Dag 8: zondag 4 maart 2012: Brug te vroeg…

Als we om even na half 9 de ontbijtzaal (die met het mooie uitzicht op het valleitje met park) verlaten, zijn we de laatste gasten. En dat op een zondagochtend en terwijl wij waarschijnlijk de enige (loop)henro’s zijn; de andere gasten zagen er meer uit als spa-genieters… We bestellen onigiri bij de balie, omdat we geen lunchrestaurants verwachten onderweg, en stappen even na 9 uur in de gestaag vallende regen naar buiten voor een tocht van zo’n 21–22 kilometer naar de ryokan naast tempel 13, inclusief een omwegje via bangai 2. Vanaf de onsen volgen we eerst dezelfde route als vorig jaar, over een voortdurend op en neer golvende autoweg, huchtje na huchtje, met af en toe een klein gehuchtje. Maar na zo’n 4 kilometer nemen we een afslag die wat meer naar het noorden loopt, in de richting van bangai 2. Een drukke weg, zeker voor een zondag. Opvallend veel sportwagens komen voorbij. Na een autotunnel (531 meter lang, verlicht, met smalle hoge stoep) komen we bij een brede rivier, die we een tijdlang volgen.

Tegen 12 uur zijn we behoorlijk toe aan ‘koffie met even zitten…’, en eindelijk zien we een restaurantje dat er geopend uitziet. Maar de waardin verwacht een busgroep voor de lunch en wil geen extra gasten. ‘Chotto koohii?’, bedelt Mels. ‘Klein beetje koffie?’ Daar kan ze geen ‘nee’ tegen zeggen en we mogen bij een tafel achterin het zaaltje gaan zitten. We krijgen koffie met een gebakje van een grote aardbei met deeg eromheen. Terwijl er om ons heen druk gewerkt wordt, hebben we de warme belangstelling van het voltallige personeel. Iedereen komt af en toe even een praatje maken. We krijgen groene thee, water en… nog eens koffie. En een bordje met overheerlijke rijst met allerlei groenten. Betalen? Nee, dat is niet de bedoeling. Osettai! Wij geven elk een osame fuda. We worden hartelijk uitgewuifd.

Inmiddels is het even (heel even) opgehouden met regenen en we lopen verder langs de brede rivier: een grote bedding van kiezelstenen doorsneden door een klein, kronkelend stroompje – het (echte) regenseizoen begint pas in juni. In een bocht met wat meer en rustiger water staan tientallen witte reigers en enkele aalscholvers. Uiteindelijk steken we de rivier over en komen dan via een autotunnel (641 meter lang, verlicht, met smalle hoge stoep) bij de voorsteden van Tokushima, waar ook bangai 2 zich bevindt. Bangai 2 is een adembenemend mooi complex langs een klein stuwmeer. We zijn de enige bezoekers. Op een bankje onder een afdakje eten we wat (supermarkt)aardbeien (‘Weet je dat die 5 euro kostten?’, ‘Ja, ik had gehoopt dat je het niet zou zien…’) en koekjes. In de meegebrachte onigiri hebben we geen zin meer… Na het uitvoeren van de rituelen en het stempelen van de boekjes, verlaten we het complex, op weg naar de ryokan naast tempel 13. Maar dan ziet Mels een vreemd bord: een rond verkeersbord met daarop de onmiskenbare contouren van een noborigama, een meerkameroven voor het stoken van keramiek. Even later staan we voor een kleine uitvoering van een dergelijke oven en als we foto’s nemen, gaat er een deur open in het gebouwtje erachter. De pottenbakker komt naar buiten. Een hartelijke, breedlachende man. Wij stellen ons voor: mede-pottenbakkers uit Nederland. Er worden kaartjes uitgewisseld. Zijn naam is Matsuo. En na het bezichtigen van zijn toonkamer (‘Eén kommetje kost meer dan 2000 euro!’, sist Mels), worden we uitgenodigd in het grote atelier waar enkele cursisten aan het werk zijn. Er wordt tijd voor ons gemaakt. We drinken gezamenlijk koffie met grote, warme koeken gevuld met zoete bonenpasta, en uiteraard groene thee. Ik heb de hele dag al last van mijn darmen, maar afslaan is niet beleefd, dus hap ik vrouwmoedig door…

Dan is het half 4, we moeten nodig afscheid nemen. We lopen terug via dezelfde tunnel en volgen dan een klein weggetje, verder langs de brede rivier. Het lijkt steeds kouder te worden en het blijft maar regenen, maar het is niet onaangenaam: het regent niet heel hard en de regenpakken zijn met dat frisse weer niet al te warm. En alles is waterdicht!!! Via een brug bereiken we weer de andere zijde van de rivier. ‘Nu is het nog 500 meter’, zegt Mels, maar even later zien we een paal met 1,8 kilometer naar tempel 13. We waren een brug te vroeg… Inmiddels zijn we aardig moe, maar het lopen gaat nog steeds prima. Rond 5 uur komen we aan bij de ryokan. De gastheer boent onze pelgrimsstaffen schoon en propt daarna onze schoenen vol met kranten. En er is een lift! Ik krijg visioenen van een luxe kamer met bedden en een bad… Maar de kamer is van het kleinste type: 6 tatami’s groot met 2 stapeltjes beddengoed. Maar op de gang is er een zit-wc en dat maakt veel goed na al die veel te kleine hurk-wc’s die ik vandaag heb gezien…

Het avondeten is in een zaaltje met tafels en stoelen. We hebben gezelschap van 2 andere loophenro’s, die allebei Engels spreken. En het eten is overheerlijk. We krijgen van de bejaarde gastvrouw allemaal een klein flesje massage-olie (zelfgemaakt van loquat, een soort citrusvrucht) voor de pijnlijke spieren. Dat kunnen mijn schouders en rug wel gebruiken! Helaas ligt Mels al lang te slapen tegen de tijd dat ik het blog van deze dag heb geschreven…

Geplande afstand: 21,4 km, met enkele huchtjes (200 nee 300 nee 400 m stijging in totaal)
Werkelijke afstand: 24,7 km, totale stijging 550 m, totale daling 658 m
Cumulatief afgelegde afstand: 106,5 km
Vertrek-/aankomsttijd: 9.06– ca. 17.00 uur
Looptijd: 5,31 uur
Gemiddelde snelheid: 4,5 km/u
Bezochte tempels: bangai 2
Blaren: geen idee… (al sinds dag 5 geloof ik de pleisters er niet meer afgehaald…)
Overnachting: ryokan Myozai, naast tempel 13 (kamer 6 tatami’s groot + inloopje, tafeltje, tv, uitstekend avondeten, redelijk ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *