Dag 6: vrijdag 2 maart 2012: Kermis in de hel – geprolongeerd

’s Nachts slaap ik niet van de pijn in mijn voeten en mijn arm en ’s ochtends zie ik er erg koortsig uit. Ik pleister en tape mijn voeten uitgebreid in, over de blaren zelfs kruislings 2 grote pleisters. Er is weinig huid meer te zien, maar het werkt. Mijn grote schoenen raken op deze manier aardig gevuld en zo schuif ik minder heen en weer met mijn voeten…

Vandaag staat de ‘pelgrimshel’ op het programma: over kleine paadjes 3 bergruggen over, met op de derde bergrug tempel 12. De voorgaande jaren lukte het ons niet een overnachting te boeken in het gastenverblijf van tempel 12, nu hebben we dat wel voor elkaar gekregen via David Moreton, de Canadese auteur van het routeboekje, die ons vorig jaar stond op te wachten toen we de pelgrimstocht ten einde liepen. Hij heeft aangekondigd deze dag met ons mee te lopen, maar… we zien of horen niets van hem. Mels stuurt via de i-phone nog een mailtje; we hebben geen adres of telefoonnummer en kunnen niets anders verzinnen. Uiteindelijk vertrekken we om half 8, we zien wel… Bij het afscheid geven we de hartelijke gastvrouw een klein Delftsblauw doosje en ook de zak knoflook en de 2 blikjes tomatensap: het wordt ons teveel gewicht… Prompt komt ze met 2 dozen heerlijke chocolade aanzetten… We nemen nog foto’s en dan gaan we.

Moesten we vorig jaar door de sneeuw lopen en was het 2 jaar geleden een warme, zonnige dag, nu regent het lichtjes. We lopen eerst naar tempel 11 en voeren daar de rituelen uit. Achterin het complex is de toegang tot de pelgrimshel. Het is een rustige dag, we zien de hele ochtend maar 2 andere pelgrims, waaronder de Koreaan die we de afgelopen dagen al vaker zagen. We worstelen door de blubber en glijden regelmatig uit op de glibberige paadjes. Al gauw houdt het op met regenen en stijgt de temperatuur. Bij de eerste de beste bank gaan sjaals, jas en regenbroek uit. Dat alles onder de warme belangstelling van een Japanner. Hij bewondert mijn figuur en kan moeilijk zijn handen thuishouden (niet dus). We blijven niet lang… Bij het weggaan duwt hij me een verweerde pelgrimsstaf in de handen, want de berg op zonder staf, dat kan niet…

Ik heb erg veel moeite de berg op te komen; mijn knieën klappen af en toe de verkeerde kant op en mijn rug begint op te spelen. Ook de warmte speelt me parten. We klimmen zelfs zo langzaam, dat de gps niet werkt. Daarom stelt Mels hem anders in, alleen kunnen we dan de gemiddelde snelheid niet meer noteren. Toch komen we al om 10 uur aan bij aan bij Chodo-an, bijna aan de top van de eerste bergrug, en dat is even snel als vorig jaar. Op de holle paadjes zien we hier en daar grote aantallen aardsterren, bijzondere, stervormige paddenstoelen, van een iets ander type dan in Europa. Pas boven de 500 meter zien we sneeuw: wat restjes langs het pad. Om 12 uur arriveren we bij Ryusui-an, halverwege het dal tussen de eerste en de tweede bergrug. We eten op een bankje, samen met de Koreaan, de meegebrachte onigiri (rijstballen voor de lunch) op. Er komen nog 3 henro’s voorbij. Een ervan heeft grote witte lappen op zijn knieën. Ik krijg er ook een paar. Het zijn een soort coolpacks: een heel dun vlieslaagje dat op de huid wordt geplakt en kou afgeeft, urenlang. Ik krijg nog wat extra mee. En later geeft hij nog zijn brocaten osame fuda: achterop staat dat hij de tocht al 100x heeft afgelegd, waarvan 3x te voet.
We raken steeds meer achter op schema. Dat komt vooral door de lange pauzes die we dit jaar nemen. Om 2 uur zijn we bij Joren-an, bovenop de tweede bergrug. Een bijzondere plaats met een enorme, wijdvertakte Japanse ceder, een groot beeld van Kukai en wat houten gebouwtjes. Vlak voor we de tweede top bereiken, denderen 2 grote wilde zwijnen met een enorm lawaai de steile berghelling af.
We rusten maar kort bij Joren-an, want we moeten voor 5 uur bij het gastenverblijf op de derde bergtop aankomen. Het pad naar beneden valt niet mee, langzaam bewegen we ons voort over de glibberige stenen. Ik begin nu toch ook mijn blaren weer te voelen. Om half 4 beginnen we pas aan de derde beklimming. We zwoegen voort en zien vlak voor 5 uur de eerste balustraden van het pad dat zich rond het tempelterrein de berg op slingert. Nog wat trappen en dan zijn we om even na 5 uur bij het gastenverblijf. Het is stil in het enorme complex, aan de schoenen in de opbergvakken en de pelgrimsstaffen in het staffenrekje is te zien dat er nog 2 andere gasten zijn. Als ik om 5 voor 6 geroepen wordt voor de ofuro, doet ik maar net of ik echt in bad ga en haast me dan weer terug voor het eten dat om 6 uur naar de kamers gebracht zal worden. De schijnvertoning lukt maar half; ik wordt achterna gezeten door een van de medewerksters die roept dat ik meer tijd had moeten nemen…

Geplande afstand: 13,5 km, toppen: 1e top 626 m, 2e top 745 m, 3e top 705 m, totale stijging 1000 m
Werkelijke afstand: 13,6 km, toppen: 1e top 593 m, 2e top 746 m, 3e top 700 m, totale stijging 1290 m, max. helling 62%, totale daling 614 m
Cumulatief afgelegde afstand: 69,0 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.19–17.05 uur
Looptijd: ?
Gemiddelde snelheid: ?
Bezochte tempels: tempel 11
Blaren: Yna 3 stuks
Overnachting: gastenverblijf tempel 12 (Shōsanji) (kamer 8 tatami’s groot, verwarmd tafeltje, sober vegetarisch avondeten, wifi bij de buitendeur, sober vegetarisch ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *