Dag 23: maandag 19 maart 2012: Mels is er weer!

Bij het ontbijt nemen we voorlopig afscheid van Kyoko en Hiroshi. Ze moeten vandaag eerst nog de berg op naar tempel 27, voordat ze – net als wij – verder westwaarts langs de zuidkust trekken. Het is zonnig en fris als we om 20 over 7 vertrekken voor eenzelfde dagtraject als vorig jaar. Mels voelt zich vandaag een stuk beter en ook het zonnige weer maakt het lopen een stuk makkelijker. Mels pakt meteen zijn Japanse lessen aan mij weer op: regelmatig staan we even stil bij een reclamebord om de Japanse karakers te ontcijferen.

Via het parallelweggetje waar de ryokan aan ligt, komen we weer op route 55. Het is erg druk op de 2-baans weg. We lopen een beetje daas naast al het voorbijrazende verkeer en concentreren ons op de hobbelige stoep of de ongelijk liggende platen die de goot bedekken. Vaak is er een sterke (en koude) tegenwind. Al na 5 kilometer leggen we aan bij een restaurantje waar we vorig jaar ook zijn geweest. Uit het raam zijn talloze vissersbootjes te zien die met grote hengels vlakbij de rotsige kust vissen. De gastvrouw herkent ons en komt met de ene osettai na de andere: een zak chips, een buntan en later nog een doos dure chocolaatjes. Ook een vrouw aan het tafeltje naast ons komt met een vreemdgevormde oranje citrusvrucht. We hebben grote lol met elkaar en vooral de gastvrouw klapt regelmatig dubbel van het lachen. Mels’ Japans is een groot succes. Als we vertrekken moeten we eerst nog even bij de ingang van het restaurant op de foto. Tot weerziens!

Kort daarna kunnen we van route 55 afwijken, door over een vele kilometerslange zeewering te lopen. De zee is bijna spiegelglad vandaag, zo kalm. Er wordt voor en aan de kust druk gewerkt om de zeewerken te verstevigen. Op pontons in zee liggen grote betonnen blokken die door een kraan op hun plaats worden gebracht. Dai vertelde ons in Green House Juen dat de zuidelijke helft van Shikoku de gevaarlijkste kust van heel Japan is wat betreft tsunami’s… Aan landzijde is een boer bezig een natte sawa om te ploegen, de eerste die we zien dit jaar. Nu we de drukte van route 55 kwijt zijn, horen we ook weer de kikkers kwaken. En we zien de eerste vlinders: koolwitjes. Het wordt steeds warmer en ik trek maar eens mijn jas uit. We komen een echtpaar tegen dat aan de wandel is en ons aanspreekt. Hij probeert ons ervan te overtuigen dat de hartsoetra en de shingonsekte een mens niet blij maken: allemaal veel te zwaar. De nichirensekte – een van de andere sektes van het boeddhisme – is een stuk lichter, betoogt hij. ‘Makes you happy.’ Mels zegt: ‘Happiness is in your heart.’ Met handenschudden en zwaaien nemen we na een tijdje afscheid.

Als we bij de haven van Aki – een van de kleinere steden aan de zuidkust – van de zeewering af moeten, lopen we verder door kleine straatjes tot we bang worden dat we ons favoriete sushi-restaurant missen op deze manier. Daarom keren we kort terug naar route 55 en na enkele kilometers zien we tot onze vreugde het uithangbord: SUSHI! Het is pas half 11… Maar een vroege lunch is ook nooit weg – met het schrale ontbijt van vanochtend heb ik alweer honger en Mels eet al wekenlang nauwelijks – en dus leggen we aan. We gaan weer in het kleine zithoekje zitten en bestellen een aardige mix aan sushi. Als alles op is, dommelen we zachtjes weg in het zonnetje achter het glas… De juffrouwen van de sushi hebben het wel door, maar laten ons maar gaan. Later, veel later, worden we met een brede grijns uitgelaten. Tot weerziens!

Korte tijd later vinden we het eerste bordje met ‘fietspad’: een riant asfaltpad dat afwisselend vlak voor of vlak achter de zeewering loopt. We lopen lange tijd ‘aan de achterkant’ van de bebouwing, langs kleine groentetuintjes en later vooral langs opgestapelde rotzooi. Enkele keren moeten we van het fietspad af vanwege werkzaamheden – en zo rusten we nog eenmaal bij een koffierestaurant langs route 55, waar Mels alweer in slaap valt… – maar dankzij enkele aardige vlaggenmansen worden we weer teruggeleid naar het fietspad. Lange tijd loopt het pad voor de betonnen zeewering langs door een fraai dennenbos. Het strand bestaat uit zwarte, heel fijne steenslag. Vissers zijn bezig met wagentjes een enorm net binnen te halen. Buizerds zwermen in grote aantallen hoog in de lucht. Langs het pad is hier en daar een groepje lage schijfcactussen, soms gemengd met klaverzuring met grote witte bloemen.

Enkele kilometers voor onze overnachtingsplaats komen we langs een REST AREA, zoals op bordjes is aangegeven. Het blijken kleine units te zijn voor loophenro’s. Gratis overnachtingsplaatsen. Een oude, tamelijk tandeloze man en een jonge vrouw komen uit een van de units. Zij blijkt een verslaggeefster te zijn, ook al van NHK, de nationale televisie. Ze maakt een reportage over gratis c.q. goedkope overnachtingplaatsen voor henro’s: henro zenkonyado. Maar er zijn geen camera’s en ze heeft ook weinig vragen. We krijgen wel diverse goedkope adresjes getipt. De man biedt ook aan mijn bamboestaf in te ruilen voor een grotere die netjes is gelakt en in een rubber dopje eindigt, maar ja, een mens hecht zich nu eenmaal… en bovendien vind ik de mijne mooier…

Korte tijd later voegt het fietspad zich weer bij route 55 en dan kunnen we – na nog een kilometer – afslaan naar het kustplaatsje waar onze overnachtingsplaats zich bevindt. Al om half 5 arriveren we bij de ryokan. We krijgen de mooiste kamer: de ruimte die voorgaande jaren als eetzaal werd gebruikt en een fantastisch uitzicht heeft op het kleine havenhoofdje met lichtbaken. Er zitten 2 vissers te hengelen. Achter het haventje strekt zich de oneindige oceaan uit. Het uitzicht is hier minder sensationeel dan we later zullen meemaken vanuit hotels die hoog gelegen zijn, maar het is wel het meest intieme uitzicht en het meest rustgevende. We kunnen er eindeloos naar kijken…

Bij aankomst in een ryokan of hotel heeft zich de afgelopen weken over het algemeen eenzelfde tafereel ontvouwd: ik maak zo snel mogelijk een futon op, Mels valt er voor dood op neer en ik begin aan het dagboek te schrijven, slechts onderbroken voor ofuro en avondeten. Maar vanavond komt Mels voor het eerst niet totaal uitgeput aan. Integendeel. Voor het eerst tijdens deze reis is hij er weer helemaal! En nu we relatief vroeg zijn aangekomen, zitten we lang op de speciaal voor ons neergezette lage stoeltjes en genieten van de groene thee met cake, kijkend naar de zee.

Bij het avondeten zijn er slechts 2 andere (ons onbekende) gasten. We verbazen ons erover: de meeste henro’s van de vorige avond hadden hier erg graag willen overnachten, maar hen werd verteld dat de ryokan al vol zat. Daardoor moesten zij langer doorlopen tot een volgende ryokan. Wij werden niet geweigerd en de gastvrouw is duidelijk blij dat wij er weer zijn. Dat is een verademing na de vele moeizame reserveringen die wij de afgelopen jaren hadden!

Geplande afstand: 21,0 (eh nee, misschien toch 23,6) km, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 26,5 km, totale stijging 635 m, totale daling 634 m
Cumulatief afgelegde afstand: 377,7 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.22– ca. 16.30 uur
Looptijd: 5,24 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: geen
Blaren: 0!
Overnachting: Sumiyoshi Sou (L-vormige kamer 10 tatami’s groot, uitzicht over haventje met lichtbaken en de héle oceaan(!), tafeltje en 2 lage stoeltjes, uitstekend avondeten, goed ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *