Dag 13: vrijdag 9 maart 2012: Nat!

Een grijze dag. De regen komt met pijpenstelen uit de hemel, hoewel voor een hele week mooi weer was voorspeld. Vandaag staat de tweede pelgrimshel op het programma: een bezoek aan 2 tempels, elk op een andere bergtop. Het eerste deel van de tocht – de eerste berg op – kan via meerdere paadjes worden afgelegd; voorgaande jaren hebben we de westelijke route genomen die iets langer en iets minder steil is; dit jaar willen we de andere proberen. We aarzelen, want het is niet handig met die regen een steil paadje te nemen, maar de hartelijke mensen van de onsen verzekeren ons dat het kan. Dus worden we met het busje bij het begin van de oostelijke route afgezet. We krijgen nog een zak met 6 mandarijnen mee. Om half 8 beginnen we aan de eerste klim: een pad dat meer lijkt op een (bijna) droge beekbedding… We zwoegen omhoog, meter na meter. Mels heeft erg veel last van de kou; ik niet in het minst met al dat gezwoeg. Soms kan ik Mels – die altijd wat voor ligt – niet meer zien door voorbijdrijvende wolkenflarden. Pas na 1,5 kilometer lukt het hem de instellingen van de gps weer aan te passen aan ons lage looptempo (van dit traject is daarom de afstand alleen hemelsbreed gemeten, niet alle kronkels die in het pad zitten). We komen tot de conclusie dat we 1 km/uur afleggen, dat is niet hoopgevend voor een gepland dagtraject van 18,5 kilometer. Gelukkig komt Mels bij de eerste tempel tot de conclusie dat die 18,5 kilometer inclusief de rit met het busje (5,5 kilometer) was en niet exclusief. Oef, dat scheelt tenminste iets…

We blijven maar kort bij tempel 20. Ik ben erg moe, maar er staan alleen wat bankjes middenin de koude wind en regen, en de wc’s zijn afgesloten. Via een zeer vermoeiend paadje dalen we af naar het volgende dal, eerst een rotsig paadje dat we delen met een snelstromend watertje, dan eindeloze, werkelijk eindeloze treden naar beneden, gemaakt met betonnen boomstammetjes. Halverwege komen we door een betoverend mooi bamboebos. De wind zoemt door de bomen, eh… grashalmen… Op de treedjes, onder het vaak dichte bladerdek, liggen verraderlijk los liggende stenen en takjes. Ik ga eenmaal onderuit en kom met mijn dijbeen op een uitstekende rots terecht – dat wordt een flinke blauwe plek en grote kans dat ik ook weer last van mijn rug ga krijgen… We ploeteren nog langzamer voort, tot we eindelijk in een klein gehucht aankomen, waar we de rivier over moeten steken, de mooiste rivier die we tegenkomen tijdens onze tocht: helblauw water in een brede kiezelbedding, omzoomd door wuivende bamboebossen. Maar deze keer proberen we zo snel mogelijk de winderige brug over te steken…

Aan de overzijde van de rivier begint meteen de klim naar de volgende top, ditmaal een betonnen weggetje waar ik erg dankbaar voor ben. In de diepte perst een bruisende beek zich door spleten en gaten, soms met kleine watervalletjes. Naarmate we meer stijgen, komen beek en weggetje meer in elkaars buurt. In een rest hut aan het idyllische beekje eten we gehaast onze onigiri op; het is te koud om lang te blijven zitten. Zo’n 1,5 kilometer voor de top moeten we toch weer een klein paadje op, dat ook hier bestaat uit treden van betonnen boomstammetjes. Elke keer als ik met mijn rechterbeen de volgende trede op wil stappen, krijg ik een pijnscheut in mijn rechterknie, dus moet mijn linkerbeen nu al het werk doen, zowel bij het klimmen als dalen. En het tempo zakt nog verder… Het is een moeizame dag. Theoretisch moet deze tweede pelgrimshel wat makkelijker zijn dan de eerste, maar met de regen en de kou, de zere knie, de vermoeidheid die ons allebei parten speelt en vooral een pad dat veel lastiger is, valt het zwaar tegen. We zijn blij als we eindelijk bij het volgende tempelcomplex arriveren. We schuilen even in een afgeschermd hoekje met enkele banken bij het stempelkantoor. Niet lang, Mels heeft duidelijk erg last van de kou. De temperatuur is waarschijnlijk rond het vriespunt; hier en daar liggen nog kleine restjes sneeuw, ondanks de aanhoudende regen. We laten de rugzakken achter, bestijgen nog diverse trappen en zien dan dat de hoofdtempel in de steigers staat en het terrein eromheen afgesloten is. Ervoor is een klein noodtempeltje ingericht van tentdoek. Foto’s en teksten leggen uit wat er aan de hand is: vorig jaar is een tyfoon over het eiland getrokken en op 20 juli waaide een van de fraaie, eeuwenoude Japanse ceders om, bovenop de hoofdtempel. We raffelen de rituelen zo snel mogelijk af en dalen dan maar weer snel de berg af, terwijl de wolkenflarden langs ons gieren. Een bijna even eindeloos betonnen weggetje loopt steil naar beneden, het volgende dal in. Maar dat is altijd nog beter dan betonnen boomstamtreedjes of droge beekbeddinkjes… Onderweg horen we weer kikkers.

Tegen 4 uur arriveren we bij de ryokan. We zijn geruime tijd bezig onze schoenen en regenkleding uit te trekken en alles zo droog mogelijk te maken voor we naar de kamer mogen. Daar zetten we alles op handdoeken en plastic. En dan kunnen we de schade opnemen… Mijn tempeltas en gehele inhoud is doorweekt, inclusief fototoestel, ondanks het plastic dat ik eromheen had bevestigd. Hetzelfde geldt voor Mels’ buiktasje en inhoud. Mijn handtasje, dat onder mijn ‘beslist waterdichte’ windjack hing, is eveneens doorweekt, maar de inhoud – geld en papieren – is droog gebleven. De regenzakken om de rugzakken hebben evenmin alle regen tegengehouden. Wel zijn onze voeten droog gebleven, evenals het grootste deel van onze kleding: alleen manchetten, halzen en de onderkant van mijn broekspijpen zijn nat geworden. Het blijft lastig, we hebben weinig zin de zware en evenmin goed functionerende regenponcho’s weer mee te zeulen. Een echt goede oplossing is er blijkbaar niet…

Met enkele heerlijke cappuccino’s uit de automaat proberen we ons weer wat op te warmen. Mels lukt dat pas in de hete ofuro. Hij blijft wat bleekjes eruit zien en zijn hoestje – een erfenis uit Frankrijk – steekt weer de kop op. Bij het avondeten is er in de eetzaal een grote groep henro’s. Aan het tafeltje naast ons zit een taxi-henro met zijn chauffeur (dat laatste is ons niet helemaal duidelijk…) Al sinds onze binnenkomst horen we voortdurend ‘Oranda’ fluisteren. In de keuken, onder gasten, overal. En ook nu hebben we al gauw de warme belangstelling van de andere gasten, eerst van het tafeltje naast ons, waar de enorm dikke taxi-henro inmiddels – volgens eigen zeggen – zijn 15e sake-flesje achter de kiezen heeft, en dan komen een voor een de leden van de henro-groep onze richting uit. Een van hen begint te filmen terwijl hij een vraag probeert te stellen, eerst in het Japans, dan met wat Engelse woorden. Met wat Japans en Engels, handen en voeten, en uiteraard Mels’ i-phone komen we weer een aardig eindje. Mels’ i-phone is zoals altijd een groot succes bij de Japanners, vooral het vertaalgedeelte geniet ruime belangstelling.

Geplande afstand: 18,5 km, toppen: 1e top 478 m, 2e top 500 m, totale stijging 1000 m, totale daling
Werkelijke afstand: 14,3 km (excl. rit met busje 5,5 km), toppen: 1e top 487 m, 2e top 502 m, totale stijging 1045 m, max. helling 46%, totale daling 969 m, max. helling 40%
Cumulatief afgelegde afstand: 184,9 km (excl. 12,4 km met auto)
Vertrek-/aankomsttijd: 7.32–15.55 uur
Looptijd: ?
Gemiddelde snelheid: ?
Bezochte tempels: tempel 20 en 21
Blaren: restantjes…
Overnachting: Sakaguchi Ya (kamer 7,5 tatami’s groot, tafeltje, tv, uitstekend avondeten, goed ontbijt incl. standaard-borrel)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *