Dag 5: donderdag 1 maart 2012: Weer weerzien

Vandaag bezoeken we eerst 4 tempels aan de noordkant van het rivierdal en doorkruisen dan het dal naar de bergen aan de zuidkant ervan, waar we morgen doorheen zullen trekken. Het is dezelfde route als voorgaande jaren, maar – tot mijn verrassing – heeft Mels 2 relatief korte dagtrajecten samengetrokken tot 1 dagtraject, in totaal 18,6 kilometer. Dat wordt een lange dag, met morgen een nog zwaardere dag voor de boeg… Helaas missen we op deze manier ook 2 overheerlijke sushi-restaurants…

Het is fris als we vertrekken, maar de zon schijnt flink en al gauw stoppen we sjaal en handschoenen in de rugzak en nog weer later gaat ook Mels’ wollen hemd uit. Evengoed krijgen we het steeds warmer naarmate de dag vordert. De sneeuw op de berghellingen is inmiddels grotendeels verdwenen.
Bij tempel 7 kan Mels een oude, verweerde en dus duidelijk verweesde pelgrimsstaf niet weerstaan. Hij heeft er al snel spijt van, overweegt bij elke volgende tempel hem achter te laten, maar heeft hem aan het eind van de dag nog steeds… Kort na tempel 7 stopt een bestelautootje voor ons: de bestuurder heeft elke zaterdag Engelse les en wil graag even met ons praten. Hij biedt aan ons naar tempel 8 te brengen, maar dat slaan we af. Met grote brokken gepofte rijst lopen we uiteindelijk verder.

We lunchen in hetzelfde udon-restaurantje als vorig jaar, vlak voor tempel 10, het eerste restaurant dat we open vinden langs de route. Even verderop lopen we langs een bedrijfje in kakejiku’s, peperdure rollen ter herinnering aan de tempelbezoeken. De vorige keren werden we hier uitgenodigd onze rugzakken achter te laten, omdat het nog een aardige klim is naar tempel 10 en je op de terugweg hier toch weer langs komt. Dit keer gaat er geen schuifwand open. We zien een (ons onbekende?) jongeman binnen aan het werk. Enkele keren lopen we zo onopvallend toevallig mogelijk langs de schuiframen, dan nemen we zelf maar het initiatief en kloppen aan. Het mag. En als we terugkomen, zijn ook weer de aardige vrouwen aanwezig en krijgen we een kopje thee. We geven een sleutelhanger met Delftsblauwe klompjes en krijgen prompt elk een armbandje met in een glazen oogje verstopt een afbeelding van Kukai.

Er zijn meer aardige mensen waar we naar uitkijken vandaag. Zo’n 2 kilometer na tempel 10 zijn we vorig jaar uiterst vriendelijk ontvangen in een kleine supermarkt: in een hoekje stonden wat krukjes en kratjes rond een klein kacheltje, waar we aan konden schuiven bij een gezellig groepje ongeregeld. Dit jaar is er een ons onbekende jongeman in de winkel aan het werk, maar als we wat ronddralen komen de eigenaresse en haar moeder naar voren. We worden weer in het ‘zithoekje’ uitgenodigd en krijgen koffie, met crème gevulde koekjes, op het kacheltje geroosterde deegkoekjes gevuld met zoete bonenpasta, geroosterde rijstdeeg gedoopt in sojasaus met suiker, en dan komt er nog een vrouw binnen met enorme citrusvruchten. Eén vrucht wordt uitgebreid gepeld en dan bewerkt met een slagersmes. We zien nog weinig vruchtvlees in alle zachte, schuimrubberachtige vulmassa, maar als we uiteindelijk ook enkele partjes krijgen, blijken die mierzuur te zijn. We trekken vieze gezichten en krijgen prompt nog een heerlijke zoete sinaasappel en 2 grote koeken gevuld met crème, om mee te nemen. Eigenlijk hadden we ernaar uitgekeken hier weer de uiterst hartelijke vrouw te ontmoeten die ons vorig jaar – na ons supermarktbezoek – achterop kwam met een piepklein autootje, maar na enig (moeizaam) navragen komen we erachter dat zij niet de eigenaresse was, maar (waarschijnlijk) een (ver weg wonende) klant. Jammer, maar niets aan te doen, we weten haar naam en adres ook niet. Ze had ons nog wel zo op het hart gedrukt over een jaar terug te komen… We geven de (echte) eigenaresse een sleutelhanger met klompjes en vervolgen uiteindelijk onze weg, de buiken nog iets bolronder dan ze al waren…

Zo’n 2 kilometer voor onze overnachtingsplaats is er een restaurant waar we ook even binnen willen wippen. Hier zijn we elk jaar hartelijk ontvangen door de eigenaar, zijn vrouw en het kleine witte hondje dat Sakura heet. Ze kennen ons nog: de togei-mensen (togei=klei). Het is inmiddels al 4 uur geweest, maar ik ben wel toe aan een break, want mijn blaren mogen dan wel als luchtkussentjes onder mijn voeten zitten, ze spelen me aardig parten… Bij de koffie krijgen we chocolade, 4 zoete sinaasappels en 2 blikjes tomatensap. En we worden hartelijk uitgezwaaid. Een lift naar onze ryokan slaan we af en al even na 5 uur komen we aan bij de ons zo bekende en geliefde ryokan. Moeder en zoon komen ons enthousiast tegemoet en in de kamer blijken al extra futons te zijn neergelegd, voor mama-san met haar zere rug (die ze dit jaar helaas moet delen met papa-san…) Het avondeten delen we met 6 andere gasten, waaronder een henro die we 2 dagen geleden al in de minshuku zagen. Het wordt een gezellig samenzijn. Aan het lopen van de pelgrimshel met al mijn blaren denk ik maar even niet…

Geplande afstand: 18,6 km, 200 m stijging
Werkelijke afstand: 23,8 km, 152 m stijging (laagste–hoogste punt), totale stijging 604 m, totale daling 591 m
Cumulatief afgelegde afstand: 55,4 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.42–17.06 uur
Looptijd: 4,52 uur
Gemiddelde snelheid: 4,9 km/u
Bezochte tempels: tempel 7 t/m 10
Blaren: Yna 3 stuks (dezelfde als gisteren, maar behoorlijk gegroeid…)
Overnachting: ryokan Yoshino (kamer 6 tatami’s groot, kastenwand, wasmeubel, tafeltje, tv, redelijk avondeten, redelijk ontbijt)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *