Dag 20: vrijdag 16 maart 2012: De hand van Anthony

Nog terwijl we op de futons liggen, horen we nachtegalen zingen. Ik sta op met hoofdpijn en een verkoudheid – misschien door het tochtige raam boven mijn futon? Mels voelt zich daarentegen een stuk beter door de antibiotica. Oma is al druk bezig met de kamers als we na het ontbijt onze spullen bij elkaar pakken. We geven haar de grote doos lekkernijen – geen idee wat erin zit… Even na 8 uur worden we hartelijk uitgezwaaid door moeder en grootmoeder en we zetten er meteen stevig de pas in. Gisteren dacht ik aan het eind van de dag dat ik niet in staat zou zijn vandaag ook nog maar 1 stap te verzetten, en vandaag gaan we weer fluitend op pad… We hebben hetzelfde dagtraject gepland als vorig jaar: zo’n 14–15 kilometer langs route 55, het laatste traject dat we zullen lopen langs de oostkust, dan een stukje berg op naar tempel 24, aan de andere kant er weer af, 6,5 kilometer langs de zuidkust naar tempel 25 en dan nog 4 kilometer en weer een bergje op naar tempel 26 waar we zullen overnachten. Een zwaar programma… En het is een stuk kouder dan gisteren, de zon priemt slechts zwakjes door de sluierbewolking.

In een gehucht stappen we binnen bij een postkantoor om geld te pinnen. In het kleine halletje probeer ik in de juiste afwisseling mijn lekkende neus te snuiten en de juiste handelingen te verrichten voor het verkrijgen van geld, onder het toeziend oog van enkele bewakingscamera’s. Als we via het postkantoor weer het pand willen verlaten, schieten 2 knipmessende jongedames in uniform naar voren en breedgrijnzend bieden ze ons elk 2 pakjes zakdoekjes aan. En ik dacht nog wel dat er niemand naar die bewakingscamera’s zat te kijken… ‘De hand van Anthony’, zegt Mels, een gevleugelde uitdrukking tussen ons.*

Langs dit laatste traject dat we langs de oostkust zullen lopen, is veel meer bebouwing aanwezig. Veel tuinen etaleren al een zee aan bloeiende struiken en planten: camelia’s, een enkele mimosa en chaenomeles, narcissen, lenteklokjes, groen- en roodbladige klaverzuring, geraniums, vele kleuren viooltjes en af en toe rozen. En er zijn sawa’s, steeds vaker al weer onder water gezet: het ploeg- en plantseizoen voor de rijstteelt begint weer. Overal zijn grote aantallen kikkers aan het kwaken. Kort voor we ons ochtendprogramma hebben afgerond, horen we een tijdlang ijzingwekkend gekrijs uit de bossen achter de bebouwing. Gevechten tussen apenfamilies? Buizerds cirkelen geïnteresseerd boven de bomen.

Om 20 over 11 komen we aan bij de meest zuidelijke kaap aan de oostkust, die ver naar het zuiden uitsteekt. We nemen een vroege en zeer uitgebreide lunch in een restaurant aan de voet van de berg die we op moeten voor een bezoek aan tempel 24. Pas anderhalf uur later hebben we genoeg moed verzameld voor het middagprogramma, want eigenlijk zijn we na 14 kilometer – zonder onderweg ergens te rusten – al erg moe… We lopen langs het enorme witte beeld van Kukai dat hier uitstaart over de oceaan en bezoeken eerst weer de 2 grotten waar Kukai verlichting vond. Grote agave’s escorteren de ingang. Daarna nemen we het bergpaadje en komen al snel voorbij een andere grot, waar in het verleden vrouwen altijd naartoe gingen omdat het ze verboden was hoger de berg op te gaan. Grote lotusplanten omzomen deze grot en een tijdlang ook het paadje. Het is geen moeilijk pad: de treden liggen ver uit elkaar en zijn ook niet zo hoog. Dat maakt het voor ons een stuk makkelijker. Al snel komen we aan bij het fraaie tempelcomplex en na het uitvoeren van de rituelen en het nemen van nog wat foto’s, dalen we de berg aan de andere kant weer af, via een weg vol haarspeldbochten die ver uit de berg steken. We hebben een magnifiek uitzicht over Muroto, een kleine stad die zich aan de zuidkust van Shikoku uitstrekt op de smalle strook laagvlakte tussen de hoge bergen en de oceaan. Als we bijna beneden zijn, vallen de eerste druppels van de voor vanavond voorspelde regen, maar erger wordt het gelukkig niet.

Het doorkruisen van Muroto valt ons elk jaar opnieuw tegen. Na de afdaling is er een lange weg door de laagvlakte voor we Muroto hebben bereikt. Dan zijn er wat kleine straatjes en komen we aan bij een haventje. De volgende tempel die we willen bezoeken ligt aan een dergelijk haventje. Maar na het eerste haventje volgt er nog een eindeloze 2-baans weg, dan weer kleine straatjes en een volgend haventje, wat langer uitgestrekt dan het vorige. Weer volgt er een 2-baans weg, kleine straatjes en dan is er eindelijk het haventje waar we moeten zijn. De tijd gaat dringen – het is inmiddels al kwart voor 4 – en we rusten slechts kort op het bankje bij het stempelkantoor, bestijgen dan de vele trappen naar de hoofdtempel, voeren de rituelen uit en dalen weer snel af. Bij de supermarkt op de hoek nemen we een aisu kurimu (icecream) (goede voornemens???) en eten het al lopend op. Na enkele kilometers bereiken we de westkant van Muroto, komen langs het ziekenhuis waar ik 2 jaar geleden mijn ontstoken blaren heb laten behandelen, en na nog wat weggetjes tussen wat sawa’s door komen we eindelijk aan de voet van de laatste berg die we op moeten. We ploeteren naar boven, ik zweet verschrikkelijk, maar vooral Mels heeft het moeilijk. Het pad is rotsig en erg ongelijkmatig. De vergezichten zijn evenwel schitterend: in de diepte ligt Muroto uitgestrekt tussen bergen en oceaan. De holle weg wordt omgeven door kronkelige bomen, een sprookjesachtige sfeer, versterkt door de vallende schemering. Bij het tempelcomplex zijn er nog vele trappen te bestijgen, maar om even voor half 6 zijn we dan eindelijk bij het gastenverblijf. We kunnen gelijk aanschuiven aan de overvloedig gedekte tafel met loophenro’s. Bier!

Geplande afstand: 26,0 km, toppen: 1e top 100–150 m, 2e top 100–150 m
Werkelijke afstand: 27,2 km, toppen: 1e top 161 m, 2e top 148 m, totale stijging 707 m, max. helling 14%, totale daling 556 m
Cumulatief afgelegde afstand: 312,5 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 8.05–17.25 uur
Looptijd: 5,29 uur
Gemiddelde snelheid: 5,0 km/u
Bezochte tempels: tempel 24 en 25
Blaren: 0!
Overnachting: gastenverblijf tempel 26 (Kongōchōji) (kamer 10 tatami’s groot, kastenwand, tokonoma, tafeltje, tv, binnenveranda met 2 zachte fauteuiltjes, tafeltje en schitterend uitzicht over baai met Muroto, uitstekend avondeten, uitstekend ontbijt)

*Als Anthony, de Engelse buurman in Montpalach en oud-piloot, jaren geleden eens in Japan is, probeert hij – met een net gekochte, hete hamburger in de hand – treinkaartjes te kopen bij een ticketautomaat. Om zijn handen vrij te hebben, legt hij de hamburger even neer. Maar het kopen van een kaartje is niet zo makkelijk als alles in het Japans is en na nogal wat gestuntel gaat er plotseling een luikje open en verschijnt een hand met 2 kaartjes erin. Verbouwereerd neemt Anthony de kaartjes aan en loopt weg. Dan gaat er een deurtje open en komt een man naar buiten die met veel misbaar de hamburger pakt en hem achterna rent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *