Dag 19: donderdag 15 maart 2012: Zwei Flimmerheini’s im Orangenland

Mels begint aan een antibioticakuur die ik heb meegenomen uit Nederland. Misschien dat dát helpt tegen het hoesten. Hij haalt zijn wollen ondergoed en sjaal weer uit de koffer (de koffers worden weer doorgestuurd) en flink ingepakt tegen de kou stappen we om 10 uit de voordeur van het hotel. Het blijkt zonnig en redelijk warm te zijn; de wind is gaan liggen… We volgen vandaag dezelfde route als vorig jaar, verder naar het zuiden, bijna de hele dag langs route 55 die hier grotendeels vlak langs de zee loopt. Regelmatig ontbreken stoep of overdekte goot en moeten we op de witte streep lopen, wat hachelijke momenten oplevert in tunnels en bij scherpe bochten. Het is druk op de weg – veel tankwagens en ook ander vrachtverkeer – en er wordt erg hard gereden.

Een tijdlang loopt de weg door vele boomgaarden die vol hangen met citrusvruchten. In gehuchtjes zijn overal uitstallingen ermee. In een open opslagplaats zitten enkele henro’s op kratjes. Wij worden er ook bij geroepen. Een bejaarde vrouw pelt de ene na de andere buntan, grote citrusvruchten met een gele schil, waarbij je elk partje ook helemaal uit moet kleden om het te kunnen eten. Ze geeft ook 2 verschillende soorten mandarijnachtige vruchten, heerlijk zoet. We blijven eten, terwijl zij maar aan het pellen is en breedlachend met iedereen een praatje houdt. We nemen afscheid met osame fuda’s en een hartelijke zwaai.

Als de weg weer verder loopt langs de zee, zien we een aangereden wasbeer, een van de zeer weinige road kill’s die we al die jaren in Japan hebben gezien. Tegen lunchtijd wijken we van route 55 af en doorkruisen een dorp. In een supermarkt kopen we wat eten en lunchen ermee op het bankje ervoor: Mels met een cakerol gevuld met crème, ik met sashimi, ijs en aardbeien (smaken verschillen…) Van de winkeleigenaar krijgen we nog een osettai: een grote doos met lekkernijen.

De hoge bergruggen eindigen met lange uitlopers in zee, ver weg ligt een rijtje van 4–6 kapen achter elkaar, de laatsten vaag in de heiige verte zichtbaar. We ronden kaap na kaap, terwijl het aantal kapen in de verte vóór ons niet vermindert. Een enkele keer – voor het ronden van een extra lange uitloper – lijkt het even of we de laatste kaap hebben bereikt, maar dan ontvouwt zich een nieuw vergezicht met weer een nieuw rijtje kapen…

Bij het ronden van een kaap is er steeds een koude wind, maar in de inhammen is het windstil en warm, erg warm zelfs. Op een huchtje houden we het niet meer uit – het zweet stroomt me van het gezicht en zelfs de buitenkant van mijn jas is helemaal nat van het zweet – en trekken we een laagje uit. In wat struikgewas liggen karkassen en huiden, mogelijk wilde zwijnen gevild door mensen; de bloederigheid doet vermoeden dat dit vrij recent is gebeurd.

’s Middags is er nauwelijks verkeer en al helemaal geen bebouwing. We lopen – uur na uur – met alleen het geluid van de branding, de pelgrimsstaf, die elke vierde stap op het asfalt neerkomt, en het soms wat naargeestige krijsen van de vele buizerds die in groepen boven ons hoofden zweven. Op rotsen vlak voor de kust zit soms een groepje aalscholvers. Het is een heerlijke dag. Ik moet denken aan het verlangen dat ik als kind al had om te reizen, dat zich soms zelfs uitte in een lichamelijke pijn. Ik reisde al met mijn ouders vanaf dat ik een half jaar oud was, maar altijd was er het verlangen naar meer, naar verder. Vele boeken over ontdekkingsreizigers verslond ik. In de loop der jaren is dat verlangen minder geworden, maar op zo’n dag als deze voel ik het onderweg zijn in de meest ultieme vorm: lopend van herberg naar herberg, dichtbij mezelf, los van alles.

Met Mels gaat het minder goed, hij sukkelt wat achteraan en ik moet regelmatig op hem wachten. ‘Overleven’, noemt hij zelf zo’n dag. In de tweede helft van de middag begin ik ook behoorlijk moe te worden. We doorkruisen nogmaals een dorp en eten een ijsje op een bankje voor een supermarkt. Maar we blijven niet lang: er is inmiddels steeds meer bewolking gekomen en de wind is hard en akelig koud geworden. De laatste kilometers lopen we opnieuw langs route 55, waar we al van verre de herberg ontwaren, een eenzaam gebouw langs de weg, voor de donkerbeboste bergketen erachter. In zee is een van de uitlopers van de bergen in verschillende rotsige delen gebroken. Ze steken als een massief karkas uit het water.

Op het terrein van de herberg wordt gebouwd aan een nieuw pand naast het bestaande. Oma is er weer en ook de (klein)zoon die in de winter lesgeeft in civiele techniek, in de zomer de minshuku runt. De kleine kamer ziet aan 2 zijden uit op de oceaan. Enkele surfers in zwarte duikpakken balanceren op de hoge golven. In de verte is er af en toe een schip. Het avondeten is weer uitzonderlijk. Uiteraard zijn er de zelfbereide blaadjes zeewier: oma (91 jaar!) verzamelt het kantfijne wier op de rotsen en maakt er matjes van die ze droogt en in stukken knipt. We eten ook bijzondere vissen: manbō, die vissen die (bij leven) eruit zien als halfafgeknipte vissen waarvan het staartgedeelte mist, en kinmetai, oftewel goudenoog, oranjegekleurde, bolronde vissen, in gekookte staat hangen hun ogen als witte knikkers aan koordjes buiten de oogkassen…

We liggen al om 8 uur op de futons.
‘Wat een herrie, hoe kan het nu zo druk zijn op de weg; vanmiddag was er zowat geen auto te bekennen. En er is ook een spoorlijn. Hoor je die trein?’
‘Dat is de branding…’
‘O.’
Dan is het stil (op het geluid van de branding na…)
Morgen weer nieuwe kapen ronden…

Geplande afstand: 24,0 km, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 24,9 km, totale stijging 525 m, totale daling 533 m
Cumulatief afgelegde afstand: 285,3 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 10.00–17.00 uur
Looptijd: 5,04 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: geen
Blaren: 0!
Overnachting: minshuku Tokumasu (kamer 6 tatami’s groot, kastenwand, uitzicht over zee, verwarmd tafeltje, tv, krukje, (webmail via computer en/of wifi???), uitstekend avondeten, redelijk ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *