Dag 4: woensdag 29 februari 2012: Het zogenaamde paallezen

’s Nachts slaap ik nauwelijks van de pijn in mijn arm; dat de buurmannen – aan de andere kant van de papieren schuifdeuren – al om kwart voor 5 op zijn, helpt ook niet… Buiten komt de regen met bakken naar beneden. ’s Ochtends regent het nog steeds lichtjes en als we even na half 8 vertrekken, zijn we goed beschermd in onze nieuwe windjacks en regenbroeken. We lopen door het brede rivierdal verder naar het westen. De bergen die het dal aan de zuidkant afbakenen, zijn van hoog tot laag wit besneeuwd (daar leggen we overmorgen de ‘pelgrimshel’ af!!!) En ook in het dal zelf zien we langs de kant van de weg al gauw wat sneeuw liggen, die blijkbaar ook afgelopen nacht is gevallen. Vandaag bezoeken we een bangai-tempel in de bergen die de noordrand vormen van het rivierdal, om vervolgens grotendeels via dezelfde route weer naar het dal terug te keren en dat verder naar het westen te volgen tot aan tempel 6 (van de officiële lijst) waar we in het gastenverblijf zullen overnachten. Doordat we dit jaar af en toe een (extra) bangai-tempel in de officiële tempelroute hebben gepland, wijken de dagtrajecten in dergelijke gevallen af van de eerdere tochten.

Nog voor we de bergen intrekken, houdt het op met regenen. We kiezen ervoor de smalle, betonnen weg te blijven volgen tot aan de tempelpoort en laten de door de sneeuw in glijbanen veranderde bergpaadjes links (en rechts) liggen. Dat betekent wat extra afstand afleggen. Vlak voor het begin van het tempelcomplex, staat een enorme woudreus, een Japanse ceder (sugi), die doet denken aan de sequoia’s in de VS. De tempelpoort blijkt onderaan een lange, steile, stenen trap te staan, omringd door een bamboebos en bijna bovenaan links en rechts een rij grote Japanse ceders. Een sprookjesachtig gezicht, mede door de sneeuw die hier en daar ligt. Bovenaan de trap is vaag een andere oude poort te zien. We worden bij onze klim vergezeld door 2 Japanse inu’s, mooie, lieve honden die zich graag laten aaien. De bangai-tempels liggen buiten het normale ‘toeristische’ schema en dit fraaie, oude tempelcomplex ademt een verstilde sfeer. Alleen 1 van de andere minshuku-gasten is hier vandaag vóór ons geweest, dat kunnen we zien aan de voetafdrukken in de sneeuw. Als we na het uitvoeren van de rituelen het stempelkantoor bezoeken, krijgen we koffie met een koekje aangeboden (het is pas 11 uur!) Bij het weggaan stopt ze ons een zak hartige koekjes toe en ze zwaait ons lang na. De gladde stenen trap (zonder leuning) omzeilen we door naar beneden ook hier de weg te volgen.

Op zo’n 2/3 van de afdaling lunchen we met wat supermarkt-sushi op een bankje langs de kant van de weg. Mijn hand en onderarm zijn inmiddels nog verder opgezwollen, ondanks mijn toegewijde zorgen: paracetamol, warm houden met handschoenen aan en laten rusten op de tempeltas… En mijn voeten zijn ook in opstand: met het stijgen en dalen schuif ik – (nog) meer dan gisteren – van links naar rechts en van voor naar achteren in mijn riante schoenen. Dat worden blaren… Mels vermaakt zich tijdens de lunch met het aflezen van de teksten op de paal die bij de bank staat. ‘Ik kan de héle tekst lezen!!!’

Eenmaal in het dal, bereiken we via kleine weggetjes de grote weg die langs tempel 6 loopt. We leggen voor koffie aan bij een Chinees (we hadden eigenlijk gehoopt op een cappuccino bij Happy, maar die is blijkbaar overgenomen…) De ontvangst is hartelijk en bij het afscheid krijgen we 2 grote sinaasappels, een zak gepelde (rauwe!) knoflookteentjes en een strip met 5 Yakultjes mee. Na het uitvoeren van de rituelen bij tempel 6 melden we ons al voor 3 uur aan bij het gastenverblijf. We worden hartelijk ontvangen door een monnik en krijgen uitleg over het nieuwe systeem: na de ofuro en het avondeten is er om 7 uur in de nieuwe hoofdtempel een speciale avonddienst, waarbij de overledenen worden geëerd. We ontvangen alle attributen daarvoor: osettai! En de nodige uitleg…

Op de kamer lezen we de gps af. Die verzamelt behoorlijk wat gegevens over de tocht: elke 2 minuten worden hoogte, afstand, snelheid en tijd gemeten en alles wordt aan het eind van de dag in mooie grafiekjes weergegeven. En dát geeft ons een verrassend inzicht: we lopen elke dag meer dan gepland, we stijgen elke dag meer dan gepland en het aantal uren dat we daadwerkelijk lopen is veel kleiner dan gedacht. Mijn vermoedens tijdens de eerdere tochten worden nu bevestigd…

Het avondeten is in een vrij koude eetzaal. We zitten met een Engelssprekende Koreaan aan tafel. Hij heeft o.a. Nederland bezocht. En de tocht naar Santiago gelopen! Nu loopt hij voor het eerst de pelgrimstocht op Shikoku. De meeste andere tafels worden in beslag genomen door een busgroep, in totaal zo’n 30 mensen. Uit de geluidsinstallatie komt klassieke muziek en een priester met een microfoon komt af en toe een (stichtelijk resp. commercieel) praatje houden. We logeerden 2 jaar geleden hier ook en vonden het toen nogal Hans van der Togt-achtig, nu stoort het ons niet meer; inmiddels hebben we zoveel tempels gezien, elk met zijn eigen invulling van het geloof…

Na het eten trekken we gauw wat extra kleren aan en zorgen ervoor dat we als eersten in de tempel zitten, bij een van de kleine gaskacheltjes. De dienst is indrukwekkend. Na het reciteren van enkele soetra’s gaan alle lampen uit en vervolgens ook alle kaarsen. In de donkere ruimte maakt een monnik hier en daar met enkele vuurstenen wat vonken. Dan gaan een voor een de kaarsen weer aan en tot slot alle lampen. In een rij gaan we via een zuilengang naar de achterkant van het altaar en laten daar elk een osame fuda achter met onze naam, wens en datum. Dan gaat het verder naar een andere zaal. Langs de hoge achterwand loopt een helblauw beekje met daarin eilandjes, een voor elk teken van de (oosterse) dierenriem. Op aanwijzingen van de priester komen schaap (Mels) en aap (Yna) voor hetzelfde eilandje te staan. Op het eilandje zetten we elk een boomtakje met daaraan een papiertje met de naam van een overledene die ons dierbaar is, en laten dan elk een bakje met een brandend kaarsje wegdrijven. Mels herdenkt zijn broer Herman die het afgelopen jaar is overleden; ik herdenk Meiny die de vorige tochten in gedachten met me meeliep; zelf kon ze niet meer reizen en kort na onze 2e tocht overleed ze aan een hersentumor. Ik mis haar warme en altijd positieve mails gedurende onze reizen.
Dan zijn we toe aan het volgende ritueel: in een vlammende vuurpot gooien we elk een latje met onze naam en wens. In een volgende zaal zijn er alweer nieuwe rituelen. Na een uitleg over enkele mooie schilderijen – o.a. de stichters van de 5 (Japanse) boeddhistische sekten samen op 1 schilderij, kun je je dát voorstellen met de christelijke leiders? – branden we wat wierook voor de slachtoffers van de aardbeving vorig jaar. Verderop offeren we nog eens wat wierook en lopen dan in een rij 3x rond een groot gouden beeld van Amida (een van de leerlingen van boeddha), onderwijl soetra’s reciterend (Samu Amida Buddha). In een volgende zaal buigen we voor de zittende Kukai (degene die als eerste deze pelgrimstocht ondernam) en wrijven hem over de knieën, misschien dat het helpt… Dan staan we weer op de buitenveranda tussen tempel en gastenverblijf. In het licht van de sterren ontwaren we de donkere contouren van de tempelgebouwen. Een mooie wereld, zo stil…

Geplande afstand: 15,7 km, 400 m stijging
Werkelijke afstand: 18,5 km, 441 m stijging (laagste–hoogste punt), totale stijging 688 m, max. helling 20%, totale daling 665 m
Cumulatief afgelegde afstand: 31,6 km
Vertrek-/aankomsttijd: 7.37– ca. 15.00 uur
Looptijd: 3,51 uur
Gemiddelde snelheid: 4,8 km/u
Bezochte tempels: bangai 1, tempel 6
Blaren: Yna 3 stuks… (maar niet op mijn kleine tenen!)
Overnachting: gastenverblijf tempel 6 (Anrakuji) (kamer 10 tatami’s groot, kastenwand, zitvensterbank, tafeltje, tv, open halletje met wastafel, avondeten redelijk/matig, ontbijt redelijk/matig)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *