Dag 17: dinsdag 13 maart 2012: Gedistingeerd slappe koffie

Het rokerige en ook nogal tochtige gebeuren in de tempelzaal heeft ons geen goed gedaan. Vooral Mels ligt de hele nacht te hoesten. We slapen slecht en om 5 uur zijn de eerste gasten al weer op; vrouwelijke henro’s blijken even lawaaierig te zijn als mannelijke. We besluiten de aangekondigde ochtenddienst over te slaan. Om kwart voor 6 wordt er op de deur geklopt: ontbijt over 3 kwartier, maar we kunnen rustig aan doen. Een kleine 10 minuten later is er de Engelssprekende non: 1000 excuses, maar of we toch op willen staan, ontbijt om half 7, we kunnen rustig aan doen… Op weg naar de eetzaal staat de cameraman in de hal op ons te wachten. Interview na het ontbijt. Prima. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ze ons filmen terwijl we vertrekken. De hele ploeg staat bij de deur terwijl wij ons in onze schoenen hijsen. Presentatrice Moe Oshikiri komt erbij en knoopt een praatje aan. Zo wordt het toch nog een interview. We vertellen over onze beweegredenen voor deze tocht, dat de eerste tocht zo verschrikkelijk moeilijk was, maar dat de pelgrimstocht ook zo’n goede uitwerking had op mijn gezondheid: Shikoku byoin – het ziekenhuis dat Shikoku heet en dat helend is voor lichaam, geest en ziel. ‘Wat hebben jullie gevonden?’, vraagt ze. Ik antwoord: ‘Mensen, ontmoetingen, dat is de grote gift die we telkens weer tijdens onze looptocht krijgen. En die ons diep ontroert.’ Of we vaker in gastenverblijven van tempels slapen. ‘Ja, dat doen we zoveel mogelijk, niet alleen omdat er vaak een bijzondere sfeer is, maar vooral omdat we dan ook de tempeldienst mee kunnen maken’, zegt Mels. ‘We kunnen misschien niet alle woorden begrijpen, maar we begrijpen wel de intentie’, licht ik toe. ‘Geloof gaat over mysterie, ontzag voor wat er is en wat je maar voor een deel kunt begrijpen’, zegt Mels. ‘Wat er gisteravond gebeurde was dat dat mysterie voelbaar werd gemaakt. Dat maakte diepe indruk.’ We zwaaien uit.

Bij de tempel staat Samae(?) op ons te wachten, de Engelssprekende non. Gelukkig, want we hadden niet weg gewild, zonder van haar afscheid te nemen. We praten nog wat na over het interview. Presentatrice Moe Oshikiri blijkt 32 jaar oud te zijn; we hadden 16 ingeschat… ‘En ze heeft van die grote, ronde ogen’, zegt Mels. ‘Net als in manga’s. Waar hebben ze die gekweekt?!’ ‘Over plastische chirurgie wordt in Japan niet gesproken’, zegt Samae. ‘Dat moet een mysterie blijven.’ We kunnen sowieso moeilijk de leeftijd van Japanners inschatten. Samae blijkt 43, we hadden 30 gedacht… Samae blijkt overigens geen non, ze wil haar hoofd (nog) niet kaal laten scheren, zegt ze. We maken nog wat foto’s, krijgen ten afscheid elk een klein, zelfgemaakt zakje zout. ‘Als je wat zout over je schouder strooit, weer je het kwaad af; iets wat in Japan ook na een begrafenis wordt gedaan zodat slechte geesten op het kerkhof achterblijven’, vertelt ze. Ze hoopt dat we met deze pelgrimstocht vinden wat we zoeken: ‘Het belangrijkste dat een mens kan vinden is zichzelf.’ Ze drukt ons op het hart terug te komen. En dat zullen we heel graag doen!

Even na 8 uur vertrekken we dan eindelijk voor dezelfde route als vorig jaar, verder naar het zuiden, voor een groot deel direct langs de kust. Op een enkel moment in de zon en in de luwte na, is het de hele dag bar koud. Eenmaal volgen we een oude, rond de kaap slingerende weg, voor het overige lopen we voortdurend langs de drukke route 55. We missen voor het derde achtereenvolgende jaar een afslag, zodat we een tweede kronkelweggetje missen, en komen daardoor – net als voorgaande jaren – bij het leuke koffietentje terecht waar een gedistingeerde en zeer vriendelijke dame op leeftijd op even gedistingeerde (en langdurige!) wijze zeer slappe koffie zet, zoals we bijna overal in Japan meemaken: na een heel ingewikkeld procedé met diverse glazen kolfjes wordt eindelijk een slap aftreksel geserveerd. Er is één andere gast: een Japanse vishandelaar die 2–3 jaar in Spanje heeft gewoond en met Mels een gesprek in het Spaans aanknoopt. Onze gastvrouw vindt het erg leuk dat we er weer zijn en ze presenteert de koffie weer in nauwgezet uitgekozen kopjes. Ze weet nog dat we potters zijn en vertelt bij elk kopje de herkomst. We krijgen er een lekkernij bij. ‘Het lijken wel grote, gebruikte groene theezakjes’, zegt Mels. Hij blijkt helaas niet ver van de waarheid af te zitten… Ze smaken naar groene thee, zijn warm en vooral heel erg kleverig, gemaakt van rijstpasta. Ze kleven niet alleen erg aan het schoteltje vast, ze zijn ook niet door te bijten en – het ergste – je krijgt ze nauwelijks doorgeslikt. We zitten half te kokhalzen. Als onze gastvrouw even naar buiten is, stop ik ze gauw in een plastic zakje in mijn tas. Als we verder gaan, worden we hartelijk uitgezwaaid. Volgend jaar weer komen!

Kort daarna zien we bij een zijweggetje een grote groep apen, half in de berm, half op de berghelling ernaast. We blijven een tijdje staan kijken. Als ik in een supermarkt even naar de wc ga, krijgen we 2 flesjes groene icetea mee die we bij de volgende supermarkt netjes in de vending machine stoppen. We lusten ze nou eenmaal niet, maar zijn te beleefd om te weigeren… Om 11 uur zien we een bakker met koffiehuis ernaast en omdat we verder geen restaurants verwachten langs de route, nemen we hier een mikkusu sando (mixed sandwich) en bekonchisutoasuto (beacon cheese toast). We blijven er lang hangen, want we hebben ruim tijd en Mels heeft het niet makkelijk vandaag… Na een uur trekken we verder, om enkele uren later nog eenmaal te rusten in een halfopen opslagruimte waar een hoek is ingericht voor vermoeide henro’s. Mels kan er ook mailtjes ontvangen op zijn i-phone. Een vrouw komt langs om de voorraden die net zijn gebracht, op te bergen en geeft ons 2 drinkjoghurts. Een aardige en gezellige vrouw. En dan zijn we al om 6 uur bij onze overnachtingsplaats, een hotel waar we vorig jaar ook al hebben geslapen en waar we nu 2 nachten zullen blijven. Morgen is er – eindelijk! – een echte rustdag!

Mels valt meteen op bed en in slaap, ik vermaak we weer in bad met velletjes aftrekken. Hele lappen gaan er van mijn voeten. En… blaren zijn er niet meer. Nul!

Geplande afstand: 19,6 km, geen stijgingen
Werkelijke afstand: 19,9 km, totale stijging 443 m, totale daling 430 m
Cumulatief afgelegde afstand: 260,4 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.55–16.00 uur
Looptijd: 4,05 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: geen
Blaren: 0!
Overnachting: hotel White Beach (westerse kamer, 2×1½p-bed, zithoek, bureau, tv, koelkast, badkamer met bad/douche/wc/wasbak, hal met wasbak, hal met kast, wifi in hal+eetzaal, redelijk avondeten, matig ontbijt)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *