit soort koffiehuizen wel vaker in Japan: gezellige huiskamerachtige etablissements waar de meeste bezoekers rond de bar zitten, en waar veel gezamenlijk gekletst wordt. Heel anders is het bij de restaurants die meer westers ogen, zoals bij de luxe bakkerij waar we rond het middaguur nog wat broodjes (en een lekkere cappuccino) kopen voor onderweg. Daar zit iedereen netjes aan zijn eigen tafeltje, met zijn eigen gezelschap, meer zoals in westerse landen.

Ondanks onze voornemens vertrekken we pas rond half 1 voor het verdere dagtraject, na eerst nog onze rugzakken te hebben opgehaald in het hotel en wat cadeautjes te hebben achtergelaten voor de eigenaresse. Uur na uur lopen we in de regen. Ik moet voortdurend even wachten omdat Mels anders te ver achterblijft. De tocht is voor hem erg moeilijk dit jaar; er zijn maar weinig dagen dat hij redelijk fit is. De gebeurtenissen met zijn dochter afgelopen jaar hebben hem geestelijk en lichamelijk een flinke knauw gegeven. Hij is voortdurend moe. En zo lopen we samen alleen, elk met zijn eigen gedachten.

Bij een rest hut rusten we kort om de meegenomen broodjes op te eten. In de gestaag vallende regen lijken de bamboebossen wel reuzenboerenkoolstronken; de houtige stengels buigen zwaar door; het gebladerte hangt als natte pruiken naar beneden. We beslissen om niet het pasje te nemen dat we voorgaande jaren hebben gedaan: jammer, want het is een van de mooiste paadjes tijdens onze tocht. Maar met deze regen is het waarschijnlijk nauwelijks begaanbaar. Daarom gaan we nu via een ca. 1 kilometer lange autotunnel (gelukkig met brede stoep en railing). We komen daardoor iets te oostelijk uit, maar kunnen via een kustweg weer op het goede traject komen dat aansluit op een lange (maar gelukkig geen hoge en geen drukke) brug naar het schiereiland waar de volgende tempel staat en waar ons hotel zich bevindt. Als we uit de tunnel komen, is het zo mogelijk nóg harder gaan regenen. Af en toe zien we op het asfalt reuzenregenwormen, wel 30 centimeter lang en blauw-iriserend van kleur. Eenmaal op het schiereiland lopen we langs een vrij stille weg die vlak langs de zee kronkelt. Op de rotsen in zee zitten wat verfomfaaide aalscholvers, diep ineengedoken tegen de regen. Vlakbij lijkt de zee spiegelglad, maar aan de overkant van het water, langs het vasteland, beuken grote golven op de rotsen. We rusten heel kort in een rest hut; tegen de plafondbalken zitten overal lemen nestjes van metselbijtjes.

Al om 3 uur zijn we bij de tempel. Een Japanse henro omhelst ons en geeft ons elk een gelukskat-hangertje; wij geven hem een klompjes-sleutelhanger. De regen neemt inmiddels af. Bovenaan alle trappen, voor de hoofdtempel staat een kers in volle bloei: sakura! In het moeras aan de voet van de berg zitten volop kikkers te kwaken. We ontmoeten bij de tempel een langneus: de 24-jarige Shane uit Australië, student geologie, die regelmatig in Japan verblijft. Toen hij eens een tempel bezocht op Shikoku en er in wit geklede pelgrims met strooien hoeden zag, wist hij meteen dat hij dit ook wilde doen. Hij blijkt hetzelfde hotel als wij te hebben geboekt. Gezamenlijk nemen we het kleine paadje vanaf de tempel, verder de berg op, richting het hotel. En al voor half 5 zijn we er en worden we zeer hartelijk verwelkomd door Ikegami Koji, de hoteleigenaar. We komen hier inmiddels voor de derde keer en dit is het meest fantastische hotel tijdens onze pelgrimstocht, mede door de hoge ligging.

Vanuit de openlucht-ofuro heb ik een sensationeel uitzicht over de oceaan. Op zo’n grijze dag als vandaag gaat de oceaan aan de einder onmerkbaar over in de hemel. Er lijkt geen verschil in dichtheid meer te zijn tussen water en lucht. Het moet een ideale dag zijn voor een nami kanjo, een golfgebed, bedenk ik me… Vlakbij de buitenrand van het bad, waar geen afdak is, valt de regen zachtjes in het badwater. Langzaam gaat het schemeren. In de verte gaan de lichtjes aan op het vasteland.

We krijgen een mailtje en later ook een telefoontje: het is Yoshitake toch nog gelukt mijn infuus rond te krijgen, maar wel pas over 2 dagen. Daarom beslissen we niet 2 maar 3 nachten te blijven in het hotel. En Koji heeft al toeristische uitstapjes bedacht: we gaan weer Nederlanders bezoeken. De avondmaaltijd delen we met Shane. Heel gezellig! Mijn accent doet hem denken aan zijn grootmoeder die in Nederland is geboren.

Geplande afstand: 18,2 km, 200 m stijging
Werkelijke afstand: 20,7 km, totale stijging 571 m, max. helling 17%, totale daling 502 m
Cumulatief afgelegde afstand: 468,6 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.46– ca. 16.20 uur
Looptijd: 4,28 uur
Gemiddelde snelheid: 4,6 km/u
Bezochte tempels: tempel 35 en 36
Blaren: 0!
Overnachting: hotel Kokumin Shukusha Tosa (kamer 6 tatami’s groot, kastenwand / halletje, binnenveranda met tafeltje en 2 fauteuils, tv, fantastisch uitzicht over kust en oceaan, wifi in de lounge, uitstekend avondeten, goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *