Dag 24: dinsdag 20 maart 2012: Ik zag 2 beren…

Bij het ontbijt zijn er toch nog 2 andere gasten bijgekomen: werkmannen in pastelgroene pakken (alle werkmannen in Japan zijn op dezelfde manier gekleed). Uit het haventje vertrekt af en toe een motorsloep, soms een wat grotere vissersboot met grote hengels die – in ongebruikte toestand – naar voren steken. In de verre verte zijn vaag bergen te zien; we zitten momenteel in een gigantische baai aan de zuidkant van het eiland dat de vorm heeft van een roggenei. Het is bewolkt, de zee is aan de einder net iets donkerder dan de grijze wolkenlucht. Als we om 8 uur vertrekken is het behoorlijk fris. We worden hartelijk nagezwaaid door de gastvrouw. We hebben voor vandaag eenzelfde programma gepland als vorig jaar. De komende dagen moeten we om Kochi, de grootste stad aan de zuidkust, heentrekken en onderweg diverse tempels bezoeken.

Een tijdlang volgen we weer het fietspad, tot we – vóór Kochi – naar het noorden afbuigen via allerlei grote en kleine wegen, afwisselend door agrarisch gebied en kleine gehuchtjes. Ik zie steeds meer magnolia’s in bloei staan en af en toe is er ook het felle, uitbundige geel van forsythia’s. Op een bergtop staat een Frans(?!) kasteel. Rond 10 uur vinden we een leuk restaurantje met uitstekende cappuccino en overheerlijk gebak. We krijgen een extra cakepunt erbij als osettai. De gastvrouw is onder de indruk van de tekst op mijn pelgrimstas: 1 weg, 2 mensen. Het gaat uit van het idee dat Kukai in gedachten met je meeloopt tijdens de pelgrimstocht. Voor mij betekent het nog heel veel meer: ik neem in gedachten iederéén mee die me dierbaar is… Het piepkleine restaurantje is ingericht met allerlei ditjes en datjes: bloemetjes, kleedjes, kopjes, kaarsjes… Eigenlijk zijn onze lijven veel te groot voor zo’n restaurantje en al helemaal met bepakking. Als we vertrekken, worden we uitgeleide gedaan door de aardige gastvrouw die onderwijl probeert de schade beperkt te houden…

Kort daarna bereiken we – op een huchtje – tempel 28, onder grote belangstelling van een busgroep. We praten ook kort met de eerste langneus die we dit jaar op Shikoku tegenkomen: een Engelse vrouw die woont in Japan, samen met haar Japanse echtgenoot is ze aan het sightseeing. Als we – na het uitvoeren van de rituelen – nog even zitten bij het stempelkantoor, komt er een echtpaar aanlopen: zij met een kleine pluchen beer met klein pelgrimstasje, hij met een enorme – (Japanse) mensgrote – beer met pelgrimstas. Baikiman heten de beren. Ik ga op de foto met de grootste. We vragen: ‘Naze?’ (Waarom?) En het antwoord is: ‘Hij is 3 jaar geworden, dus mag hij mee.’ We snappen het niet echt. Is dit een soort compensatiegedrag voor ongewenste kinderloosheid? Als we even later de berg weer zijn afgedaald en onze route langs de weg vervolgen, horen we plotseling: ‘Goodbye!’ Uit het raam van een auto hangt een enorme beer te zwaaien.

Rond het middaguur hopen we een restaurant of supermarkt tegen te komen, maar ondanks het feit dat er 2 supermarkten in het routeboekje staan aangegeven, komen we niets tegen. Uiteindelijk rusten we kort bij een klein tempeltje, waar we vorig jaar ook hebben gezeten, en eten we wat mierzoete chips op, het enige eetbare dat we bij ons hebben. Er hadden nog kaakjes in Mels’ rugzak moeten zitten als reservevoedsel, maar die kunnen we niet meer vinden…  Als dank voor het mooie verblijf schrijven we in het gastenboek.

Zo’n 5–6 kilometer voor tempel 29 springt er een jonge vrouw uit wat armzalige gebouwtjes. Het is de verslaggeefster van de NHK weer, die we gisteren ook al zagen. Ze is bij de volgende gratis henro-overnachtingsplaats aanbeland. Mels plaagt haar: ‘Heb je er zelf al ingeslapen?’ ‘Nou, nee…’ Maar ze heeft wel een nieuwe tip: ‘Morgen is het de sterfdag van Kukai. Dan zullen jullie worden bedolven onder de osettai!’ Een leuk vooruitzicht!

Enkele kilometers later zien we een restaurantje. Voorgaande jaren hadden we dat ook gezien, maar konden toen nooit de ingang vinden… Nu wel. We drinken er koffie. Er is ook wel udonsoep, maar mijn darmen raken daar nogal eens van overstuur, aangezien dergelijke restaurantjes meestal niet erg hygiënisch zijn. Koffie kan minder kwaad… We trekken onze schoenen uit om onze voeten even wat vrijheid te geven, ze doen erg veel pijn.

Op het terrein van tempel 29 staan vele, grote treurkersen en 2 jaar geleden waren er hele watervallen van rose bloemen te bewonderen. Maar zowel vorig jaar als deze keer zit alles nog in de knop. Alleen een veldje judaspenning bloeit overvloedig. Bij tempel 29 zien we het echtpaar met de beren terug. Mels en ik poseren met de grootste beer voor een foto. Dan nemen we al zwaaiend afscheid. We lopen al lang en breed weer tussen de sawa’s als we achter ons iemand horen hollen en hijgen. De kleinste beer – vastgehouden door de man – overhandigt ons een visitekaartje. In de verte staan de grootste beer en de vrouw te zwaaien. We nemen nog eens hartelijk afscheid. Henroberen zijn nieuw voor ons; het is nog even wennen, maar wel leuk…

De tocht gaat verder, over kleine paadjes tussen sawa’s door, over smalle weggetjes langs kassen, over vele, lange bruggen… Op enkele natte sawa’s zijn boeren aan het ploegen. Boven een rivier vliegt een vlucht aalscholvers. Ik krijg steeds meer last van mijn voeten en knieën. En van mijn rechterenkel, ondanks de elastische tape die ik er sinds een paar dagen op heb geplakt. Het laatste deel van de tocht is moeizaam en dan komt er ook nog een huchtje… We zijn bijna bovenaan als er een auto stopt; het raam gaat open en ik krijg een paar piepkleine, gehaakte sandaaltjes aangereikt. ‘You need this’, zegt de man. Het zijn sandaaltjes die pelgrims vastbinden aan tempelpoorten in de hoop dat het hen vrijwaart van voetenpijn. Even na 5 uur zijn we dan toch bij onze overnachtingsplaats. Bij het inschrijven in het restaurant even verderop in de straat laat onze gastheer herhaaldelijk ‘yakimono’ vallen: gebakken waren. Mels vermoedt dat we het avondeten elders moeten halen, maar als we bij het appartementencomplex komen waar we zullen slapen, blijkt dat met yakimono keramiek werd bedoeld. Onze gastheer herinnerde zich van vorig jaar dat wij potters zijn. En… we delen deze keer ons appartement met meneer Hagiwara, potter uit… Mashiko! Hij is niet een van de aan de tentoonstelling in Nederland deelnemende keramisten. Daar zit ook een Hagiwara tussen, maar eentje die geboren is in 1974. En degene die hier zit moet minstens 90 zijn… Het blijkt een nogal dwingend baasje te zijn. Mels moet en zal meteen in bad. Mels geeft uiteindelijk toe, maar begint wat opstandig ‘De haren drijven je tegemoet zodra…’ te zingen. Ondertussen komt meneer Hagiwara (in pyjama!) voortdurend even langs, terwijl ik in de keuken op een bank zit te typen. Rochelend… kuchend… boerend… Ik suggereer dat Mels nog een tweede keer even in bad gaat en dan doet alsof ik dat ben, want er zit niet eens een deur voor… Maar daar heeft Mels deze keer geen zin in en als meneer Hagiwara weer langskomt om nu mij te sommeren in bad te gaan, vertelt Mels hem dat ik nu niet in bad ga, maar morgenvroeg een douche neem. Verbouwereerd druipt hij af naar zijn kamer.

Bij het avondeten in het restaurant neemt meneer Hagiwara 2 frisdrankglazen met sake en na de maaltijd is hij duidelijk aangeschoten. Hij is hardhorend en ook nogal moeilijk te verstaan, maar uit de uiterst moeizame conversatie blijkt dat hij geen familie is van de Hagiwara die meedoet aan de expositie. Zijn voornaam is Toshio en hij is 78 jaar oud. Hij gaat vroeg op bed; wij gaan nog even internetten met het kabeltje in de eetzaal. Onze gastheer vraagt of wij al klaar zijn met de ofuro: zou meneer Hagiwara hebben geklaagd over mij? Wij knikken zo overtuigend mogelijk ‘ja’. Een tijdje later komen 2 vrouwen ons bedanken dat ze ons bad hebben mogen gebruiken… Onze gastheer doet even na 8 uur de gordijnen dicht en ook steeds meer lichten uit. We begrijpen de hint en vertrekken naar het appartementencomplex. En zo staan we om 10 over 8 in een steenkoude kamer van minder dan 2,5 x 3 meter en zonder enig meubilair elkaar aan te kijken… Mels gaat maar weer op de futon en valt meteen in slaap; ik zit nog lange tijd – met jas aan en met de rug tegen het beddengoed – te typen… ‘Het blijft kamperen’, zegt Mels voor de zoveelste keer… Aan de andere zijde van de dunne schuifwant klinkt afwisselend luid gesnurk, gebrom, gemompel en soms een schreeuw. Dat wordt een onrustige nacht…

Geplande afstand: 26,0 km, 150 m stijging
Werkelijke afstand: 28,5 km, totale stijging 734 m, totale daling 708 m
Cumulatief afgelegde afstand: 406,2 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.00– ca. 17.05 uur
Looptijd: 5,48 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: tempel 28 en 29
Blaren: 0!
Overnachting: Rainbow Hokusei (kamer 6 tatami’s groot, gedeelde keuken met zitbank, kaptafel, bureautje, kantoorstoel, koelkast, tv en wasmeubel / badkamer / wc, internet via kabeltje in eetzaal, redelijk avondeten, redelijk ontbijt)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *