Dag 22: zondag 18 maart 2012: We have rumour

De nacht breng ik grotendeels wakend door; wakker gehouden door de pijn in mijn voeten en de voortdurende zweetaanvallen. Het is nog steeds warm en klam, maar ook zijn de Japanse dekbedden weinig doorluchtig. ’s Ochtends, bij het ontbijt in het restaurant van de onsen, kijk ik naar de gestaag vallende regen. Weer een grijze dag. Onder de lange brug aan de brede riviermonding staat een oranje tentje op een grasheuveltje. Naast ons zit een gezin met een piepjonge baby. Wij mogen even kijken. Als ze weg zijn, huilt Mels. Een mens neemt zichzelf en zijn problemen mee, hoever hij ook reist…

Tegen half 10 vertrekken we voor eenzelfde dagprogramma als vorig jaar: zo’n 5,5 kilometer verder naar het westen langs route 55 (of via parallelweggetjes), naar de ryokan waar we zullen overnachten. Daar zullen we het grootste deel van de bagage achterlaten om dan de berg te beklimmen waarop de volgende tempel staat. We zijn weer stevig ingepakt: de afsluitbare zakjes zijn prima bevallen gisteren, de zweterige regenpakken minder, maar daar hebben we helaas geen alternatief voor. Het is gelukkig niet zo warm klam vandaag, eerder koud klam… Het zweten is er nauwelijks minder om…

Ik houd nogmaals een pleidooi voor meer pauzes; die hebben we dit jaar minder gehouden dan vorig jaar en ik denk dat ik daardoor meer last van mijn voeten heb en ook behoorlijk afgepeigerd ben aan het eind van elke dag (nou, eigenlijk al halverwege…) Het helpt, al minder dan een uur later drinken we koffie in een restaurantje. Daarna is het niet lang meer naar de ryokan. Plotseling is er toch nog wat oponthoud: een lange, lage brug over een brede riviermonding is verdwenen. Ik had wel een bord gezien, maar had niet door dat dat hierover ging. We proberen eerst via een zeewering op de grote en hoger gelegen brug van route 55 te komen, maar dat lukt niet. Dus moeten we een halve kilometer teruglopen om via een zijstraat weer op route 55 uit te komen.

Even na 11 uur arriveren we bij de ryokan; de gastheer geeft ons trots de kamer waar in 2006 de Japanse premier Naoto Kan heeft geslapen – wel, ex-premier inmiddels, gestruikeld over de lekkende kerncentrale. (Ik neem aan dat inmiddels toch wel eens de lakens zijn verschoond?) We laten we de bagage achter en lopen dan de berg op. Het houdt eindelijk op met regenen. Overal stijgen grote dampwolken vanuit de dichtbeboste berghellingen. Af en toe zingt er een nachtegaal en ook de ik-weet-niet-hoe-ik-moet-stoppen vogel is er weer. Op het smalle weggetje is slechts weinig autoverkeer; af en toe wat loophenro’s die afdalen en een enkele keer een fietshenro. De bergpaadjes die hier en daar de haarspeldbochten in de weg afsnijden, laten we voor wat ze zijn, te link met dit natte weer. Mels heeft het moeilijk vandaag, maar naarmate we hoger komen, ben ik degene die telkens even achter blijft om mijn temperatuur weer wat te laten zakken. Af en toe laat ik de regen – die toch weer lichtjes is gaan vallen – over mijn gezicht stromen. Ik vraag me af waarom ik vanmorgen schone, droge kleren heb aangetrokken. De wind is te koud om onderweg te rusten of te eten, maar bij het restaurantje bij de parkeerplaats vlak onder het tempelcomplex nemen we enkele ijsjes (Mels 1, ik 2) en daar kunnen we weer wat opdrogen (binnen en buiten de pakken…) We hebben geen van beiden zin in de onigiri die we van de onsen hebben meegekregen. De kleine vogelkooitjes met rijstvogeltjes, die bij betere weersomstandigheden buiten hangen, staan nu op een rijtje bij de keuken, met kranten beschermd tegen de tocht.

Tempel 27 is een van de fraaist gelegen tempelcomplexen, in verschillende etages langs een berghelling. Een fraaie tuin omgeeft de vele trappen tussen de verschillende tempelgebouwen; een fotogenieke plek die in verschillende reisgidsen is terug te vinden. Helaas is er nu een grote kraan bezig. We zien de overgebleven stronken van 4 à 5 eeuwenoude woudreuzen die zijn omgezaagd. De laatste resten worden net opgeruimd. Jammer, jammer, jammer… Bovendien kunnen we een deel van de rituelen nu niet uitvoeren: handen wassen, de bel luiden en – speciaal bij deze tempel – wat drinken van de genezende bron. Via een smal weggetje zijn toch de hoger gelegen tempelgebouwen te bereiken. We voeren de rituelen uit en zo’n 50–100 meter lager drink ik toch nog wat van hetzelfde genezende water, nu bij een andere bron. We dalen weer verder af naar de laagvlakte aan zee, waar onze ryokan zich bevindt tussen talloze kassen die – zoals overal op Shikoku – niet bestaan uit glas maar uit met doorzichtig plastic omwikkelde metalen karkassen. Als we bijna beneden zijn, klinkt er uit luidsprekers aan hoge palen een liedje. Het is 3 uur. Ik onderbreek er even mijn geneurie over De Postkoets voor. Na het liedje komt er nog een mededeling en dan – tot onze verrassing – De Ochtengymnastiek! Mels zakt meteen fanatiek door de knieën, tot grote hilariteit van een henro-echtpaar dat net omhoog komt lopen.

Bij binnenkomst is er een henro die wat Engels spreekt: ‘Ah, de Hollandse potters die voor de derde keer lopen! You have rumour!’ Op weg naar de ofuro loop ik langs een kamer waar net een echtpaar is aangekomen. Tot (grote!) wederzijdse verrassing blijken dat Kyoko en Hiroshi uit Hokkaido te zijn! We hebben vorig jaar samen gelopen op 11 maart en we namen afscheid vlak voor de aardbeving plaatsvond. We maakten ons ernstig zorgen over hen, maar konden geen contact krijgen. Het blijkt dat zij hetzelfde hadden geprobeerd, tevergeefs. Zij waren vorig jaar hogerop gevlucht in verband met een mogelijke tsunami en hadden ons willen waarschuwen. Pas 3 dagen later was het hen gelukt naar Hokkaido terug te reizen, eerst met een bus naar Tokyo, later met het vliegtuig naar Hokkaido. De regio waar ze wonen, was gelukkig niet getroffen door de aardbeving of de tsunami. Ze waren vorig jaar al van plan de pelgrimstocht in 4 delen te lopen, zoals veel Japanners doen: elk jaar een volgend traject dat samenvalt met een van de 4 provincies van het eiland. En ze hadden gehoopt ons dit jaar terug te zien (wij hen ook!), daarom hadden ze het tweede deel van hun route qua vertrekpunt en datum precies aan laten sluiten op hun schema van vorig jaar. Wij hadden exact hetzelfde gedaan, maar… doordat wij al in februari startten, kregen wij door het schrikkeljaar een extra dag erbij… Ze hadden overal geïnformeerd of er Nederlanders voorbij waren gekomen en toen ze viavia hoorden dat we in hotel White Beach hadden geslapen, hadden ze extra snel gelopen om ons alsnog in te halen!

Bij het avondeten lijkt het wel een reünie: niet alleen Kyoko en Hiroshi zijn er, maar ook een andere man die we vorig jaar in onsen Sakamoto zagen, de avond dat we Kyoko en Hiroshi voor het eerst ontmoetten. En ja, de enorme hoeveelheid sake die avond herinnert iederéén zich nog… Kyoko vertelt dat de man voor de vierde keer de pelgrimstocht loopt en dat zijn kanker bijna helemaal verdwenen is daardoor. Wij kunnen eenzelfde verhaal vertellen… Shikoku byoin!

Geplande afstand: 12,5 km, totale stijging 450 m
Werkelijke afstand: 15,8 km, hoogste punt 441 m, totale stijging 655 m, max. helling 23%,
totale daling 640 m
Cumulatief afgelegde afstand: 351,2 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 9.24– ca. 16.30 uur
Looptijd: 3,33 uur
Gemiddelde snelheid: 4,4 km/u
Bezochte tempels: tempel 27
Blaren: 0!
Overnachting: Hamayoshi Ya (kamer 10 tatami’s groot, kastenwand, tokonoma, tafeltje, ventilator, prima avondeten, uiterst schraal ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *